Overpeinzingen vanuit de Volendammer Zaal (slot) – Schilderij 9: Begrafenis van een visser
Een zelf bedacht en samengesteld museum waar je in je hoofd kunt ronddwalen; dat sprak tot de verbeelding. En dat doet het nog steeds.
In zijn artikel dat in 9 afleveringen op enClave verschijnt neemt Marcel Tuyp zijn lezers bij de hand door zijn denkbeeldige museum waar het kunstenaarsverleden van Volendam centraal staat.
Augustin Hanicotte, Begrafenis van een visser, ca. 1911, olieverf op doek, 229,8 x 234,8cm (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt)
‘Daar gaat Annie Kot zei men als hij op Volendam voorbijging’, aldus B.W.E. Veurman in zijn Volendammer Schilderboek (1972, p. 51). De op 22 juli 1870 in het uiterste noorden van Frankrijk gelegen Béthune geboren Augustin Hanicotte (1870-1957) studeerde aan het prestigieuze L’École des Beaux-Arts in Parijs, werkte vanaf 1890 een tijd in Montmartre met postimpressionist Henri de Toulouse-Lautrec, en leefde vervolgens van 1899 tot 1916 op Volendam en onder Volendammers.
In 1914 trouwde Hanicotte in Parijs met Trinette Spaander. In zijn artikel Une vision colorée de Volendam à Collioure (1982) legt de aan het Franse veilinghuis Nouveau Drouot verbonden schrijver François Bouchard de nadruk op de stijlkenmerken die Hanicotte verbinden met onder meer de Franse post-impressionist Paul Gauguin (1848-1903) en Vlaamse tijdgenoten. Met betrekking tot de onderwerpkeuze en stijl van Augustin Hanicotte citeert hij de Franse kunstcriticus Louis Hourticq:
‘Hanicotte vertrok toen naar Holland en zocht daar vooral naar etnografisch interessante, kleurrijke taferelen. Hij werd op zijn wenken bediend toen hij in Noord-Holland de kleine vissersplaatsjes bezocht. Hij vestigde zich in het dorp Volendam aan de Zuiderzee. Dat werd gedurende een tiental jaren zijn onderzoeksterrein. Hanicotte keek daar met veel genoegen naar de vreemde klederdracht en het bijzondere type mensen. Daar ging voor hem een soort vrolijkheid van uit.In een aantal werken, uit de eerste jaren, is hij misschien gevoelig geweest voor de melancholie die de natuur en de mensen hier, onder de dreigende aanwezigheid van de zee, kenmerkt, getuige enkele schilderijen met een droeve poëtische inslag. Maar wat overheerst in het meeste werk, zoals in zijn talloze schetsen en krabbels, is toch wel die uitgelaten vrolijkheid die hij waarnam; hij kijkt met een geamuseerde blik; zijn visserlui zijn van een onbetaalbare geestigheid en zijn kleurenpalet, vroeger overheerst door sombere kleuren, is ook opgeklaard, het licht danst en zingt daarin op de muziek van de wilde kermissen.’ (Art et Décoration, jaargang 1921, vertaling Jaap Molenaar).
Hanicotte was zowel aquarellist, pastellist, schilder als fotograaf. Toen hij in 1916 om gezondheidsredenen het vochtige Volendam verliet, verhuisde hij naar het voormalige atelier van Matisse in het Zuid-Franse Colliourre, dicht bij de Spaanse grens aan de oevers van de Middelandse Zee. Daar werd zijn werk al bonter van kleur.’
Hier het hele artikel van Marcel Tuyp op de site van En-Clave.
