Naar de inhoud

Directe betrokkenheid van burgemeester Van Baar bij de Jodenvervolging in Edam (deel 5)

Bron: NIVO

In het Waterlands Archief te Purmerend bevinden zich documenten die de directe betrokkenheid van burgemeester Van Baar bij de Jodenvervolging in Edam aantonen. Deze week: deel 5. In Edam woonde aan het begin van de Duitse bezetting in 1940 een groep Nederlandse en Duitse (gevluchte) Joden. Burgemeester Van Baar zorgde ervoor dat het Duitse vervolgingsapparaat in deze gemeente zonder enige obstructie zijn omineuze werk kon doen.

Vanaf juli 1940 gaf Van Baar uitvoering aan alle anti-Joodse verordeningen in de gemeente.

Dan schrijft Van Baar, alsof het een kleine aanvulling op het voorafgaande betreft, de volgende zin over Van den Dries: ‘Uit haar bevolkingskaart blijkt, dat zij halfjodin is.’ Dan vervolgt hij zijn betoog. Deze opmerking houdt geen enkel verband met het onderhavige onderwerp, de vordering van de woning. Van Baar trekt hier de kaart van de Jodenvervolging, zijn opmerking leest als een uitnodiging aan de Ortskommandatur om vanwege de Joodse afkomst van zijn tegenstander in actie te komen. Met zijn antisemitische opmerking, nota bene in een brief gericht aan de Duitse Wehrmacht, terwijl de Jodenvervolging volop aan de gang is, brengt Van Baar Van den Dries in groot gevaar.

Hij bedient zich van de nationaalsocialistische rassenwaan, de Jodenhaat, om zijn positie in het conflict te bekrachtigen en zijn gelijk bij de bezetter te halen. Enkele weken later meldt Van Baar dat Van den Dries’ inschrijving in het bevolkingsregister van Edam per 12 oktober 1942 is beëindigd, zij is teruggekeerd naar Amsterdam.6 Op welke gronden dit is gebeurd, vermeldt Van Baar er niet bij. Over mogelijk andere nadelige gevolgen voor Van den Dries, als ze eenmaal in Amsterdam is teruggekeerd, geeft het archief geen uitsluitsel.

Lees hier meer op de site van de NIVO.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.