Naar de inhoud

Weggepest uit Volendam

Bron: Groene Amsterdammer

Weggepest uit Volendam
Goed, er is een Irakees gezin weggetreiterd. En de jongste zoon uit een ander vluchtelingengezin is met een gloeiende sigaret bewerkt. Maar vreemdelingenhaat? Daar geloven de politie, de woningbouwvereniging en een wethouder niets van. 'Als je gewoon gewóón doet, zoals iedereen, is er in Volendam niets aan de hand.'

door Eveline Brandt

ADNAN KAKA (34) pakt zijn rugzak in. De roze Jordan-tandenborstel. De scheerzeep. De map met processen-verbaal. 'Ik ben op safari', zegt hij met een vermoeid lachje.
Zijn vrouw logeert bij haar ouders, de kinderen Kaka zijn bij vriendjes en Adnan zelf sliep vannacht hier, bij zijn zus Souad in Volendam. Vijf jaar lang woonde hij bij haar om de hoek, maar hij heeft zijn huis ontruimd. Dit is zijn laatste dag in het Noord-Hollandse plaatsje. Zuster Souad schenkt koffie, zwager Ibrahim loopt handenwringend door de kamer, en Adnan Kaka vertelt.

Het begon met een ei. Dat werd tegen zijn raam gegooid, zo'n vijf jaar geleden. In 1993 was het van oorsprong Irakese gezin vanuit Koeweit naar Nederland gekomen. In Volendam was het mooi wonen, was Kaka verteld. 'Ik dacht dat het hier net zo fijn zou zijn als in Koeweit', zegt hij hoofdschuddend. Het ei werd een baksteen. Toen een stoeptegel. Verscheidene ruiten sneuvelden. Het raam van de woonkamer, het raam achter, het ruitje in de voordeur. Vuilniszakken werden in de voortuin geleegd. Het gezin Kaka werd bang. Vader Adnan ging naar de politie. Wel zestien keer deed hij aangifte. Of hij misschien ruzie had in Volendam, vroeg de politie. Nee, hij kende zelfs niemand in het dorp. 'De politie deed niets!' zegt hij. 'Ze hebben niet eens vingerafdrukken genomen.' Eens in de paar maanden, altijd in het weekend, altijd 's(nachts, was er een incident. De kinderen gingen zo vaak mogelijk uit logeren. Ondertussen werd de satellietschotel vernield. Werden leuzen op de ramen gekalkt. 'Slechte woorden', zegt Kaka beschaamd. Hij wil ze niet herhalen. In de tuin landde een molotovcocktail. De vlammen kwamen tot aan het slaapkamerraam.

Begin dit jaar hoorde Adnan Kaka dat hij een flat kon krijgen in Zoetermeer. Hij besloot te verhuizen. 'Mijn vrouw en ik waren onder spanning. Zoveel problemen. Wij kunnen al jaren niet lekker slapen. Weet u, mijn vrouw is met de hoofddoek. Als wij langs de dijk wandelen, spugen ze op de grond.' 'Dat doen ze bij mij ook altijd', zegt zwager Ibrahim. Hij en zijn gezin voelen zich ook niet thuis in Volendam. Vorig jaar Kerst deed hij een kerstkaart bij de buren in de bus. Een halfuur later hoorde hij zijn eigen brievenbus. Daar lag zijn kerstkaart weer, retour bezorgd door de buurman. Ibrahims zoons Mohammed (18) en Abdullah (14) komen erbij zitten. 'Laat maar zien aan de mevrouw', zegt Ibrahim tegen zijn jongste zoon. Abdullah trekt verlegen zijn shirt omhoog en toont zijn rug. Drie vuurrode brandwondjes op een rij. 'Dat hebben ze met een sigaret gedaan', zegt hij. Ze, dat zijn Johan K. en zijn gabbervriendjes. Altijd schelden ze. 'Ga terug naar je eigen land', roept deze Johan volgens Abdullah. Hij laat het proces-verbaal zien dat wegens mishandeling is opgemaakt. 'De politie', vertelt hij, 'zegt dat wij ook maar beter kunnen verhuizen.' 'Kankerturk noemen ze mij op straat', zegt zijn broer Mohammed. 'Ik ben helemaal geen Turk!' 'Zij houden niet van buitenlanders', zegt Adnan Kaka. 'Wij willen samenleven, wij zijn toch ook mensen!'

