Ook dit verdriet kun je delen
Ook dit verdriet kun je delen
Ouders van slachtoffers en overlevenden van de discobrand van drie jaar geleden in het Zweedse Gotenburg zijn een weekje in Volendam. Ze willen er lotgenoten steunen - de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in café De Hemel en hun ouders. 'Altijd, vanaf het moment dat ik wakker word, denk ik aan Johanna.'
PRATEN, PRATEN en nog eens praten. Ann-Britt Söderberg-Vurucu had de eerste weken na de dood van haar zestienjarige dochter Johanna alleen maar gepraat. Met haar zus Lotta. Met collega's. Over Johanna. Daarna was de waterval van woorden gestopt, maar ze praat nog steeds heel graag over Johanna, vindt het heerlijk als iemand de naam van haar dochter uitspreekt.
Johanna is een van 63 jonge mensen die om het leven kwamen bij de discobrand, op 30 oktober 1998, in het Zweedse Gotenburg. Die brand was gesticht door vier mannen, die later tot gevangenisstraffen van drie tot acht jaar zijn veroordeeld.
Ann-Britt is met zeven andere ouders van slachtoffers, en met twintig discogangers die toen gewond raakten, een weekje in Volendam. Hun ervaringen kunnen de slachtoffers van de brand in café De Hemel, in de nacht van Oud op Nieuw, tot steun zijn. Bij die brand kwamen dertien jonge mensen om het leven en raakten ongeveer 250 gewond.
Gisteren kwamen de Gotenburgers op Schiphol aan, vanavond praten ze met de ouders van de slachtoffers. Wat gaan ze de Volendamse ouders vertellen?
''Dat praten, het delen van je verdriet met anderen, heel belangrijk is,'' zegt Ann-Britt. Ze wist die nacht, nadat ze had gehoord van de brand in de disco, meteen dat Johanna niet meer leefde. ''Ik voelde het, maar wilde het niet accepteren.''
Twee dagen later kwam de zekerheid. ''In een kelder van het ziekenhuis lagen de persoonlijke bezittingen van de vermisten. Daar zag ik de oorbellen, een armband, maar ook een buskaart en papiergeld van Johanna. Het geld was niet verbrand: dan moest het lichaam van mijn dochter dus ook intact zijn en kon ik er best naar gaan kijken. Vier keer ben ik wezen kijken. Ze was gestikt in de rook en lag er mooi bij. Ze was alleen een klein beetje donkerder getint dan ze normaal was.''
In hotel Spaander in Volendam, waar het gezelschap logeert, vertelt Ann-Britt dat ongeveer anderhalf jaar na de dood van haar dochter weer wat lichtpuntjes zichtbaar werden. ''Het blijft heel moeilijk te aanvaarden dat ze er niet meer is, maar het leven zelf leert je met het verlies om te gaan.''
Vijftig is ze. ''Ik heb Johanna laat gekregen, na tien jaar tevergeefs pogingen te hebben gedaan zwanger te raken. Drie jaar later is haar broer geboren. Die is nu dus zestien, de leeftijd waarop Johanna overleed. Doodeng vind ik dat.''
Heel belangrijk, zegt Ann-Britt, is dat familieleden van slachtoffers in contact proberen te komen met elkaar. Korte tijd na de discobrand is in Gotenburg de Brandoffrens Anhöriga 30 oktober 1998 opgericht, de vereniging van familieleden van de slachtoffers. Ann-Britt is secretaresse van de vereniging, die ongeveer driehonderd leden telt. ''Er zijn ook ouders die hun verdriet in stilte verwerken, die er niet met anderen over praten. We gaan proberen hen te benaderen, maar het lastige is dat de slachtoffers van de brand in Gotenburg waren verdeeld over negentien nationaliteiten. Ieder heeft zijn eigen manier van verwerken.''
Zahra Meshkinfam (45) is met haar 21-jarige zoon Masoud Owji, die bij de discobrand ernstig gewond raakte, in Volendam. Masoud vertelde in maart in deze krant dat hij een cursus volgde om filmregisseur te worden. ''Zo ver is het nog niet, hij moet nog te vaak worden geopereerd,'' zegt zijn moeder. Masoud loopt intussen met een camera rond: hij legt het verblijf in Volendam vast.
Bijna een jaar heeft Zahar Meshkinfam aan het ziekenhuisbed van haar zoon gezeten. Nu woont Masoud bij haar en één van haar twee dochters. De moeder is de 'persoonlijke verzorgster' van de zoon; daar wordt ze door de overheid voor betaald. ''Zorgen voor een gehandicapte of een hulpbehoevende bejaarde is in Zweden een beroep,'' licht Zahra toe.
Wat adviseert zij de ouders van de gewonden in Volendam? ''Ze moeten hun kind grenzeloos veel liefde geven,'' antwoordt ze. ''Zo veel als maar mogelijk is. Verder moeten ouders proberen geduldig te zijn, niet te snel geirriteerd te raken.'' En, iets heel anders, ze masseert Masoud geregeld, omdat zijn huid vol littekens zit. ''Dat vindt hij prettig en het is bovendien goed voor de bloedcirculatie.''
Nee, ze heeft er geen moeite mee dat het lichaam van haar zoon is geschonden. Ze ziet dat eigenlijk niet meer. En bang voor de toekomst? Dat is ze geweest, maar ze heeft die angst achter zich gelaten. Definitief, want 'je weet toch niet wat er morgen gebeurt'. Bovendien heeft ze vertrouwen in Masoud, die allerlei initiatieven neemt en bijvoorbeeld na de brand zijn rijbewijs heeft gehaald. ''Ik weet dat hij het redt,'' zegt ze beslist. Als het nodig is en Masoud dat wil, zal ze haar hele leven voor hem blijven zorgen. Ze ontziet hem overigens nu, drie jaar na de brand, niet meer. ''Als ik me ergens aan erger, zeg ik het gewoon.''
De zaal waarin de brand in Gotenburg woedde, is als gedenkplaats ingericht. Voor het gebouw staan, in een lange rij, foto's van de meeste omgekomenen. ''De foto van Johanna is daar ook bij,'' zegt Ann-Britt. ''Ik zet er bloemen bij, maar ik ga ook geregeld naar haar graf om te zorgen dat daar altijd lichtjes branden.''
Ann-Britt vertelt dat het wel eens voorkomt, dat mensen tegenover haar beginnen te praten over haar dochter. ''En dan vragen ze opeens verschrikt of ze er fout aan hebben gedaan mij aan Johanna te herinneren, omdat dat pijnlijk zou zijn. Onzin, ik kán helemaal niet aan haar worden herinnerd. Want ik denk voortdurend aan haar, vanaf dat ik wakker word.''
Is ze, ondanks alle verdriet, blij dat ze Johanna als dochter heeft gehad, al was het maar zestien jaar? ''Ja,'' zegt Ann-Britt. ''Vroeger hield ik me niet zo bezig met God, maar sinds de brand doe ik dat wel. Datzelfde geldt voor heel veel ouders. We vragen ons af waarom dit moest gebeuren en dan zeggen we: God wilde onze kinderen hebben, juist toen ze jong en mooi waren.''