Schaatsreserve in Peking: hoe ga je om met die ondankbare rol?
Mee naar Peking, dagelijks schaatsend tussen de olympiërs, maar in principe niet mogen rijden. Het is het lot van de reserves Dai Dai N’tab, Beau Snellink, Merel Conijn en Melissa Wijfje. Hun gevoelens zijn een wereld van verschil. Van ‘heel leuk’ tot ‘enorm lastig’.
Van het sprankje hoop dat N’tab en Merel Conijn ergens nog hadden op een olympisch debuut, is niets meer over. Voor de individuele nummers mochten reserves bij de vrouwen uiterlijk gisteren en bij de mannen uiterlijk vandaag worden ingezet. Daarna moet de vervanger van een afgemelde rijder binnen de al bestaande equipe worden gezocht.
Voor langeafstandssensatie Conijn scheelde plaatsing nagenoeg niets. Zij kijkt, pas 20 jaar, haar ogen uit. “O, leuk!” roept ze verrast als blijkt dat ook zij een interviewaanvraag heeft gekregen. Ze omschrijft haar aanwezigheid als reserve als ‘apart’, maar gaat er ogenschijnlijk allesbehalve onder gebukt: ze is een en al vrolijkheid. “Anderen zijn gespannen, meer gefocust. Ik heb meer vrijheid om alles wat ik hier zie volledig in me op te nemen. Ik heb geen echte zenuwen en probeer me hier zo goed mogelijk voor te bereiden op de WK allround in maart.”
Hier het hele Premium artikel op de site van het Parool.