VORIGE MAAND, de familie Kaka was de verhuisdozen al aan het inpakken, ging er weer een steen door de ruit van de echtelijke slaapkamer. We lopen naar de leegstaande woning en bekijken het afgeplakte gat. 'Helaas, helaas, mijn hart doet pijn', zucht Kaka met een blik op het huis. Een van de buurvrouwen komt op hem toe gelopen. 'Ik vind het heel erg dat jullie op deze manier weggaan', zegt ze, terwijl ze hem lang en hartelijk de hand schudt. 'Het is een schande voor de straat.'
'Ja', zegt ze later verontwaardigd, handen op de heupen. 'Een schande. Niet normaal toch, wat er met hunnie is gebeurd!' En ze vertelt hoe ze de ramen van de familie Kaka 's(nachts aan diggelen hoorde gaan. Ze getuigt van de brand in de tuin, en van de scheldwoorden op de muur. 'Kut Kaka' stond er, en: 'Kaka, het is vol'. 'Ze zijn echt aan het end, die arme mensen', zegt ze. 'Het is toch verschrikkelijk, als je je niet veilig voelt in je eigen huis. Terwijl zij nooit een mug kwaad hebben gedaan.'
'Jongelui uit de bar' verdenkt ze van de terreur. Met een slok op, of iets anders. 'Het gebeurt toch altijd in het weekend? Het is erg hoor, met het drugsgebruik hier', zegt ze. Moet je maar eens kijken op de jaarlijkse kermis. Ontzettend veel gebruikt, gezopen en gevochten wordt daar. Haar krijgen ze er niet meer naar toe.
Een andere buurtbewoonster komt erbij staan. We gaan bij haar naar binnen om te praten. Nadrukkelijk, bijna angstig, zeggen de twee vrouwen anoniem te willen blijven. 'Racisme? Dat geloven we niet', zeggen ze, gevraagd naar het mogelijke motief. 'Toen Kaka hier kwam wonen', zegt de een, 'heeft hij de buurt vreselijk gastvrij onthaald. We hebben ze meteen geaccepteerd.' 'Maar zijn vrouw', zegt de ander aarzelend, 'kwam er nooit eens bij zitten.' 'Dat', legt haar buurvrouw uit, 'is gewoon de aard van de natuur van die mensen.'
Dat hoofddoekje van mevrouw Kaka, dat vonden zij heus niet gek. 'Wij lopen hier toch ook in klederdracht.' De buurvrouwen hebben de affaire al met de hele straat besproken. Politie hebben ze al die jaren niet veel gezien. Ja, één keer kwamen agenten aan de deur vragen of de buren iets verdachts hadden gezien.
'Het is verschrikkelijk dat een gezin moet vluchten voor pesterij', zegt de een. 'Als buurt sta je ook mooi voor schut', vindt de ander. 'Ik denk de laatste tijd soms: zal ik hier wel blijven wonen', zegt de een. 'In Den Bosch is ook een buitenlands gezin weggeterroriseerd. Ik wil niet dat dat in mijn buurt gebeurt.'

DE ZAAK-Kaka doet inderdaad denken aan de affaire in Den Bosch, eind vorig jaar. ('Wij willen geen Somaliërs. Vol is vol.' Was getekend: de buurt.) En aan die rel in Urk, waar de Turkse eigenaar van een shoarmazaakje met grof geweld werd belaagd door de plaatselijke bevolking. Maar het r-woord laten vallen, dat is altijd een heikele zaak. 'Het is moeilijk om racisme van vandalisme te onderscheiden', zegt een woordvoerster van het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie. 'Maar als vandalisme specifiek gericht is op buitenlanders, speelt racisme in ieder geval wel mee. De politie wil daar vaak niet aan. Die zegt dan: iedereen wordt wel eens uitgescholden. Daarmee onderkent de politie niet hoe bedreigend en krenkend dat juist voor buitenlanders is.' 'Ons is niets gebleken van een racistisch motief', zegt een onwillige brigadier Bert Bruin van de Volendamse politie desgevraagd. 'Er worden wel vaker mensen gepest. Het kan hier ook om een ordinaire burenruzie gaan.'

