Naar de inhoud

In memoriam Coen Uijt de Boogaardt

Bron: EVC Edam

Ons bereikte het verdrietige bericht dat erelid Coen Uijt de Boogaardt op 81-jarige leeftijd is overleden.

Coen is geboren in Kampen, maar toen hij een jaar of 17 was verhuisde het gezin naar Edam, omdat zijn vader hier werk kreeg. Coen was gek van voetbal en werd lid van EVC. Hij begon in de jeugd, ging bij de senioren eerst naar het 4e en speelde als invaller nog wat wedstrijden in de Zondag 1. Daarna speelde Coen jarenlang als spits in diverse elftallen op zaterdag. Als laatste bij de veteranen in de Zaterdag 6, het elftal van oud-eerste elftalspelers met mannen als Gerrit Kaas, Siem Dik en Herman Aberson, waar hij ook wekelijks zijn doelpuntjes meepikte.

Ondertussen was Coen door Piet Bierdrager al ingelijfd als vrijwilliger. Uiteindelijk bleef hij 25 jaar leider van vele jeugdelftallen en was hij ook leider en grensrechter bij de Zondag 1. Daar kwamen in de loop der jaren tal van taken bij zoals trainer, kantinediensten, lijnen trekken en onderhoud van het materiaal. Maar van de huidige leden kennen de meesten Coen van het kleedkamerbeheerder dat hij in 1998 op zich nam.

Bijna 20 jaar was Coen op zaterdag voor iedere speler die de entree naar de kleedkamers binnenstapte het gezicht van EVC. Bij Coen in het beheerdershok haalde je de sleutel, de wedstrijdbal, de ketel met thee of limonade en bracht je na afloop alles weer terug. Iets niet terugbrengen was geen optie, net als rommel maken in de gang, wc of kleedkamer. Coen zorgde er persoonlijk voor dat het beneden in het clubgebouw geen zooitje werd en dat er niets kwijtraakte.

Na zo’n 45 jaar vrijwilligerswerk werd Coen in mei 2013 tijdens het 100-jarig bestaan benoemd tot erelid. Voor Coen geen reden om te stoppen en ook na het overlijden van zijn vrouw Mijntje ging Coen door bij EVC. Helaas kreeg hij een paar jaar geleden problemen met zijn gezondheid, die er toe leidden dat hij moest stoppen met zijn vrijwilligerswerk. Bij EVC bleef hij nog regelmatig komen tot zijn verhuizing naar de Nicolaashof in Volendam, nu ruim 2 jaar geleden.

Coen, dank voor het vele werk dat je voor EVC hebt gedaan en rust zacht.

Namens het bestuur,
Erwin Rossenaar


Voor het jubileumboek bij het 100-jarig bestaan werd Coen door Harry Schuitemaker geïnterviewd. De tekst van dat interview is hieronder terug te lezen.

‘Ik kreeg het hele pakket in de schoot geworpen’

Waar anders kun je het beste een gesprek hebben met Coen dan in zijn ‘kantoor’, dat als voorportaal van de kleedruimtes dient. De EVC’er, die niet bepaald op z’n mondje is gevallen, is een persoon waar je maar moeilijk omheen kunt. Zelfs al maak je een praatje met deze rasverteller, zijn haviksogen ontgaan niets en wee je gebeente als je rare fratsen uithaalt. Coen schroomt niet om het je even duidelijk in te peperen. Gelukkig duurt het vrij kort voordat er zich weer een brede glimlach rond zijn mond vormt. Lang boos blijven is er niet bij. Coen Uijt de Boogaardt (1940) heeft te veel om te vertellen.

Bijvoorbeeld over de wijze waarop hij vrijwilliger bij EVC werd. Coen: ‘Ik heb zo’n 25 jaar bij EVC rondgelopen als leider en grensrechter. Zowel bij de junioren als bij de senioren. Ze wisten mij altijd wel zo gek te krijgen om iets te doen bij EVC. Dus op een zekere dag - in het jaar 1998 - loop ik Jan Keizer (de onderwijzer) tegen het lijf en die zegt tegen mij: “Ik weet een heel leuk klusje voor jou.”

