Een gemeenteraad in Waterland als kleuterklas
Waarnemend burgemeester Sicko Heldoorn van de gemeente Waterland schreef een rapport over de noodzakelijke ’cultuurverbetering’ van de gemeenteraad. Hij deed dat op verzoek van de fractievoorzitters. Onder de titel ’Kan het ook anders?’ is zijn verhaal te lezen op de website van de gemeente.
Met fluweel schetst Heldoorn een bijna dodelijk beeld van het gemeentebestuur. Een gemeenteraad die voornamelijk met zichzelf in de weer is en dan bij voorkeur met kleine dingen. Vergadertechnische details zijn favoriet. Ook inhoudelijke debatten gaan meestal over futiliteiten. Daarnaast is sprake van een ruziesfeer en gebrek aan collegialiteit.
De onvolwassen verhoudingen vertalen zich in de aanbevelingen van Heldoorn: ’waardeer verschillen’, ’relativeer’, ’beëindig de discussie na de besluitvorming’, ’hou het zakelijk’. Dat zijn tips die je verwacht voor een stel moeilijk opvoedbare pubers en niet voor een gemeenteraad.
Het geschetste beeld is niet nieuw, want het bestaat al meer dan tien jaar en wordt steeds erger. Hoe het zo ver heeft kunnen komen? Ik zie twee oorzaken. In de afgelopen jaren heeft de raad geen zelfcorrigerend vermogen opgebracht. Men doet aan het geklooi mee of huldigt het motto ’This is Waterland’: het is hier nu eenmaal een bende en dat zal zo blijven. Leiderschap - vanuit het gemeentebestuur - om tot verandering te komen ontbreekt. Ook achtereenvolgende burgemeesters is dat niet gelukt of gegund.
De tweede oorzaak ligt in het feit dat Waterland een mini-gemeente is met voornamelijk beheertaken en weinig nieuw beleid. Als er niet veel inhoudelijks valt te besturen, stort men zich op procedurele zaken, op details en op elkaar. In de bestuurskunde noemt men dat wel de ’de Wet van klets’: de beschikbare tijd wordt altijd volgekletst, ook als er geen echte vraagstukken zijn.
Wat te doen met het rapport? Gezien de eerdere ervaringen zal de gemeenteraad de neiging hebben om de angel eruit halen en vooruit te schuiven. Naar de nieuwe burgemeester Marian van der Weele bijvoorbeeld, met de vraag om met het rapport ’aan de gang te gaan’. Dan kan de raad weer achterover leunen en afwachten, want zij moet zich toch eerst een eigen indruk vormen. Of er wordt een externe adviseur ingehuurd die ook weer zijn eigen pirouetjes gaat draaien. Intussen gebeurt er niks.
De gemeenteraad moet zelf aan de bak. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de CDA-fractie. Dat is grootste groepering in de raad én een fractie die het standpunt huldigt dat Waterland als kleine gemeente zelfstandig kan blijven voortbestaan. Deze fractie zou het voortouw moeten nemen om met alle gemeenteraadsleden op korte termijn een concreet verbeterprogramma af te spreken.
De verantwoordelijkheid van de gemeenteraad weegt extra zwaar, omdat wij als burgers van Waterland 17% extra OZB-belasting betalen om de zelfstandigheid van de gemeente te bekostigen (extra personeelskosten). Daar krijgen we dan een ruziënde kleuterklas voor terug. Je zou het ook als een wat hoog uitgevallen vermakelijkheidsbelasting kunnen zien. Maar daar is een behoorlijk gemeentebestuur toch iets te belangrijk voor.

Friso de Zeeuw
oud-wethouder van de gemeente Monnickendam
oud-gedeputeerde van Noord-Holland
