Over de (Bernhard)brug

De Bernhardbrug is net als de krant, je kunt hem niet missen, geen dag. Wat is het fijn om over de brug te komen en weer thuis te zijn. En wat is het heerlijk om over de brug te gaan en er even tussenuit te zijn. Even naar Amsterdam of wie weet, naar Parijs misschien. Straks mag het vast wel weer. Over de brug en dan weer terug.
Elke grote reis begint met één stap zeggen de filosofen, maar hier begint alles met de Bernhardbrug. De vraag is of dat wel goed blijft gaan de komende jaren. Aan de Pierebaan wordt gebouwd en op het Galgeriet komen ook allemaal nieuwe woningen en die mensen willen naar hun werk en die kinderen willen naar school en studeren en dan wil iedereen ook nog naar de grote stad en op vakantie naar het buitenland met nog grotere steden. En dat allemaal over onze lieve, kleine Bernhardbrug.
Zal die dat allemaal wel aankunnen, dat is de grote vraag. Staat er straks niet permanent een eindeloos lange file, of zal het allemaal wel meevallen, zoals sommige politici zeggen. Degenen die er ieder dag langskomen weten dat het niet zal meevallen, maar vastlopen. Zij kunnen ook zien dat vier banen makkelijk kan. Er is aan beide zijden genoeg ruimte. Een beetje planoloog tekent er zo een mooie, nieuwe brug met alle toelopende wegen. Geen enkel probleem.
Het probleem zit in het gemeentehuis, waar de beslissing niet wordt genomen. Waar de brug nog niet eens op de agenda staat. Die komt daar pas op als het Galgeriet klaar is en het verkeer vastgelopen. ‘Misschien moeten we ook eens gaan nadenken over de verbreding van de Bernhardbrug,’ zal je dan een wijsneus in de raad kunnen horen zeggen. Ja dan, wanneer het feitelijk te laat is. Het is nu al zeker dat de brug ooit verbreed moet worden. Beter is het om die beslissing dan maar gelijk te nemen. Daar wordt iedereen blij van. De Bernhardbrug, daar kun je mee thuiskomen. Misschien kunnen we dan ook alvast nadenken over een andere naam.
