Hij is 97 jaar en een beetje. Een van de oudste inwoners van Oostzaan. Hij heet Jan Koger en heeft bijna zijn hele leven in het dorp gewoond. En nog steeds. Hij zag winkels komen en gaan, een hele stoet dokters, leraren en dominees verschijnen en weer verdwijnen. Nieuwe woonwijken werden uit de grond gestampt. Hij zag Oostzaan groeien van een armetierig lintdorp tot het dorp van nu, waar volgens officiële cijfers zo’n vierhonderd huishoudens over een vermogen van een miljoen euro of meer beschikken.

Jan werd niet in Oostzaan geboren, maar in Amsterdam. Al na drie maanden verhuisde hij naar het dorp. Met passie vertelt hij over de mooie jaren die hij er beleefde. Hij is nog uitstekend bij de tijd, al wil hij in zijn enthousiasme nog weleens van de hak op de tak springen. Ook dit verhaal volgt misschien niet helemaal de juiste chronologie. Maar ach, als je bijna 98 bent… Het gezin Koger woonde aanvankelijk nog in Amsterdam. Hoewel vader al een volledige baan had, nam hij er nóg een fulltimebaan bij: bij de kippenvoerfabriek aan het Westerstijfselmakerspad in Oostzaan. Vraag niet waar hij de tijd vandaan haalde, want dat weet Jan ook niet. Het was gewoon zo. In die tijd klaagde je niet; je deed gewoon wat nodig was. Elke dag liep of fietste vader het hele stuk van Amsterdam naar Oostzaan. Heel wat kilometers per week. Hoe het gezin aan een huisje aan het Stijfselmakerspad kwam, vertelt Jan met enige trots.

Siem Meijn woonde in een klein huisje naast de huidige Stijfselmakersschuur Mercure. Op een kwade dag viel zijn dochtertje in de sloot en dreigde te verdrinken. Paniek! Maar vader Koger bedacht zich geen moment, sprong te hulp en redde het kind. Zelf kwam hij er ternauwernood levend vanaf. Uit dankbaarheid kreeg het gezin Koger, dat nog altijd in Amsterdam woonde, Siems woning aan het Stijfselmakerspad aangeboden. Het huisje was piepklein en bepaald niet comfortabel, maar vader hoefde voortaan niet meer dagelijks van Amsterdam naar Oostzaan te lopen of te fietsen. Dat scheelde een hele tippel. Oostzaan was van oudsher een eendendorp. Oostzaners werden niet voor niets ‘eendenpullen’ genoemd. Er heerste schrijnende armoede, al herinnert Jan zich niet dat het leven daardoor minder leuk was. Ja, de plee moest elke dag worden schoongemaakt en bij vorst ontdooid. Dat was minder prettig. En een douche was er niet. Maar ach, je wist niet beter. Mopperen was er niet bij.

Er leefden in die tijd duizenden eenden. Rond 1900 kregen die gezelschap van eerst een paar kippen, maar al gauw verschenen er honderden kippen in hokken. Oostzaan werd een echt pluimveedorp. Jan herinnert zich de eierventers die langs de deuren kwamen. Langzamerhand ontstond een complete eierindustrie. Banketbakkers, hotels en restaurants waren grote afnemers. Vrachtwagens vol eieren vertrokken naar de beschuitfabrieken van Verkade en Hille. Er werd gehandeld in veren en dons. Maar veel rijkdom bracht die bedrijvigheid niet. Aan het Stijfselmakerspad woonde het gezin Koger vrij en blij. Toch was het huisje te klein en ontbrak ieder comfort. Toen er in Oostzaan luxe woningen met drie slaapkamers werden gebouwd, leek dat de familie wel wat.

Er volgden verschillende verhuizingen binnen de gemeentegrenzen, totdat het gezin in de Dr. Scharfstraat terechtkwam. Daar vestigde de familie zich voorgoed. De huizen staan er nog. Naar huidige maatstaven zijn het kleine woningen, maar destijds waren ze ronduit riant. Er zat een doorspoel-wc in! En een douche! Ongekende luxe. Vader en moeder Koger waren de koning te rijk. Zij vormden de spil van het huishouden, maar er kwamen ook nog zeven broers, neven, nichten, ooms en tantes gezellig bij wonen. Niet zo moeilijk doen. Jan herinnert zich het krappe tweepersoonsbed waarin hij als pasgetrouwde man met Suzanne sliep. Zij gingen als eersten naar bed en pas als ze waren weggedommeld, kroop er nog een neef bij. Met z’n drieën in een krap tweepersoons opklapbed! Geen probleem.

Inmiddels woont Jan Koger al jaren in een mooi, groot huis aan de Maalstroom. Een huis dat zijn vrouw Suzanne grotendeels zelf heeft ontworpen en ingericht. Jan werkte als luchtverkeersleider. Een beroep waarin je snel, adequaat en doortastend moet kunnen handelen. En dat kon hij. Twee jaar geleden overleed Suzanne. Sindsdien is Jan niet meer zo frank, vrij en vrolijk als vroeger. Hij kan nog voor zichzelf zorgen, maar het leven wordt hem langzamerhand toch wat zwaar. Daarom hoopt hij een veilig plekje in een zorginstelling te vinden. Al is dat voor hem een dubbel gevoel. Want na bijna 98 jaar zijn eigen boontjes te hebben gedopt, is afhankelijk worden van anderen niet gemakkelijk. Ook niet voor Jan Koger.