Naar de inhoud

De cultuur achter het kunst & cultuurbeleid binnen de kom Volendam (Deel I)

Bron: En-Clave

„De veerkracht van deze dorpen is indrukwekkend. Ook in de families die ik volgde, zag je hoe visserszonen als ondernemer grote internationale firma’s zijn begonnen. Innovatief zijn ze meestal niet, maar ze werken hard en voeren verstandig, behoudend financieel beleid.”

(Eva Vriend tijdens een interview in het NRC d.d. 9 februari 2020, naar aanleiding van de verschijning van haar boek Eens ging de zee hier tekeer (2020)).

‘Verstandig, behoudend financieel beleid’?

Vriends boek gaat over Urk, Volendam, Wieringen en Spakenburg voor en na de aanleg van de Afsluitdijk. Een belangrijke cesuur. In mijn gelijknamige artikel Eens ging de zee hier tekeer naar aanleiding van haar boek stelde ik vast dat het voor Volendamse organisaties inderdaad kenmerkende ‘behoudende financiële beleid’ geworteld lijkt in de visserij, én dat dit behoudende financiële beleid ook terugkomt in maatschappelijke sectoren die – anders dan de visserij – niet worden gekenmerkt door sterk fluctuerende inkomsten zoals bijvoorbeeld het onderwijs (de SKOV is in Volendam onderwijsmonopolist) of de openbare financiën (de gemeentebegroting). Of er in dat geval ook nog sprake is van verstandig financieel beleid is op zijn minst twijfelachtig. Elke financieel econoom weet dat een financieel beleid ook te conservatief kan zijn.

Toch zien de financieel managers die onze lokale politiek bevolken vanuit hun blijkbaar beperkte denkkader het maatschappelijk rendement (of eigenlijk het gemis daarvan) van kunst & cultuur niet. Gaan zij er vervolgens impliciet vanuit dat dit, omdat het moeilijk of niet meetbaar is, daarom verwaarloosbaar is? Voor een hamer lijkt alles op een spijker, en één zwaluw (de motie van 8 november 2021, zie ook hierna) maakt nog geen zomer.

Onverstandig, behoudend financieel beleid

Van onverstandig, behoudend financieel beleid lijkt in Edam-Volendam kortom duidelijk sprake te zijn bij de investeringen in kunst & cultuur die immers ver achterblijven bij de rest van Nederland. Edam-Volendam geeft per hoofd van de bevolking in vergelijking met soortgelijke gemeenten minder dan de helft uit aan kunst & cultuur (E24 versus E55). In totaal gaat het dan om een jaarlijks bedrag van E1.116.000! (E55 – E24 is E31 X 36.000). Het verschil wordt nog groter wanneer je het vergelijkt met het landelijke gemiddelde (E24 versus E98). En dat misschien al wel decennialang!

Mogelijke maatschappelijke oorzaken en gevolgen

Wat zijn de oorzaken van dit opvallende verschil? Welke maatschappelijke gevolgen hebben deze mogelijk al decennialange achterstallige investeringen? Geven degenen die nu om het hardst zouden schreeuwen: géén! waaronder veel van onze (feitelijk) anonieme reaguurders, er in hun vaak op de man gerichte bijdragen dan geen blijk van over weinig cultureel invoelingsvermogen of culturele verdraagzaamheid te beschikken? En vormen zij daarmee – ironisch genoeg – geen typische eindproducten van ons karige kunst- & cultuurbeleid (inclusief onderwijs)? Er dreigt een licht maar gevaarlijk naar binnen draaiende, en dus steeds kleiner wordende vicieuze cirkel. Of is deze al decennia geleden in gang gezet?

Vormen sterk achterlopende investeringen in kunst & cultuur een symptoom van iets anders?

