“Six, four!”, klinkt het door Thialf als de schaatsers van Novus voorbijrijden. Het is kwart voor negen in de ochtend. Van Joep Wennemars, Jenning de Boo of Joy Beune is nog geen spoor te bekennen, maar de training van Merel Conijn is al bijna een half uur aan de gang. Een rondje in 26,4 seconde (vandaar die six, four) en dat al zo vroeg op de dag. Het internationale Novus heeft geen alternatief. De rijders moeten vroeg de baan op, lang voordat de grote Nederlandse commerciële teams (Essent, Reggeborgh, AH-Zaanlander en X2O) op het ijs verschijnen.
Geen toegang tijdens ’topsporturen’
Novus telt twaalf schaatsers uit vijf landen: zes Chinezen, drie Japanners, een Belg, een Est en een Nederlander (Conijn). Omdat Novus niet dezelfde status heeft als de commerciële topteams mag de ploeg geen gebruikmaken van de zogenaamde ’topsporturen’ van schaatsbond KNSB, vanaf tien uur ’s ochtends. Het was even wennen voor Conijn. Ze vond zichzelf niet per se een ochtendmens, maar zal wel moeten. De wekker gaat elke trainingsdag om tien over half zeven. “Normaal slaap ik liever wat langer”, zegt ze.
Conijn veroverde tijdens de Olympische Spelen in Milaan zilver op de vijf kilometer. Ze zou – als Nederlandse – ook op het ijs mogen tijdens de ’topsporturen’, maar kiest ervoor met de rest van de ploeg te trainen. “Het was even wennen, maar we moeten het ermee doen. We hebben goede trainingen kunnen draaien, ik heb er nog geen last van gehad.” De Nederlands coach van Novus, Johan de Wit, is met Thialf in gesprek om ook later op de dag een mogelijkheid te krijgen het ijs op te gaan.
Geen warming up-ruimte en geen kantoor
Maar naast het tijdstip zijn er meer uitdagingen voor De Wit. “We mogen gebruik maken van het ijs, maar niet van de topsportfaciliteiten, zoals de warming up-ruimte, omdat we geen Nederlandse ploeg zijn. Aan de ene kant is dat begrijpelijk, maar het is ook lastig, want wij willen ons ook opwarmen.” De KNSB wil de buitenlandse concurrenten niet sterker maken in de Nederlandse krachtruimtes. En dus moet Ning Zhongyan, olympisch kampioen op de 1.500 meter, noodgedwongen rekken en strekken in de hal van Thialf, tussen tribune, schaatswinkel en restaurant. Of zelfs buiten op de parkeerplaats. Novus heeft ook geen beschikking over een kantoorruimte in Thialf, zoals de grote ploegen. Daarom is er op steenworp afstand van de hal van ruimte gehuurd om te kunnen vergaderen en warming up-oefeningen te doen.
Schaatsseizoen 2026/2027
Het schaatsseizoen begint op vrijdag 30 oktober met het WCKT in Thialf. Op dat kwalificatietoernooi staan tickets voor de eerste vier wereldbekers in november en december op het spel. Tussen kerst en oud & nieuw zijn in Thialf de NK sprint en allround, begin januari is Heerenveen ook het decor van de EK sprint en allround. Half januari wordt op de NK afstanden gestreden om de startbewijzen voor de WK afstanden in Peking. Na wereldbekers in Salt Lake City en Calgary vindt het hoogtepunt van het seizoen eind februari plaats in de Chinese hoofdstad. “Op de begane grond kunnen we fietsen en schaatsplanken neerzetten”, zegt De Wit, “en de fysio’s krijgen een ruimte voor behandelingen. Boven kunnen we vergaderen en gesprekken voeren. We kunnen er alles doen wat we willen.” Een maand voor de eerste wedstrijden is het pand bijna klaar. De bouwvakkers verwachten niet lang meer nodig te hebben, daarna leggen de teammanager en assistent-trainer er zelf de vloer van de krachtruimte in.
‘Voelt heel vertrouwd’
Hoe uitdagend ook, Conijn voelt zich op haar plek bij Novus. “Ik ken Johan al heel lang, sinds het begin van mijn schaatscarrière. Assistenten Thomas Geerdinck en Daniel Greig ken ik van Worldstream (de ploeg waar Conijn in seizoen 2021/2022 reed, red.). Ik heb die staf ook wel een beetje gemist. “Het voelt heel vertrouwd, niet als een nieuw team. Maar het zou lekker zijn als we toch die andere uren kunnen krijgen om te trainen.”