Naar de inhoud

Explosieven opsporen Broek in Waterland-Monnickendam

Bron: Prov. Noord-Holland

Explosieven opsporen, deel Broek in Waterland-Monnickendam. Hoe wordt zo'n historisch onderzoek gedaan en wat komt daar dan uit? Een gedenkplaat herinnert nog aan de nacht van 7/8 oktober 1940. Bij het onderzoek dat de provincie laat uitvoeren naar de onderdoorgang zal aandacht besteed worden aan de eventueel aanwezige niet gesprongen explosieven in de grond.

Algemeen

Voordat de provincie buiten aan de slag gaat met graven en het aanleggen van wegen worden diverse bureauonderzoeken gedaan. Eén daarvan is het onderzoek naar zogenaamde Conventionele Explosieven (CE). CE zijn gemaakt voor oorlogsdoeleinden.

In het algemeen mag aangenomen worden dat 10% van de verschoten, dan wel afgeworpen munitie niet tot ontploffing is gekomen. Op het moment dat in de nabijheid van deze Niet-Gesprongen Explosieven (NGE) trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze NGE alsnog afgaan.
Een historisch onderzoek naar CE is zeer uitvoering waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse ooggetuigenverslagen, krantenartikelen, officiële stukken van gemeenten, luchtfoto’s uit de oorlog, etc. Uiteindelijk worden locaties waar explosieven terecht zijn gekomen nader onderzocht met hulp van een meting. Op basis van al deze gegevens kan een uitspraak worden gedaan of er nog een kans is dat NGE nog aanwezig zijn.

N247

Hoewel het historisch onderzoek dat voor de N247 gedaan is veel interessante informatie oplevert, focussen we ons even op het deel tussen Broek in Waterland en Monnickendam. In de nacht van 7 op 8 oktober 1940 worden circa 40 bommen door een Engels vliegtuig uitgeworpen. Er ontstond brand, een dijk brak door en de tramlijn werd beschadigd (zie krantenartikel). Voorafgaand aan het uitgooien van de bommen werden lichtfakkels uitgeworpen die een aankondiging waren van het vallen van de bommen. Mogelijk heeft dit als gevolg gehad dat een boerderij aan de Atjehgouw is afgebrand. Omdat gelijktijdig de Fokkerfabrieken in Amsterdam-noord werden gebombardeerd hebben Engelse piloten mogelijk gedacht dat de brandende boerderij de brandende Fokkerfabrieken waren (zie foto) en daardoor op deze locatie hun bommen afgeworpen. In 1943 is de woning herbouwd, een gedenkplaat boven de deur (foto) herinnert nog aan dit bombardement.

De dagen erna verschenen verschillende artikelen in de krant (foto). Een ooggetuige heeft nauwkeurig aangegeven (foto) waar de bommen vielen en welke volgens hem niet zijn ontploft (NGE). Uit luchtfoto’s (foto) blijkt dat de door deze getuige aangegeven locaties zeer nauwkeurig zijn, de kraters zijn nog steeds duidelijk waar te nemen in het landschap. In het kader van het onderzoek N247 is nogmaals gesproken met deze getuigen of familieleden. Op basis van al deze gegevens is een 3D lasermeting verricht. Daaruit blijkt dat ook nog na 60 jaar de verstoringen buiten waarneembaar zijn (foto).

Uit al deze onderzoeken, gesprekken, verslagen, etc. kan vervolgens een conclusie worden getrokken. Om na te gaan of deze blindgangers, of eventueel niet gedocumenteerde blindgangers, ook echt aanwezig zijn zal vervolgonderzoek moeten plaatsvinden. Dit uiteraard alleen wanneer deze mogelijk binnen het projectgebied aanwezig zijn.

Conclusie

Ter plaatse van het opsporingsgebied, dus tussen Broek in Waterland en Monnickendam, kunnen CE in de vorm van afwerpmunitie met een maximaal kaliber van 500 lb. GP (Brits), worden aangetroffen op een maximale diepte van 13,90m-NAP. Met andere woorden, het is nog mogelijk dat er niet geëxplodeerde munitie in de bodem te vinden is.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.