Naar de inhoud

Officiele kamerstuk ivm Korthals wil einde aan gedoogcultuur

Bron: tweede kamer

28000 VII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2002

Nr. 54 Brief van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie


Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 maart 2002


Op 18 oktober 2001 is bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door de Tweede Kamer een motie ingediend door de leden Slob (ChristenUnie) en Barth (PvdA), waarin de regering wordt verzocht een plan van aanpak te presenteren inzake het aan banden leggen van de gegroeide gedoogcultuur (kamerstukken II, 2001-2002, 80 000 VII, nr. 21). Deze motie is aanvaard door de Tweede Kamer.


Naar aanleiding van deze motie dient vooraf te worden opgemerkt dat gedogen en handhaven twee zijden van dezelfde medaille zijn. Beide thema's staan al sinds enige jaren hoog op de politieke agenda van de regering. Bij brief van 31 oktober 1996 heeft het vorige kabinet reeds de nota "Grenzen aan gedogen" aangeboden aan de Tweede Kamer. Mede naar aanleiding van de gebeurtenissen in Enschede en Volendam is in brede kringen nogmaals het belang onderkend van handhaving van regelgeving, in het bijzonder indien dit het belang raakt van de veiligheid van mensen. Deze gebeurtenissen hebben bovendien geleid tot een aantal concrete maatregelen op het terrein van de handhaving van dienaangaande wet- en regelgeving.


De kabinetsstandpunten naar aanleiding van de rapporten van de commissie-Oosting en de commissie-Alders bieden een overzicht van de voorgenomen maatregelen (kamerstukken II, 2000-2001, 27 157, nr. 20, respectievelijk 2000-2001, 27 575, nr. 5.). Met de instelling van de Taskforce Slagen voor veiligheid heeft het kabinet bovendien mede beoogd de handhaving van de regelgeving te versterken. Dit dient plaats te vinden door een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak tussen Rijk, VNG en IPO van de uitvoering van deze actiepunten. De Taskforce heeft het ministerie van Justitie gevraagd wetgeving door te lichten die betrekking heeft op veiligheid in voor publiek toegankelijke ruimten.


Reeds in het voorjaar 2000 heeft de minister van Justitie in een reactie op het rapport "Handhaven op Niveau" van de Commissie bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving, een actieve benadering van het handhavingsbeleid bepleit. Daartoe is het actieprogramma Handhaven op Niveau geïnitieerd, dat ziet op versterking van de uitvoering van de handhaving van ordeningswetgeving (kabinetsstandpunt Handhaven op Niveau, kamerstukken II, 1999-2000, 26 800 VI, nr. 67, p. 6). De door de minister van Justitie ingestelde stuurgroep Handhaven op Niveau heeft de ambitie de kwaliteit, intensiteit en doelmatigheid van de handhaving op het terrein van de ordeningswetgeving te verhogen tot een maatschappelijk gewenst niveau. De stuurgroep faciliteert daarom overheden en handhavende instanties door adequate werkwijzen van handhaving te ontwikkelen en beschikbaar te stellen bij wijze van een offensief handhavingsbeleid. Die werkwijzen worden in projecten op diverse beleidsterreinen op lokaal en regionaal niveau ontwikkeld. Centraal hierbij staat de versterking van de samenwerking en de verdere professionalisering van de handhavers. Bij de uitvoering van dit actieprogramma wordt samengewerkt met VNG, IPO en Unie van Waterschappen. De gebeurtenissen in Enschede en Volendam zijn voor de stuurgroep bovendien aanleiding geweest een project te starten dat gericht is op programmatisch handhaven. Doel van dit project is overheden en handhavende instanties te bewegen tot een systematische en programmatische aanpak van handhavingsvraagstukken. In onze brief van 6 september 2001 aan u hebben wij reeds aangegeven dat mede hierdoor een stevige impuls kan worden gegeven aan de culturele omslag die de commissie-Oosting beoogde (kamerstukken II, 27 400 VI, nr. 91).


Inmiddels zijn twee conferenties gehouden om draagvlak voor het concept programmatisch handhaven te creëren en hierover kennis over te dragen aan zowel bestuurders als ambtenaren. In de loop van dit jaar krijgen bestuurders, gemeenteraadsleden en handhavingcoördinatoren via regionale workshops en congressen een instrumentarium aangereikt, waarmee zij een handhavingsprogramma kunnen opstellen.
Verder wordt momenteel in opdracht van het ministerie van Justitie een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de handhavingscapaciteit in een aantal gemeenten.
De voorzitter van de VNG, burgemeester Deetman van Den Haag, heeft bovendien op 11 maart jl. het manifest "Om het vertrouwen van de burger" aangeboden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het manifest verwoorden de gemeenten o.a. hun ambities op het terrein van handhaving voor de periode 2002-2006.


Het in de motie gelegen verzoek om een plan van aanpak inzake het tegengaan van de gedoogcultuur gaat voorbij aan de vele activiteiten die plaatsvinden op het terrein van de handhaving van wet- en regelgeving en het tegengaan van een gedoogcultuur. Daarmee gaat de motie voorbij aan de inspanningen die het kabinet, samen met VNG, IPO en Unie van Waterschappen, verricht. Na de rampzalige ervaringen in Enschede en Volendam zijn deze inspanningen sterk geïntensiveerd. Weer een nieuw plan van aanpak kan gezien het vorengaande niet meer zijn dan een herhaling van reeds geformuleerde doelstellingen en actiepunten en zal geen meerwaarde bieden ten opzichte van de bestaande overzichten van activiteiten die het kabinet reeds heeft voorgenomen en die reeds worden uitgevoerd. Voorzover het gaat om de handhavingsactiviteiten van de onderscheiden ministeries verwachten wij dat de nieuwe begrotingssystematiek (van beleidsbegroting naar beleidsverantwoording) daarin een beter inzicht zal bieden, doordat een directer verband wordt gelegd tussen doelen en middelen.


Alles overwegende menen wij dat met verwijzing naar de verschillende bovengenoemde activiteiten en de daarbij behorende overzichten van actiepunten in voldoende mate tegemoet is gekomen aan de inhoud van de motie.


DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,



K.G. de Vries


DE MINISTER VAN JUSTITIE,



A.H. Korthals

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.