In memoriam Jan Medik
Ons bereikte het droeve bericht dat op 83-jarige leeftijd Jan Medik is overleden. Met het overlijden van Jan verliezen we een zeer betrokken EVC-er die heel veel voor onze vereniging gedaan heeft. De naam Medik is onlosmakelijk met EVC verbonden.
Zo werd ook Jan lid van EVC en haalde net als zijn vader EVC 1. Na een aantal jaren in het 1e gespeeld te hebben stapte Jan over naar het ‘zegerijke’ Zondag 6 dat in 1967 werd opgericht. Het team van oud-eerste elftalspelers reeg de kampioenschappen bijna aaneen tot men in 1978 gezamenlijk besloot om met voetballen te stoppen.
Jan was ondertussen al volop bezig met vrijwilligerswerk bij EVC. Zo zat hij in het begin van de jaren ’70 een aantal jaren in het bestuur en was samen met Joop Kunst één van de gangmakers van de legendarische Cabavue die van 1973 tot 1977 werd georganiseerd. Ook was Jan enige tijd leider van EVC 2 en toen zijn zoon Marco lid werd van EVC raakte hij als leider betrokken bij de jeugdafdeling. Ik zie ons als 8-jarige spelertjes van de B3 pupillen nog staan in de kleedkamer op het complex achter de Ambachtschool, waar onder leiding van Jan voor de wedstrijd eerst de opstelling werd geoefend.
Na zelf met voetballen te zijn gestopt werd Jan scheidsrechter, bij EVC en bij de KNVB, waar hij vooral jeugdwedstrijden floot. Met het vrijwilligerswerk bij EVC ging Jan onverdroten voort en zo werd hij wedstrijdsecretaris. Een taak die hem op het lijf geschreven was, want Jan was zeer secuur. Trouwe luisteraars van de LOVE konden iedere zondagochtend van de humor van Jan genieten als hij werd gebeld door presentator Henk van Montfort. Henk informeerde naar de uitslagen van de zaterdag en het programma van de zondag, wat vaak uitmondde in een kolderiek gesprek dat nergens over ging.
Zijn laatste vrijwilligersklussen waren de EVC-Corner (samen met zijn vrouw Wil en oa Cees en Annie Krol zorgen dat de bladen geraapt en geniet werden) en de grijze ploeg die iedere maandagochtend de rommel van het complex raapte en de vuilnisbakken rondom de velden leegden. Voor al zijn vrijwilligerswerk bij EVC werd Jan in 2012 benoemd tot lid van verdienste.
Maar bovenal was Jan een supporter van EVC 1 waar hij samen met Wil trouw de thuiswedstrijden bezocht om na afloop gezellig met zijn EVC-vrienden lang in kantine te blijven zitten. Ondanks zijn broze gezondheid heeft Jan dit tot het laatst volgehouden. Wij wensen Wil, Marco en Jan-Kees en verder familie veel sterkte met dit verlies.
Bestuur EVC
Voor het jubileumboek bij het 100-jarig bestaan werden Jan en Joop Kunst door Harry Schuitemaker geïnterviewd. De tekst van dat interview is hieronder terug te lezen.
Lachen met de Cabavue
Naast de EVC-Bouwmarkt was er in de jaren zeventig nog een andere inkomstenbron die uiterst succesvol mag worden genoemd. Van 1973 tot 1977 werden er jaarlijks Cabavue’s georganiseerd die zelfs vier keer een tot de nok gevuld Damhotel opleverden en een bomvolle sporthal Het Bolwerck. Cabavue was een samenvoeging van de woorden ‘cabaret’ en ‘revue’. Het was de legendarische Volendammer Pé Mühren - lange tijd stadionspeaker van FC Volendam - die met deze titel op de proppen kwam. Hij was tevens de geestelijke vader van de sketches die door EVC-leden op de bühne werden vertolkt.
Twee thans nog zeer bekende gezichten in het Cabavueteam waren Joop Kunst (1935) en Jan Medik (1938). Deze EVC-veteranen waren altijd wel te vinden voor een flinke dosis melige humor en met schrijver Pé Mühren werden beide lolbroeken op hun wenken bediend.
