Volendam en Gotenburg laten het niet bij deze keer
Volendam en Gotenburg laten het niet bij deze keer
Alsof ze elkaar niet pas vijf dagen, maar op zijn minst al een leven lang kennen, zo lopen de Volendammers en hun Gotenburgse gasten over de brug naar het Max Euweplein. Dicht opeen, druk pratend, armen om elkaars schouders geslagen. Komend uit de rondvaartboot gaan ze richting café: het is tijd voor een luchtige afsluiting van een beladen, vaak emotioneel programma.
Sadé Schilder heeft een superweek achter de rug, vertelt ze. ''Ik hoefde maar heel weinig te zeggen en dan begrepen ze al waar ik het over had. Zij begrijpen hoe wij ons voelen, want allemaal hebben we een gebroken hart.'' De vijftienjarige Sadé was in café De Hemel in Volendam, toen daar met oud en nieuw brand uitbrak. ''Alles heeft zich voor mijn ogen afgespeeld.'' Lichamelijk is ze niet gewond geraakt, maar geestelijk wel. ''Ik kan me niet concentreren en ik heb eetstoornissen.''
Met tientallen anderen die in het brandende café gewond raakten, trok Sadé afgelopen week op met lotgenoten uit Gotenburg. Daar woedde in oktober 1998 een vernietigende brand in een disco. De Gotenburgers wilden proberen de Volendammers tot steun te zijn. En omgekeerd.
Ze heeft grote bewondering voor de Zweedse jongeren, zegt Sadé. De gesprekken met hen geven haar hoop voor de toekomst. ''Ik weet nu wat mij en mijn vrienden en vriendinnen te wachten staat. De mensen uit Gotenburg zijn ondanks hun handicaps zo sterk, zo zelfverzekerd. Als ik dat zie, denk ik: ook wij komen er wel doorheen.''
Docent Henny Karman, coördinator nazorg brand aan de Technische School Zuiderzee in Edam, waarop tien gewonde leerlingen zitten, was er zo ongeveer de hele week bij. ''Het is fantastisch geweest,'' zegt hij. ''Het beste kan ik het enthousiasme misschien verwoorden door te herhalen wat een Zweedse jongen zei. Hij vertelde dat hij, tijdens een bijeenkomst met de Volendamse jongeren, voor het eerst in drie jaar tranen in zijn ogen had gehad. Zo'n uitspraak zegt alles over de emoties die zijn losgekomen.''
Piet Reijers van informatiecentrum Het Anker, die samen met Laura Steur de week organiseerde, vreest dat hij in superlatieven moet praten als hij verslag doet. ''Een Zweeds meisje kwam net nog lachend bij me om te zeggen, dat ze in tijden niet zo gelukkig is geweest als hier, samen met de Volendamse lotgenoten,'' zegt hij.
Daniel Gubic uit Gotenburg was vrachtwagenchauffeur in opleiding toen hij in de disco zware brandwonden opliep. Hij is nu achttien; chauffeur zal hij nooit kunnen worden, doordat zijn handen verminkt raakten. Hij was de eerste twee jaar na de brand erg agressief, vertelt hij: jaloers op mensen die gezond en ongeschonden rondliepen. Hij lachte mensen uit die hem hulp wilden aanbieden. ''Hoe het komt weet ik niet, maar plotseling kwam er een omslag. Nu aanvaard ik de hulp die mij word geboden en voel ik mij veel beter.''
Eerlijk
Daniel kijkt tevreden terug op de week in Nederland, maar als hij eerlijk moet zijn kan hij niet zeggen dat de Volendammers hem tot steun zijn geweest. ''Iedere dag weer voel je dat je gehandicapt bent. Ja, ik kan het misschien soms heel even vergeten, maar dan valt mijn blik op mijn handen - en dan kan ik er niet meer omheen.''
De Gotenburgers en de Volendammers sloten dezer dagen vele vriendschappen. Gaan de Volendammers dus binnenkort op tegenbezoek naar Zweden? ''Dat wil ik heel beslist,'' zegt Sadé. ''Ik wil de disco zien, en ook wat van de stad. Maar ik zal eerst flink moeten sparen, want zo'n reis is duur.'' Daniel: ''Ik zit in de jeugdafdeling van onze vereniging van brandslachtoffers. We hebben het er al over gehad: we gaan botje bij botje leggen.''