Edam-Volendam telt acht vleermuissoorten
Je gaat het pas zien als je het door hebt!
Daan van der Elsken (41) veldecoloog (directeur van ecologisch adviesbureau ElskenEcologie) en Anneke Blokker (40) stadsecoloog (heeft 14 jaar gewerkt voor de gemeente Amsterdam) zijn beiden zeer bevlogen liefhebbers van alles wat vliegt, zoemt, kruipt, zwemt, zuurstof geeft en bloeit. Via deze rubriek hopen zij door kennis en weetjes te delen, geïnteresseerden en vooral ook de niet geïnteresseerden te enthousiasmeren en te verwonderen over 'de natuur om de hoek'. Je gaat het pas zien als je het doorhebt, immers, onbekend maakt onbemind.
Vleermuizen spreken bij veel mensen tot de verbeelding. Zo is een veel gehoorde mythe dat ze in je haar vliegen. Niets is minder waar. Een enkele vleermuis weet al vliegend duizend(en) insecten op een nacht te vangen in het pikkedonker. Het ontwijken van een bos krullen is een peulenschil voor deze nachtelijke acrobaten. Bij het vangen van al die insecten hebben ze verschillende jachttechnieken.
Meer- en watervleermuizen, ze vliegen boven het Markermeer en de donkere wateren van de Zeevang, pakken hun prooien van het wateroppervlak. In Middelie en Edam zitten kolonies laatvliegers die hun jongen groot brengen onder een pannendak. De moeders vliegen tegen de schemer uit, vangen grote insecten boven de omliggende weilanden en keren meerdere keren ‘nachts terug om hun jongen te zogen. Een gratis dienst voor de boer en de koeien. Door hun nachtelijke leefwijze zijn vleermuizen moeilijk waar te nemen.
Door het gebruik van zogeheten batdetectors kunnen vleermuizen worden gehoord. Zo kan elke soort worden herkend en gevolgd. In de omgeving Edam-Volendam vliegen 8 soorten waaronder de zeldzame kleine dwergvleermuis rond. Van deze soort zijn slechts twee kolonies in Nederland bekend.
Met de komst van warmtebeeldcamera’s de laatste jaren kunnen we naast horen dergelijke gedragingen nu ook zien. Vaak wordt gedacht dat vleermuizen alleen in kerken, oude gebouwen en schuren wonen. Echter zitten ze ongemerkt vaak veel dichterbij ons. Spouwmuren en pannendaken zijn populaire plekken om overdag te slapen.
Daarnaast verblijven sommige soorten in bomen. Zoals de Rosse vleermuis. Deze soort werd laatst voor het eerst in de omgeving in Oosthuizen gehoord. Verder zijn er zijn door het jaar heen verschillende typen verblijfplaatsen in gebruik. Zo worden de jongen door de vrouwtjes grootgebracht in kraamverblijfplaatsen.
Vleermuizen zijn zoogdieren en dus moet moedervleermuis ‘nachts op pad om insecten te vangen en daarna meerdere keren per nacht terugkeren om het jong te zogen. De spouwmuren van onze huizen zijn daarbij favoriet. In het najaar wordt gepaard in de paarverblijfplaatsen en vleermuizen overwinteren in winterverblijfplaatsen. In zo'n winterverblijf moet het heel koel zijn. Vleermuizen gaan in een diepe winterslaap.
Normaal slaat hun hart zo’n 400 keer per minuut, in winterslaap maar enkele keren. Ook de lichaamstemperatuur, vergelijkbaar met die van ons, wordt verlaagd naar enkele graden boven nul. Allemaal om energie te besparen en de winter te overleven. Als het voorjaar weer aanbreekt ontwaken de vleermuizen uit hun winterslaap en moeten ze op jacht om weer aan te sterken. Elke soort heeft zijn eigen jachtstrategie.
Gewone-, ruige- en kleine dwergvleermuis zijn kleine wendbare soorten die rond en door boomkronen heen manoeuvreren en zo voornamelijk muggen vangen. Je kunt ze op veel niet te sterk verlichte plekken door onze gemeente aantreffen. Want vleermuizen zijn niet blind, ze zien in het donker, dus is er al snel teveel licht. Hou daar dus rekening mee en laat niet onnodig de verlichting buiten aanstaan. Dat trekt muggen aan en de vleermuizen blijven weg!
