Dichter des Waterlands deel 4: Bibliotheek
Evert Smit is de eerste Dichter des Waterlands. Een jaar lang zal hij deze eretitel dragen. Gedurende het jaar zal hij gedichten schrijven over gebeurtenissen in Edam-Volendam en omgeving. Aan het einde van het jaar verschijnt er een bundel met zijn mooiste gedichten.
Bibliotheek
Een bladzijde slaat om, een kwartje valt, dakloze woorden
Hebben weer thuis waar de zin van gisteren voor morgen valt
Je gezicht, na eeuwen rimpelend als koren en kaf
Weer van weleer stralend met vers geslepen toverstaf
Onder wolkendek voel ik hoe je papier brutaal kartelt,
snijdend door flikkerend scherm dat ons opdrogende geduld
overstroomt met wegwerpvoer voor de geest, aaiend stil
breek je de ramen van onze bovenkamer open, huisfeest
Getooid achter scherm gids je ons door de boekenberg
waar liefdesbewakers van de woordenschat kaften als
zaadjes wortelen in deelbaar verstand, zwoegend
op oude leest van zo diep letteren tot het geen kwaad kan
Door jou bezweer ik dat lenen tijd kost, en tijd zelf ook geleend is
om te leren zwemmen in mijn gedachtenmeer, waar jij broodnodig blijft
als badmeester, om me op te vissen en weer terug te kieperen in
die wonderspiraal van het onzichtbare, wijsheid in trappelstand
Achter jouw kaften schijnt zon nog altijd na het donkerste donker
en daarmee feller, jou wegschrijven is dus wortels wissen als zullen
wij verdorren in de zoektocht naar het maakbare van diepte,
wij toch al woestijnende akkers van verbeelding
Bieb, blijf je vruchtbare inkt gieten in uitleen
Laat ons je ziel mogen houden als bergwater voor verstand
Bieb, alleen jij rekt de boomgrens op van binnenwonderland
Evert Smit, Dichter des Waterlands