Nu stond ik achter de bar in de kantine en zat dus niet echt op een bijkomend klusje te wachten. Maar ik kon toch moeilijk nee zeggen toen mij werd gevraagd om samen met Henk Ernsting het beheer van de materialen op mij te nemen. Voordat ik er erg in had kreeg ik het hele pakket in de schoot geworpen. De ballen, de limonade, het toezicht op de kleedkamers en het bijhouden van het programma op het bord dat bij de ingang hing. Als je dit zo hoort denk je al snel dat het wel losloopt, maar ik kan je verzekeren dat het zwaarder is dan het lijkt. Voor mij deden de gebroeders Wieferink dat jarenlang. Petje af voor dat soort mensen.’

Als geen ander weet Coen hoe kleedkamers en toiletten kunnen veranderen in een koeienstal. EVC heeft gelukkig altijd mensen gehad die het complex – ook de kantine - schoonhielden. Vaste krachten als Gerie en Jeannet Springer, Nel Nordmann, Anneke Hoens, Sjaan Frikkee en Wil Bakker. Coen zorgt ervoor dat de spelers er ‘beneden’ geen beestenboel van maken. Iedereen weet dat hij daarbij ‘kordaat’ kan optreden.

Vindt hij zichzelf streng?

‘Het klopt dat ik streng ben, maar dat moet ook wel want anders wordt het een zootje. Wie vijftien ballen meeneemt brengt er ook vijftien terug. Ik sta echt op mijn punt en wijk er nauwelijks vanaf. Doe je dat wel dan vraag je om moeilijkheden. Duidelijkheid is voor iedereen het allerbeste.’

Hoe zit het met de vernieuwing in al die jaren die hij als materiaalbeheerder bij EVC actief is? Hoe is het gesteld met de innovatie?

‘Heb je deze slede wel eens gezien? Die heeft Ton Kemper ooit gemaakt. Ton en ik gooien eerst limonade in een ketel, dan water er bij, houten rekken met bekers op de slede en vervolgens schuif je die dan één voor één onder het tuutje van de kraan om ze vol te gieten. Ja, jongen, daar is over nagedacht. Zo zijn we makkelijker in staat om op een gemiddelde speeldag voor 8.45 uur een kleine honderdtwintig bekers met limonade te vullen.’

Wat zijn de leuke dingen?

‘Ik kreeg laatst zomaar een gebakje van iemand die kwam kijken naar een wedstrijd. Dat is toch geweldig? Ook word ik nog wel eens ongevraagd geholpen door mensen die iets zien wat om actie vraagt. Een bal te water en die door de wind helemaal uit beeld drijft. Dan zijn er wel eens mensen die daar dan achteraan gaan en de bal terugbezorgen. Dat vind ik nou leuk.’

Wat maakt deze klus zo bijzonder?

‘Je ziet elk jaar onbekend volk voorbij komen omdat er natuurlijk nieuwe aanwas is. Kleine ukkies, hun ouders of andere familieleden. Dat maakt het reuze afwisselend. Daarnaast is de gezelligheid om je heen als een warme deken. Zodra ik op een zaterdagochtend hier de deur van het slot haal heb ik echt het gevoel dat ik thuis kom.’

En stoppen, is dat een gedachte die na zoveel jaar vrijwilligerswerk begint te spelen?

‘Ik geef het niet graag toe, maar ik begin de jaren nu toch best wel te voelen. Aan Ton Kemper heb ik een hele goeie, want die heeft inmiddels al meer dan de helft van mijn klus overgenomen. Wanneer ik nu ’s avonds thuiskom ben ik doodop. De hele dag op je benen staan is voor een jonge vent al redelijk zwaar, voor mij is het een forse inspanning. Aan stoppen heb ik zo af en toe wel eens zitten te denken en misschien is het moment dat EVC honderd jaar bestaat voor mij ook wel het beste moment om het estafettestokje in zijn geheel over te geven. Tenminste, zo denk ik er nu over. Maar misschien dat ik daar tegen die tijd wel heel anders tegen aankijk.’ (HS)

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.