Het onwaarschijnlijke voetbalsucces van Nederlands enige rooms-katholieke vissersdorp verklaard
Zowel demografische, genetische, culturele en zelfs religieuze factoren lijken allen een noodzakelijke rol te hebben gespeeld bij de oorsprong van Volendams sportieve successen.
Al eerder keek ik met behulp van de internationaal vermaarde cultuurtheorie van organisatiepsycholoog Geert Hofstede naar bepaalde aspecten van de Volendamse cultuur in vergelijking met de ‘gemiddelde’ Nederlandse cultuur. Hierna probeer ik onder andere met behulp van zijn theorie cultureel te verklaren waarom Volendam zo succesvol is in voetbal/teamsport. Ook mogelijke demografische, genetische (inclusief een kleine steekproef) en religieuze verklaringen komen aan bod. Allereerst wat relevante cijfers.
Wat cijfermatige kerngegevens
De gemeente Edam-Volendam leverde in Nederland met 1,7 het hoogste aantal voetbalinternationals per 10.000 inwoners. Volendam is bij mijn weten het enige Nederlandse dorp dat een betaald voetbalorganisatie (BVO) voortbracht. Het basiselftal van Volendam bestond vanaf de oprichting in 1920 tot seizoen 1967-1968 geheel uit Volendammers en tot seizoen 1975-1976 minimaal voor 90%. Tussen 1955 en 1976 speelde Volendam negen jaar op het hoogste niveau. Bijna de helft van die twintig jaar dus. In 1958 werd in het Olympisch stadion de bekerfinale met 4-3 verloren van Sparta.
En dat allemaal met voetballers die vrijwel allemaal afkomstig waren uit een dorp dat in 1976 rond de twaalfduizend inwoners telde. Hoe is dat mogelijk? Volendam is ook het enige rooms-katholieke vissersdorp in Nederland. Toeval? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. En bovendien intellectueel onbevredigend. Allereerst zoom ik even in op die voor het dorp Volendam ongekend succesvolle jaren zeventig. Een bijzondere periode waarin ook de grootste juridische structuurwijziging in honderd jaar voetbal in Volendam tot stand kwam.
Hier het hele artikel van Marcel Tuyp op de site van en-Clave.
