De opvang draait op liefdadigheid: Lockdown in ... Marken
De fietstassen van Loppie Klok (70) zitten vol met boodschappen voor de lunch van vanmiddag. Klok is net bij supermarkt Deen aan de rand van Marken geweest, de enige in de omgeving. Thuis past haar man op twee van hun kleinkinderen, die van drie en vijf. „We hebben het ontzettend druk.” Ze moet snel verder, zegt ze, en haalt haar fiets van de standaard om tegen de wind in terug naar huis te gaan. „Deze lockdown is zwaarder”, zegt Klok een paar dagen later aan de telefoon, als er geen stoorzenders in de buurt zijn. „Het is donker en koud, je kunt niet zo vaak naar de speeltuin.”
Loppie Klok heeft vier kinderen en elf kleinkinderen, die allemaal op Marken wonen. Het dorp in het Noord-Hollandse Markermeer werd in 1957 door een dijk met het vasteland verbonden, waardoor het van een eiland in een schiereiland veranderde.
Terwijl Kloks kleinkinderen aan het begin van de eerste lockdown juist angstvallig bij opa en oma weg werden gehouden, brengen ze er nu meer tijd door dan voor de pandemie. Normaal kwamen ze meestal na school nog een paar uurtjes, maar nu zijn ze er de ene week drie hele dagen en de andere week twee. Regelmatig komt een van de elf een half dagje extra. „En onze dochter werkt nu een dag per week in onze extra kamer. Dan brengen we haar koffie en thee.”
Klik hier voor het hele Premium artikel op de site van het NRC.
