Buurmans land komt maar één keer te koop
Jeroen Leek woont met Jana, dochter Vanessa en zoon Robin in De Purmer, de oude melkfabriek aan de Oosterweg. Het gebouw werd in 1901 neergezet voor de verwerking van melk tot boter en kaas. Foto: Jana, Robin, Jeroen, Vanessa, tevreden bewoners van de Pumer - foto Yvonne Jonkman.
Het pand heeft nu een woonfunctie maar deed ook dienst als poetslappenwasserij, krokettenfabriek en voor de handel in tuinmachines. Van oktober tot maart is het winterstalling voor bussen en werkplaats om bussen te verbouwen. Jeroen is in het dagelijks leven klompenmaker, laat er jaarlijks zo’n 20.000 paar maken in de Gelderse Achterhoek. Daarnaast is hij werkgever van Lake Company Services Ltd dat zich richt op administratie en horeca.
‘Schuurfeesten bij Van Baar staan nog scherp in mijn geheugen. Meedoen als 14-jarige, het was waanzinnig. Toen ik 24 was reed ik met mijn vader een rondje door de Purmer op zoek naar permanente woonruimte want wonen boven de fietsverhuur in Edam was ook niet alles. De oude melkfabriek stond al ruim 2 jaar te koop. Op een dinsdag hebben we een bod gedaan en op vrijdag ben ik verhuisd.’ Jeroen vervolgt: ‘Het pand was verloederd, maar ik keek daar doorheen, zag de potentie en ik had vooral de energie om er tegenaan te gaan.’
Mooiste herinnering
‘Er kwam een groot thuisgevoel over ons heen toen Jana en ik in 2013 met onze pasgeboren Vanessa het erf opreden. Thuiskomen in de Purmer, onze plek, het voelt als een mijlpaal. Zo voelt dat ook met het overlijden van onze buurman Dirk Pronk die 93 jaar is geworden. Greep me aan.’ Jeroen vertelt dat de erven Pronk hem gegund hebben om het huis en erf te kopen. Nu is het terrein van de toenmalige melkfabriek weer een geheel. Het aloude gezegde ‘buurmans land komt maar één keer te koop’ gaat hier ook op.
Toekomst van de polder
Jeroen kiest bij woningbouw absoluut niet voor hoogbouw. Hij oppert juist om voor de helft van de woning in de diepte te gaan. ‘Natuurlijk hoop ik met heel mijn hart dat de polder groen blijft, maar datzelfde hart zegt ook dat er gewoond moet worden. Aan enige verstedelijking zullen we niet ontkomen. Een groene polder met een woonfunctie is dan het beste scenario.’
Op de vraag wat je merkt van drie gemeentes die bemoeienis met de Purmer hebben is Jeroen kort: ‘In het dagelijks leven helemaal niks. Ik ben blij met het stukje Edam-Volendam, vergunningen gaan soepel. Met Purmerend, zo is mijn ervaring, lopen de zaken moeizamer, heeft eigen plannen op bestuurlijk niveau en luistert onvoldoende naar de burger.’
Waarom 400 jaar vieren?
‘Vieren is vooral sociaal, samenkomen als buurt, elkaar spreken, maar vooral waarderen dat er ondanks de druk van bouwen, nog steeds geboerd wordt en dat er producten van het land komen’ Vanaf het dakterras van de melkfabriek nog een paar laatste woorden tot besluit van dit gesprek: ‘Gelukkig is nog niet alles al aan projectontwikkelaars verkocht want wat eenmaal bebouwd is, wordt nooit meer groen.’
