|
Van binnen ben ik dezelfde, van buiten niet ‘Let’s go to heaven!’ Organisator Piet Reijers schrikt er zelf een beetje van als hij met deze woorden de ploeg Zweedse en Volendamse brandslachtoffers aanspoort hem te volgen naar café ‘t Hemeltje. Maar zijn gehoor neemt hem niets kwalijk. ,,In het weekend was het onze mooiste plek”, legt Volendamse Ciska uit aan haar nieuwe Zweedse vriendin. ,,Nu is het de plek die onze levens veranderde.” In Volendam was het gisteren de eerste ontmoetingsdag tussen slachtoffers van de discobrand in Gothenborg en de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam. De jonge Zweden verblijven een week in het vissersdorp om ervaringen uit te wisselen. Op het programma stonden gisteren bezoeken aan het gewraakte café het graf van de veertien slachtoffers bij de Vincentiuskerk en het stiltecentrum met een cd opname in de studio van Arnold Miihren als ontspanning toe. Vanuit hotel Spaander, waar de Zweden de hele week logeren, vertrekt het gezelschap rond tien uur in groepjes te voet naar de verschillende ontmoetingspunten. De pers wordt daarbij angstvallig buiten de deur gehouden. ,,Er zijn te veel emoties. Voor sommige jongeren is het hun eerste bezoek aan ‘t Hemeltje na de brand. Dat houden we liever onder ons”, legt Reijers uit.
Dapper De tocht over de Volendammer dijk langs de haven wordt op afstand gevolgd door een legertje fotografen en cameralieden. De Volendammers zelf staan stilletjes in groepjes langs de kant. Vanuit het praathuis volgt de oude garde hoofdschuddend het jonge, gehavende volkje dat langs gaat. Er klinkt vooral bewondering. ,,‘t Is toch maar dapper dat ze met hun verbrande gezichten gewoon over straat gaan. Je moet er wel moed voor hebben. Maar ja, het leven gaat toch door. Je kunt wel thuis onder de tafel blijven zitten, maar dat heeft ook geen zin.” De Zweedse en Volendamse kinderen hadden elkaar al snel gevonden. Onderweg spreken ze honderduit over wat er is gebeurd. De gesprekken gaan er vooral over hoe anders alles na de brand plotseling geworden is. ,,Van binnen ben ik nog dezelfde gebleven, maar van buiten niet. Toch doen de mensen anders tegen je omdat je er anders uitziet.” Ciska heeft het er duidelijk moeite mee dat ze zo vaak moet horen dat het leven toch verder gaat. Ze vraagt haar Zweedse lotgenoten hoe die daar mee om zijn gegaan. ,,Elke morgen word ik huilend wakker. ‘t Is hard.” Ze weten het en knikken begrijpend.
Emoties Onder het oog van de vele camera’s op de dijk betreden ze Hemeltje. Alleen de schrijvende pers die met het Zweedse gezelschap is meegekomen, mag mee naar binnen. Als iedereen binnen is, blijft het lang stil op de dijk. Piet Reijers komt na zo’n drie kwartier verslag uitbrengen. ,,Er wordt binnen veel gehuild en getroost. Er komt veel los.” Met de armen om elkaar heen komen de jongeren pas na lange tijd weer naar buiten. Volendamse Martine heeft de tranen nog in haar ogen. ,,Ik durfde eerst niet. Heb beneden in het caf6 staan aarzelen. Ben toch doorgegaan”, bekent ze. Ze voelt zich trots en krijgt alweer een dikke knuffel van een Zweedse lotgenote. De opzet van de organisatie om de jonge slachtoffers de gelegenheid te geven ervaringen uit te wisselen, lijkt te werken. De meisjes praten vooral over hun uiterlijk, over vriendjes en verkering. Over hoe anders dat nu allemaal is met brandwonden. De jongens houden het zo’n eerste dag nog een beetje stoer. Zweedse Masoud maakt indruk als hij erin slaagt met zwaar verminkte handen in de kerk een kaarsje te ontsteken. ,,Goh, hoe doe je dat. Het lijkt wel goochelen”, klinkt het bewonderend. Bij het bezoek aan het graf is de stemming indrukwekkend vredig. De Zweedse moeder die twee kinderen bij de brand verloor, toont tranen van ontroering omdat alle slachtoffers zo mooi bij elkaar liggen op het kerkhof. Volendamse Ciska werpt zich op als tolk als pastoor Berkhout de overleden kinderen introduceert. Spontaan vertaalt ze daarna ook maar even de tekst op het monument van het Nederlands in het Engels. De Zweedse meisjes hangen aan haar lippen als Ciska vervolgens vertelt over haar gestorven vrienden. ,,Die was zo leuk, en die en die”, wijst ze op foto’s op de stenen. ,,Toen ik hoorde dat ze dood waren, was dat heel erg. Maar pas nu besef ik dat ik ze nooit meer zal zien en mis ik ze verschrikkelijk.” In de kerk ligt een boek waarin de Zweden maar al te graag iets willen schrijven als troost voor hun Volendamse makkertjes: ‘We will always know how you feel and we hope we will get this great band between each other’. Als het orgel inzet komen er toch weer tranen. ,,Straks gaan jullie lekker zingen”, helpt een begeleidster de stemming erin te houden. ,,Ja, maar wel met een zak over mijn hoofd”, reageert een meisje somber.

‘s Middags, in de studio van Arnold Muhren, is het een drukte van belang. De pers mag foto’s en filmopnames komen maken van het debuut van de brandslachtoffers. En daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Terwijl de camera’s klikken zingen de jongeren ‘I want to know what love is’ onder het toeziend oog van Muhren zelf. De aanvankelijke aarzeling en het vele schrapen van verbrande kelen maken al snel plaats voor zelfverzek9rdheid en hilariteit. Muhren moet de debutanten meer dan eens tot stilte manen. Tussen de opnames door worden de Volendammers aangeklampt door de media voor hun mening over de ontmoeting met hun Zweedse lotgenoten. De eerste reacties van de jonge brandwondenslachtoffers uit het vissersdorp zijn spontaan en enthousiast. ,,‘t Is toch heel anders praten over je problemen met iemand die weet hoe je je voelt omdat hij of zij dat ook heeft meegemaakt”, zegt Martine. ,,‘t Is ook veiliger”, voegt een vriendin toe. ,,En het schept gelijk een band.” De jongens hebben minder woorden nodig om hun gevoelens naar elkaar te uiten. Ze hangen liever baldadig om elkaars schouder. ,,I want to love”, brullen ze plagend en knipogen in de richting van de meiden. Piet Reijers steekt een duim omhoog. ,,Zo’n sfeertje”, zegt hij vergenoegd. ,,Love. Je voelt dat het nu al goed zit. En daar gaat het ons vooral om bij deze ontmoeting.” |