(1/2) Die lieden, vaak ook middenstanders of kleine ambachtslieden, gingen in Volendam, van de Volendammers, vaak een goed-belegde boterham verdienen. Drongen zich vaak ook te pas en te onpas in allerlei besturen, uiteindelijk ook op cruciale posities. En als dank, als zij eenmaal ‘gezeten’ burgers waren, spuugden zij in de bron waaruit zij gedronken hadden. Maakten de Volendammer gebruiken en gewoontes en publique belachelijk en als er iets aan de hand was dat niet door de beugel kon of overlast gaf schreeuwden ze daarbij ‘moord en brand’. Voelden zich onaantastbaar en ver verheven boven alle Volendammers, waaraan zij nota bene hun welstand en positie hadden te danken.
Op deze site kom je deze lieden ook nog steeds tegen. Zelf een rustig, comfortabel en veilig leven leidend in Volendam.
Maar de heer Bijvoet is daarbij wel erg van zijn eigen gelijk overtuigd. Een goed exposé van een echte ‘Jas’, in de definitie van drs. Piet Koning.