Naar de inhoud

Welkomstwoord Cees de Wit op de 2e bedankdag

Bron: BSNV

Welkomstwoord Cees de Wit op de 2e bedankdag

De naam Volendam roept veel gedachten en emoties op. Waren wij tot dusver vooral bekend door voetbal promotie en degradatie, BZN, Jantje Smit en het Volendams Operakoor, thans is daar helaas bijgekomen een ramp die verwoestingen heeft aangericht in het leven van minimaal 300 gezinnen en die ons dorp sinds I januari 2001 volledig in de ban heeft. We spreken sindsdien over de tijd voor en over de tijd na de ramp.

Volendammers zijn een raar volkje. Dat wist u misschien wel, maar na het verhaal van de heer Faber van het Academisch ziekenhuis uit Groningen op 6 januari jl. twijfelt niemand daar nog aan. Als psycholoog gaf hij hier in het hol de leeuw nota bene een uiteenzetting over hoe Volendammers naar zijn mening zijn en hoe hij ze had ervaren. Toegegeven, er zaten inderdaad opmerkelijke mensen tussen. Maar, dan nog.

Dat bijzondere, drukke, ongedurige volkje wil vandaag uiting geven van zijn grote respect voor alles wat u heeft gedaan in die ellendige Nieuwjaarsnacht van 2001 en in de dagen en weken erna.

Toen ik in de loop van februari vorig jaar een moeder sprak die vertelde wat zij in die vreselijk nacht had meegemaakt, zei ze ineens tegen mij: 'weetje wat ik zo erg vind, die man die met ons meegegaan is in de ziekenwagen, en onderweg vanuit een ziekenhuis in Friesland instapte en met ons naar Groningen reed, die man heb ik nooit meer gezien en ik heb hem nooit kunnen bedanken voor alles wat hij voor ons en onze dochter heeft gedaan.

Dit is een van de redenen waarom een bedankdag op zijn plaats is. En na de eerste bedankdag weten we zeker dat het goed is u hier vandaag onze gast te laten zijn. Uiteraard zijn er veel meer redenen om u hier uit te nodigen.

Tijdens de 1e bedankdag kwam hier hulpverleners binnen en vroegen zich verontschuldigend af waarom zij uitgenodigd waren. 'Ze hadden toch gewoon hun werk gedaan?' Na afloop sprak ik enkelen opnieuw en het bleek dat zowel hulpverleners als getroffenen de bedankdag als zeer nuttig en in bepaalde gevallen zelfs als zeer nodig hebben ervaren. Ook hulpverleners hadden er behoefte aan hun verhaal te vertellen, hun patiënten te ontmoeten en ouders te spreken.

Een spontaan initiatief van enkelen, letterlijk en figuurlijk vurig aangespoord door Johan Bond, groeide uit tot een waardevol, emotioneel en hartelijk gebeuren. Een gebeuren om nooit meer te vergeten. Daarom is het goed dat u hier vandaag bent.

U moet deze middag over u heen laten komen. Het zal u zijn vergaan zoals het zo velen is vergaan. Steeds maar weer die vraag: 'hoe zou het met ze zijn, leven ze nog, zijn zeernstig gewond, is er kans op herstel?

Is er kans op herstel?

Herstel voor 14 jongeren was niet meer mogelijk. We hebben het er toch zo zwaar mee en uiteraard geldt dat zeer bijzonder voor de directe nabestaanden.

Herstel voor die tientallen meer en minder zwaar gewonden is een vraag waarmee getroffenen, ouders, verzorgers, dokteres en andere hulpverleners voortdurend worstelen. Ze staan er mee op en ze gaan ermee naar bed.

De zee heeft in de afgelopen 150 jaar het leven gekost aan tientallen volwassen Volendammer mannen en even zoveel kinderen. Ze kwamen om het leven tijdens het vissen voor het dagelijks brood om hun kinderrijke gezinnen in het leven te houden. Gezinnen woonachtig aan de Haven in Volendam hebben niet zelden te maken gehad met verdrinking van een of meerdere kinderen. Allemaal individuele rampen met diep menselijk leed en meestal zonder directe hulp. Je hebt het er in de familie nog steeds over.

In 1866 kreeg Volendam te maken met een uitbraak van cholera. Gingen er in die tijd jaarlijks ongeveer 30 mensen dood in ons dorp. In dat jaar overleden er 72. U kunt het zich voorstellen wat dat voor een kleine gemeenschap als Volendam betekende.

Als je er niet mee te maken hebt, lees je het in de krant, kijk je er naar op de 1V en luister je er naar op de radio. Voor getroffenen en hulpverleners is dat volstrekt anders.

Afgelopen woensdag hoorde ik op de radio enkele mensen die in 1942 de ramp in de Javazee in de oorlog tegen Japan hebben meegemaakt. 'ik val aan, volg mij' zei Schout bij nacht Karel Doorman 60 jaar geleden. Honderden landgenoten en andere geallieerden, vonden de dood. Nog alle dagen worden overlevenden geconfronteerd met wat ze hebben meegemaakt en zij hebben het er soms verschrikkelijk moeilijk mee.