Hoe was Cabavue begonnen? Daarover zijn de beide heren het al snel eens. ‘Het vijftigjarig bestaan van EVC werd indertijd gevierd in de AMVO’, haalt Joop aan. ‘Nic Bouwes had ervoor gezorgd dat Rudi Carrell een optreden zou verzorgen. Toen er vijftien minuten van dat optreden waren gepasseerd vroeg iedereen waar Carrell was gebleven. Die zat namelijk alweer in zijn auto richting Duitsland, want zijn sketch was dermate slecht dat er vanuit het publiek door niemand op werd gereageerd. Met die ervaring in gedachten vroeg Jan ‘Slof’ Schilder jaren later Pé Mühren of hij voor EVC een voorstelling kon schrijven waarmee een avond gevuld kon worden in het Damhotel. Zo’n uitvoering zou dan worden georganiseerd ten behoeve van het nieuwe complex dat aan de Keetzijde was gepland.’
Terwijl Jan een kop koffie van zijn vrouw Wil krijgt ingeschonken vult hij Joop aan. ‘Pé kwam toen met een ongelooflijk hilarisch verhaal. Er keken mensen in een café naar een voetbalwedstrijd toen een kaaskoningin hen wegtoverde naar het jaar 1600. Wij liepen allemaal rond in klederdracht en hadden bijvoorbeeld met Jan Langkemper een marktkoopman die grafzerken verkocht met de verkoopleuze: “Bestel hier de grafzerk voor uw schoonmoeder haar verjaardag. Liggend & Rechtop”. Complete onzin natuurlijk, maar het sloeg flink aan. Er zat bij die voorstelling ook nog muziek die was geschreven door Arnold Mühren. Onze pianist Henk van Essen had er enige moeite mee, maar verzekerde Pé dat het allemaal goed zou komen. Ik laat het aan anderen over om te beoordelen of dit ook wel het geval is geweest.’
Het jaar erop stonden de mensen in het Damhotel zelfs tot op de vensterbanken om niets te hoeven missen van de tweede Cabavue. Joop herinnert het zich nog levendig. ‘Deze keer had Pé de oliecrisis in de Cabavue verwerkt. Zo moest er iemand naar Koeweit om een oliesjeik over te halen om geld te steken in het EVC-complex. Hoe je er in godsnaam opkomt is mij een raadsel, maar Pé had een onbegrensde fantasie. Toch is hij ooit eens naar de kroon gestoken door Herman Nordmann. Tijdens een voorstelling leek het er even op dat het decor het publiek in zou vallen en toen is Herman het toneel op gelopen en heeft vijftien minuten lang een verhaal opgehangen waar niemand ene jota van begreep. In de tussentijd kon zo het decor gerepareerd worden en ging de voorstelling vrolijk verder. Pé had enorm veel respect voor dat staaltje improvisatiekunst van Herman.’
Voor de derde uitvoering moesten Jan ‘Slof’, Joop en Jan op audiëntie bij Pé. Joop: ‘“Weten jullie al waar het dit keer over moet gaan?”, vroeg hij ons. Wij hadden natuurlijk niet het flauwste vermoeden en iemand van ons kwam zomaar met de opmerking: “Het moet gaan over een boer die zijn land niet wil verkopen als hij niet tien cent meer krijgt per vierkante meter.” Voor Pé was dat al meer dan voldoende. “Oh, maar dan weet ik wel hoe ik daar een verhaal van moet maken, jongens”, zei Pé en hij kwam weer eens aanzetten met een zootje onzin waar iedereen zich om bescheurde.’
Jan kan zich nog herinneren dat er een speciale melkbus langs de weg stond voor de coöperatie. ‘Pé had bedacht dat het best wel leuk zou zijn om per ongeluk de melkbus te verwisselen met een bus met stierenzaad. Zoals wij al aangaven, de man bedacht vanuit het niets iets.’
De Cabavue haalde al met al een flink bedrag op voor de bouw van het nieuwe complex aan de Keetzijde. Twee avonden optreden in het Damhotel in 1973 leverde alleen al tweeduizend gulden (circa negenhonderd euro) op. En daar was het de EVC’ers Kunst en Medik uiteindelijk om te doen, al was eens te meer gebleken hoe leuk het is om met vrijwilligers iets creatiefs en origineels te organiseren waar heel veel mensen plezier aan beleven.
