Eens was Volendam voor bezoekers een totaal andere wereld leek wel. Alleen al om er te komen (boot/tram/trekschuit) was al een bezienswaardigheid. Het trok kunstenaars, schilders en fotografen aan uit alle delen van de wereld. Volendam breide zich achter de dijk steeds verder uit de polder in en wat oud en versleten was werd gesloopt om plaats te maken voor modernere nieuwbouw. Zo ging dat gewoon. Oude huisjes op de dijk werden gesloopt, samengevoegd en verbouwd tot tralala of toeristenbedrijf. Alles wat niet meer nodig was zoals een scheepshelling, werd gewoon gesloopt om plaats te maken voor een aanlegplaats voor plezierjachten. Alles werd voor de rest zo strak mogelijk getrokken. Het is eigenlijk nog een mirakel dat de afslag er nog staat. Visserijactiviteiten kan men nauwelijks nog aantreffen. Wat eens een bedrijvige loswal was, is heden ten dagen gevuld met stoeltjes en tafeltjes om inwoners en toeristen van drank en eten te voorzien.
Toch is het nog steeds voor veel mensen interessant om Volendam te bezoeken. Zelfs voor Volendammers blijft het nog altijd een beleving om vanuit het dorp de dijk op te klimmen om die weidse omgeving te aanschouwen.
Nou kan je van alles gaan bedenken om nog meer bezoekers/toeristen aan te trekken. Het is onder normale omstandigheden eigenlijk al druk zat. Maar laten we alstublieft oppassen dat het geen pretpark wordt met muurfoto’s, fiets, scooter, step, of e-car routes en allerlei klederdrachtgekkigheid of lullige spelletjes zoals “zoek de bekende Volendammer”.
De gemiddelde toerist wandelt over de dijk. Eet en drinkt wat, laat zicht in kostuum fotograferen en koopt wat uit een van de toeristenwinkels. De meesten hebben werkelijk geen idee wat er zich vroeger echt heeft afgespeeld. Daar zijn nog maar heel weinig sporen van over. Ik weet niet of de gemiddelde dagtoerist daar tijd voor heeft, neemt of krijgt, maar één groot Volendams Museum, aangevuld met muziek en sporthistorie, zou eigenlijk in de toekomst, ergens op of aan de dijk, een veel prominentere plaats moeten krijgen.