Enschede en Volendam: Schadeclaims onderscheiden van "politieke slachtofferhulp"
Enschede en Volendam: Schadeclaims onderscheiden van "politieke slachtofferhulp"
De belangenvereniging van slachtoffers van de Enschedese vuurwerkramp is woedend op de commissie Van Lidth de Jeude. De commissie regelt de verdeling van de 15,5 miljoen euro die het kabinet heeft uitgetrokken om het leed van de gedupeerden van de rampen in Volendam en Enschede te verzachten.
Er vielen dezer dagen in Enschede harde woorden: furieus onrechtvaardig en ontoereikend. Mogelijk vallen nabestaanden van slachtoffers die geen kostwinner waren buiten de boot. Ook op andere onderdelen van de regeling wordt de commissie te weinig ruimhartigheid verweten. Hiermee is opnieuw de vraag actueel of en in welke mate de overheid verplicht is gedupeerden van een ramp schadeloos te stellen. Hebben slachtoffers van een grootschalig ongeluk, dat diepe wonden slaat in de samenleving, aanspraak op vergoeding uit de algemene middelen? Voor een goed begrip is het nodig bij deze vragen een scherp onderscheid te maken tussen juridische aanspraken en politieke gebaren. Gok van de belangenverenigingen van slachtoffers van de rampen in Enschede en Volendam mag worden gevraagd dit niet uit het oog te verliezen.
Processen
Advocaten van de Enschedese en de Volendamse belangenvermenging van slachtoffers bereiden processen tegen de overheid voor. In beide gevallen stellen letselschadeadvocaten de overheid volledig aansprakelijk voor alle materiele en immateriële schade. De regelingen van de commissie Van Lidth de Jeude staan los van deze aansprakelijkheid vraag. De commissie is aan het werk gezet om financieel kracht bij te zetten aan het medeleven met de slachtoffers in Enschede en Volendam. De rampen waren van dien aard, dat de hele samenleving er deel aan had. Dan eist het solidariteitsbeginsel dat de overheid er niet mee volstaat de betrokkenen naar hun verzekeringsmaatschappijen te verwijzen.
Ook om het geschokte vertrouwen in de overheid te herstellen, deed de regering bij monde van premier Kok beloften, die de commissie Van Lidth de Jeude nu moet waarmaken. In het tijdschrift Openbaar Bestuur vraagt VVD kamerlid Vos zich samen met de juridisch medewerker van de Tweede Kamerfractie van de VVD, J. van Spanje, af of hier geen sprake is van 'goedbedoelde willekeur'. De financiële hulp van de overheid kan nooit zover gaan dat alle geleden schade uit de algemene middelen wordt vergoed, betogen zij. Het gaat slechts om een tegemoetkoming. Omdat burgers onevenredig zwaar zijn getroffen, is dit een morele plicht van de overheid, maar zij is niet verantwoordelijk voor het lenigen van alle nood bij rampen.
De VVD juristen stellen dat de overheid alleen volledig aansprakelijk is in geval van grove nalatigheid bij de regelhandhaving. Bijvoorbeeld indien er lange tijd een levensgevaarlijke situatie oogluikend wordt toegestaan en als gevolg daarvan een ramp gebeurt. Dus indien de overheid zelf onrechtmatig of bijzonder onzorgvuldig heeft gehandeld, is ze aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.
Rampschade
En daar zal het om draaien in de procedures die namens de slachtoffers in Enschede en Volendam bij de rechter worden aangespannen. Aansprakelijk zijn in de eerste plaats de veroorzakers van de schade. Hierbij valt te denken aan de eigenaars en andere verantwoordelijken bij de betrokken bedrijven, het Volendamse café en de in Enschede ontplofte vuurwerkfabriek.
Nalatigheid
De Wet tegemoetkoming schade bij rampen uit 1998 bepaalt uitdrukkelijk dat burgers geen aanspraak hebben op een tegemoetkoming als de schade op een andere manier verhaalbaar of redelijkerwijs verzekerbaar. In beide gevallen lopen er strafrechtelijke onderzoeken, maar liggen ook civielrechtelijke schadezaken voor de hand. De VVD auteurs in Openbaar Bestuur menen dat een claim tegen de overheid pas aan de orde kan zijn als de 'rampschade ten minste het redelijkerwijs te verwachten gevolg' is van onzorgvuldig handelen of nalaten van overheidswege. Zij vinden dat de politiek in zulke gevallen niet te scheutig moet zijn. Dwing liever bij de verlening van een vergunning van tevoren af dat een bedrijf voldoende verzekerd is voor alle risico's. Dat zal enerzijds leiden tot betere preventie, anderzijds tot veel hogere verzekeringspremies. Hoewel 'politieke' vergoedingen aan slachtoffers - zoals die nu worden geregeld door de commissie Van Lidth de Jeude - sympathiek zijn, dragen zij volgens Vos en Van Spanje niet bij aan de rechtszekerheid.
Wanneer tast de overheid wel en wanneer niet solidair in de buidel? Daar bestaan geen heldere uitgangspunten voor. Vos en Van Spanje vinden dat de politieke wil om te helpen op zichzelf onvoldoende reden is om slachtoffers tegemoet te komen. Er dient volgens hen een oorzakelijk verband te bestaan tussen de ramp en het gedrag van de overheid.
Smartengeld
Over één ding zijn voor en tegenstanders van ruimhartige tegemoetkoming aan de slachtoffers het eens: smartengeld (immateriële schade) wordt door de overheid niet betaald. Zij kan wel gemaakte onkosten, inkomensderving en zaakschade vergoeden, maar niet gederfde levensvreugde. Dat zou wel eens de, op zichzelf begrijpelijke, woede van de Enschedese vereniging op de commissie Van Lidth de Jeude kunnen verklaren.