Wanneer denkt de politie aan racisme? 'Als je een verdachte hebt, natuurlijk', zucht brigadier Bruin. 'Anders kun je er toch niet achter komen waarom iemand stenen gooit? Kunt u een beetje volgen hoe moeilijk het is?' Heeft de politie wel eens gepost bij het huis van Kaka? 'Niet dat ik weet.' Is er wel een onderzoek ingesteld? 'Ik heb zelf een keer een buurtonderzoek gedaan na een vernieling. Bij de buren wezen vragen en in de omgeving gekeken. Helaas is daar niks uitgekomen.' Heeft de politie overleg gehad met de officier van justitie? 'Niet dat ik weet', zegt brigadier Bruin weer, die langzamerhand wat bijtrekt en begint te benadrukken dat hij het 'natuurlijk heel erg' vindt voor de familie Kaka. Maar zolang er geen grotere regelmaat in dit soort incidenten zit, zegt hij, kan de politie er niet op 'rechercheren'.

Iedereen vindt het erg. De pastoor schrijft in de buurtkrant: 'Ik schaam mij dat zoiets in een katholieke gemeenschap als Volendam gebeurt.' Woningbouwvereniging De Vooruitgang, die het huis aan de familie Kaka verhuurde, vindt het 'verschrikkelijk'. Toch zegt directeur Hein Schilder: 'Wanneer zij mijn buren waren geweest had ik er geen probleem mee gehad, maar ik kan me best voorstellen dat er mensen zijn die daar wél moeite mee hebben.' Welnee, zegt de verantwoordelijke wethouder, die ook Schilder heet: 'Volendammers zijn wereldburgers. Die hebben geen problemen met mensen van andere rassen. Als je gewoon gewóón doet, zoals iedereen, en je mannetje staat, en je werk doet, dan is er niets aan de hand. Dit heeft niets met de Volendammer volksaard te maken.'

'O nee?' reageert gemeenteraadslid Willem Klapper van GroenLinks. 'Waarmee dan wel? Met Kaka zelf soms?' Klapper denkt er het zijne van. 'Begin jaren negentig', zegt hij, 'deed Volendam '80, de partij van wethouder Schilder, nog uitspraken als "Volendam is voor de Volendammers". Ik heb wel eens gezegd: dat hier geen extreem-rechts in de raad zit, komt doordat de andere partijen dat gedachtengoed al vertegenwoordigen. Het is hier een absoluut gesloten gemeenschap waar al het slechte van buiten het klaphek komt. Integratie betekent: je aanpassen aan de cultuur en de opvattingen van de Volendammers. Maar het behoud van die eigen, Volendamse cultuur is een mythe, want het oude centrum breken ze doodleuk af. Wat is die eigen cultuur dan wel? De cultuur van zwart geld? Van eigen rechtertje spelen?' De Volendammers grijpen gauw naar een ei, of naar een steen als iets hen niet bevalt. Dat overkwam wethouder Nelly Veerman in 1990, toen zij door Volendamse jongeren verantwoordelijk werd gehouden voor het verbieden van illegale cafés in garageboxen. Ze gooiden de ruiten in, bestormden zelfs haar huis.

Het overkwam ook Willem Klapper. Een steen door de ruit, een auto die 's(nachts met de koplampen naar binnen kwam schijnen. Onlangs kreeg hij nog eieren naar zijn hoofd, toen hij aankaartte dat Volendam onvoldoende huizen voor vluchtelingen beschikbaar stelt. Hiernaar gevraagd meldt Hein Schilder van De Vooruitgang: 'Wij voldoen aan de taakstelling van het Rijk.' Dat is iets te zonnig gesteld. Navraag bij de gemeente leert dat de woningbouwvereniging moeizaam woningen voor vluchtelingen regelt. De Vooruitgang moet er op jaarbasis vijf leveren en heeft er nu, halverwege het jaar, pas één aangeboden.

EEN PAAR DAGEN later heeft Kaka zijn gezin en zijn boeltje verhuisd naar Zoetermeer. De dichte rijen flatgebouwen doen denken aan de Amsterdamse Bijlmer. De kinderen Kaka spelen op de galerij met nieuwe vriendjes. In het trappenhuis stinkt het naar pis. Adnan Kaka sjouwt met dozen en behangrollen door de kale woning en maakt zich ondertussen zorgen. Volgende week moet hij examen doen. Hij volgt een opleiding tot assistent-verwarmingsmonteur. 'Hij moet studeren', zegt zijn vrouw. Adnan lacht nerveus. De map met examenstof zit nog ingepakt. Misschien dat hij het diploma toch haalt. Met een beetje geluk.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.