Kunnen er – behalve in de kunst & cultuursector zelf – in onze dorpssamenleving meer maatschappelijke gevolgen van deze achterstallige investeringen in kunst & cultuur worden aangewezen? Denk daarbij aan onze lokale economie (zie ook hierna), de lokale politiek, landelijk stemgedrag en onze lokale cultuur in de breedte. Vormen sterk achterlopende investeringen in kunst & cultuur een symptoom van iets anders? Zo ja, waarvan? Moet niet elke lokale politicus zich deze vragen ook stellen? Ik probeer in dit en latere delen daar ook een antwoord op te vinden. Ligt mijn horizon als dorpsbewoner verder dan die van de gemiddelde lokale politicus?

‘Innovatief zijn ze meestal niet’

Indien je innovatief als (met) verbeeldingskracht interpreteert, herken ik wat Volendam aangaat veel in Vriends bewering. Hierna beperk ik mezelf in eerste instantie tot onze lokale economie. De Volendamse economie bestaat voor een groot deel uit de groot- & detailhandel in vis, de horeca & toeristenbranche, de bouwnijverheid, de amusementssector en de zakelijke dienstverlening. Ongetwijfeld zijn er Volendamse bedrijven c.q. ondernemers die vooral drijven op hun innovatieve vermogen, maar over het algemeen lijkt out-of-the-box-denken geen Volendamse specialiteit.

Zo lijken de goed zichtbare Volendamse horeca & toeristenbranche en de amusementssector typische voorbeelden van bedrijfstakken waar weinig innovatie lijkt plaats te vinden. Vaak leidt dat tot een strategie die primair is gericht op het beschermen van wat men (nog) heeft. En dat laatste lijkt met name in de horeca- & toeristenbranche duidelijk zichtbaar. Volgens velen verkoopt Volendam een achterhaald toeristisch product (Lonely Planet noemt Volendam ‘a tourist trap’) en weinig vernieuwende, volgens een beperkte formule gemaakte, Nederlandstalige consumptiepop.

Het imago – economen spreken bij in zekere zin vergelijkbare situaties van (ongewenste) externe effecten – van dat lucratieve laatste product is op zijn minst bedenkelijk. De Speld in de Volkskrant d.d. 8 januari 2019 naar aanleiding van het idee om in de gemeente Edam-Volendam een muziekwijk (straatnamen) te creëren: ‘Geweldig nieuws voor inwoners van Volendam: het dorp krijgt eindelijk zijn eigen kutmuziekwijk.’

De (gemiddelde) Volendammer doet niet aan cultuur

Bestaat er een direct verband tussen van oudsher weinig aandacht voor kunst & cultuur in het onderwijs en het maatschappelijk leven aan de ene kant, en een overwegend weinig innovatieve, en (ook van oudsher) weinig gediversifieerde lokale economie aan de andere kant? Vormen dit twee kanten van dezelfde medaille? Alvorens deze discussie in volgende delen wat breder (meer maatschappelijke sectoren) te trekken, eerst even terug naar die voor Volendam zo kenmerkende muziekbranche die symptomatisch lijkt voor onze achterblijvende investeringen in kunst & cultuur. Want het monopolistisch georganiseerde onderwijs en de conservatieve, zuinige gemeente investeren te weinig in kunst & cultuur (waaronder muziek) – de SKOV weer wel in drie extra bovenschoolse gymleraren maar niet in één bovenschoolse cultuurdocent – om een hogere kwaliteit op dit punt te faciliteren. De duivel schijt altijd op de grootste hoop.

De SKOV leidt kiezers op die kunst- & cultuur onbelangrijk vinden, en die ook weinig begrip hebben van, en voor andere culturen. Zelf verwachten Volendammers van onze muziek makende jeugd trouwens ook niet meer dan dat ze iets héél erg goed na kunnen doen: zó van het plaatje! Oftewel de dood in de pot. Indien er wel eigen materiaal wordt gemaakt is het een vereiste dat hiermee wel veel geld kan worden verdiend; anders doe je er immers niet toe.

Wat betreft onze horeca- & toeristenbranche handelen onze politici uit principes zoals dat de markt (VD’80, VVD) of de gemeenschap (CDA) een en ander zelf moet oplossen. Principes zijn belangrijker dan verbeteringen die goed zijn voor de uitstraling van ons dorp en onze gemeente.

Hier meer op de site van En-Clave.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.