Purmerend vreest dat gaswinning, warmtewinning in de weg zit
Gemeente Purmerend gaat in hoger beroep tegen het besluit van Staatssecretaris Vijlbrief om verlenging van de gaswinning in Middelie toe te staan. Wethouder Lageveen (Stadspartij/BPP) geeft met een raadsmemo een inkijkje in de belangrijkste punten van het gemeentelijke beroepschrift. Eén van zijn bezwaren is de winning van zowel aardgas als aardwarmte op dezelfde locatie. Wethouder Lageveen vreest dat de winning van die twee warmte bronnen elkaar in de weg zit.
Lageveen citeert staatssecretaris Vijlbrief: “Hij vindt dat die twee warmtebronnen elkaar niet bijten omdat de winning in andere aardlagen plaatsvindt. Een onderbouwing wordt echter niet geleverd.” De gemeente heeft belang bij de winning van aardwarmte. Het is een lang gekoesterde wens van de Purmerendse politiek, die de verbranding van de huidige biomassa altijd als een tijdelijke oplossing heeft gezien.
Gaswinning in strijd met aardgasvrij
Een ander punt in het beroepschrift is de tegenstrijdigheid tussen verlenging van de aardgasproductie en het aardgasvrije beleid van de gemeente. “De gemeente heeft een naam hoog te houden als aardgasvrije gemeente. Uitbreiding van de winning in Middelie is een verkeerd signaal naar onze inwoners en strijdig met kabinetsbesluit om versneld van het gas af te gaan.”
Verwachte bodemdaling en de effecten op de bebouwing
Tot slot vraagt Lageveen in het beroepschrift aandacht voor de gevolgen van de verlengde winning voor mogelijke bodemdaling en de effecten hiervan op de bebouwing, inwoners, milieu en natuur. “Deze zijn onvoldoende meegenomen in de besluitvorming.”
Verbod op uitbreiding putten en vervroegde eindtijd
Op 12 december 2023 nam Staatssecretaris Vijlbrief (D66) een definitief besluit over de verlengingsaanvraag van de NAM voor het gebied Middelie. Een aantal eerdere bezwaren van meerdere indieners waaronder Purmerend resulteerden in twee aanpassingen in het definitieve besluit. Dan gaat het om een verbod op uitbreiding van het aantal putten en het verkorten van de definitieve eindtermijn naar 2035 in plaats van 2039.