De Nieuwjaarsbrand is nog maar 14 maanden geleden. Vraag dan ook niet of we het er moeilijk mee hebben. Vraag dan 00k niet of u het er moeilijk mee heeft. Vraag dat 00k niet volgende jaar en het jaar erop. Vraag het ook niet over 60 jaar. De getroffenen, de nabestaanden, de mensen die erom heen stonden, de Volendammer gemeenschap, de verantwoordelijken, de hulpverleners, mensen zoals u, ze hebben het er allemaal moeilijk mee.

Een gebeuren als de Nieuwjaarsbrand gaat inderdaad nooit meer bij je vandaan. Bij u niet, bij ons niet, bij de slachtoffers niet. Uit verhalen van hulpverleners hebben we maar al te goed begrepen en ook aan de lijve ondervonden dat het een regelrechte nachtmerrie is geweest wat zich in die koude nieuwjaarsnacht heeft afgespeeld. Een tragedie was het wart u hebt meegemaakt.

In het waardevolle boek 'Het verdriet van Volendam' van Eddy Veerman staat het volgende
citaat: 'Het meest verschrikkelijke vond ik die meiden, die hun armen buiten de tralies staken.
Ze pakten me vast en schreeuwden dat ik ze moest helpen en ze niet in de steek mocht laten.

Een ononderbroken lint van felle blauwe lampen in het pikkedonker markeerde de toegangswegen tot ons dorp in die nacht van oud op nieuw. Op de dijk, bij het Europaplein, in cafés, in omliggende woningen leek het op een echt slagveld. Oorlogstoestanden, ramptoestanden. Familieleden, brandslachtoffers, hulpverleners, allemaal mensen die bang waren, verdrietig, radeloos, reddeloos, verslagen.

Je wilt helpen, je moet helpen, maar helpt het en kan je helpen? Voor de ogen van hulpverleners, politiemensen, brandweerlieden ehbopersoneel, ambulancepersoneel en doktoren lieten jonge kinderen het leven, schreeuwden tieners om hulp, soms onherkenbaar voor omstanders. Je eigen kind niet meer herkennen. Erger is er niet.

Toen we eind december en begin januari jl. de herinneringen daaraan op de radio hoorden en beelden zagen op de TV, kwam alles weer boven. Sommigen krantenartikelen vergeet je nooit meer. 'Een verdriet dat nooit meer voorbij gaat', kopte de Volkskrant.

Denk niet dat Volendam niet aanvoelt wat u als hulpverlener heeft meegemaakt en net als hier, zult u ook in uw eigen omgeving horen dat het leven verder gaat en dat we verder moeten. Natuurlijk is dat waar, maar daarnaast is ook waar dat hulpverleners van het eerste uur nog zo vaak wakker liggen en erover moeten praten. Hier mag u erover praten, hier mag u alles. Volendam biedt u de gelegenheid er met ons over te praten.

Vanaf deze plaats wil ik daarom eerst bedanken de mannen en vrouwen die met hulpverleners zijn getrouwd of daarmee een goede relatie hebben. Zij waren de eersten die u in het gezin, in de familie, op het werk hebben opgevangen. Dank daarvoor. (en ik weet uit contacten dat vrouwen van onze brandweerlieden fantastisch werk hebben verricht)

In augustus was ik aanwezig bij het afscheid van een van de dragers van ons begrafenisfonds. Hij was ruim 31 jaar met veel inzet drager geweest. Het was genoeg zo. Hij kon het niet meer opbrengen. In zijn afscheidswoordje vertelde hij dat de 13 uitvaarten van de brandslachtoffers in januari hem hadden veranderd. Toen daar de 14e bij kwam op maandag 23 juli, kon hij niet meer.

We werden er eigenlijk weer even stil van. We werden met de neus weer op de feiten gedrukt. We merkten dat we er eigenlijk allemaal last van hadden.

Welkom nogmaals en laten we er een goede middag van maken. Een middag die misschien die niet alles oplost, een middag misschien die slechts oplucht. Een zucht geeft van verlichting. Een middag misschien van herinneringen, een dag van weerzien, een dag om niet te vergeten. Een dag voor u. En dat is Volendam erg veel waard.

De burgemeester, pastoor Berkhout, Erik Tuijp, willen u vanmiddag ook graag toespreken. Zij krijgen er uiteraard alle gelegenheid voor. Schroom niet naar mij toe te komen als er onder u zijn, die ook graag iets willen zeggen. Volendam kan niet zonder muziek. Vandaar dat wij u vanmiddag ook kennis laten maken met muziek van eigen bodem. En uiteraard krijgt u te eten en drinken. En Volendam zou Volendam niet zijn als daar geen vruchten en delicatessen bij zouden zitten van de zee, vis bereid door nijvere Volendammer handen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.