Naar de inhoud

Monnikendam en Volendam mogen niet uit het oog worden verloren

Bron: Tweede Kamer

Antwoord van de minister Borst over vragen ambulancezorg
De minister geeft aan dat de nieuwe besturingssystematiek enerzijds is gericht op het terugbrengen van het aantal partijen dat formele verantwoordelijkheid draagt voor de ambulancezorg en anderzijds op het beter laten aansluiten van de ambulancezorg bij de overige curatieve gezondheidszorg. Rampenbestrijding vindt altijd plaats onder de directe regie van het openbaar bestuur en de desbetreffende RAV moet zich in zo'n situatie richten naar de opdrachten die de burgemeester via de GHOR geeft. Het is evenwel niet nodig dat provincies en gemeenten een rol spelen bij de aansturing van de dagelijkse ambulancezorg. Dit soort zorg hoort thuis in het tweede verzekeringscompartiment, waar de zorgverzekeraar in toenemende mate optreedt als regisseur. De minister is en blijft verantwoordelijk voor zaken als kwaliteit, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

Het kabinet kiest in navolging van de conclusies uit het RIVM-rapport voor het principe "betalen en bepalen in één hand". Dat is nu niet het geval en daarom zijn er zoveel problemen. Als ervoor wordt gekozen om de provincies de regie te geven, dan komt ook het geld daar terecht. De minister wijst erop dat dit met zich meebrengt dat de Kamer een deel van haar controle kwijtraakt, omdat zij niet gerechtigd is, het provinciebestuur te controleren. Er ontstaat zo een "gat" in de curatieve gezondheidszorg waarvoor Den Haag niet meer verantwoordelijk is. De minister is van mening dat dit geen aantrekkelijke optie is. Het is belangrijk dat de gehele curatieve medische hulp in één gesloten keten functioneert. Daarnaast vindt op allerlei vlakken wisselwerking plaats tussen ambulancezorg en ziekenhuiszorg. Een verzekeraar kan in overleg met een ziekenhuis besluiten de wachtlijsten te reduceren door het verruimen van de bedrijfstijden van het ziekenhuis. Dat heeft bijna per definitie tot gevolg dat de vraag naar ambulancezorg stijgt en de verzekeraar moet ervoor zorgen, daarvan voldoende in te kopen. Als de ambulancezorg direct onder het openbaar bestuur valt, kunnen in dit soort situaties problemen ontstaan. De VNG en het IPO hebben laten weten achter de plannen van de minister voor de besturingssystematiek te staan.

De minister benadrukt dat het beleid is gericht op een verschuiving van verantwoordelijkheden van provincies en gemeenten naar het Rijk. Er is geen sprake van privatisering; nergens staat geschreven dat een RAV geen overheidsdienst mag zijn. Een RAV is bij voorkeur een stichting of een gemeenschappelijke regeling van gemeenten.

De minister is van mening dat het logisch is dat zij de vergunningen verstrekt; zij doet dat immers ook bij de ziekenhuizen. De vergelijking van het concessiesysteem met dat van de spoorwegen, in het licht van de perikelen bij NS, wijst zij af. De vergunningen zullen steeds worden verlengd indien de desbetreffende RAV goede kwaliteit levert en zo doelmatig mogelijk te werk gaat. De vierjarige concessies werken als een stok achter de deur voor het management van de RAV's. In het laatste jaar van de vergunning worden gesprekken aangegaan over het functioneren van de RAV. Indien de RAV niet goed functioneert, kan het uiterste gevolg zijn dat een managementteam vervangen wordt. Het is niet de bedoeling dat de concessie overgaat naar een andere ambulancedienst; in de meeste regio's zijn er geen andere aanbieders met voldoende personeel en ambulances.

Ten aanzien van de verschillende soorten regio's zegt de minister dat die van de gezondheidszorg en de politie reeds volledig samenvallen. De brandweerregio's wijken daarvan op een aantal punten nog af; daarom heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties namens het gehele kabinet een advies gevraagd aan de Raad voor het openbaar bestuur over de schaal van de veiligheidsregio's.

Een aantal provincies heeft aangegeven het begrip "regiovisie" te missen in de discussie over de ambulancezorg. Op verzoek van het IPO is de ambulancezorg buiten de regiovisie behandeld, maar de minister is ten volle bereid deze vorm van zorg daarin op te nemen. Ook als gekozen wordt voor het model van de zorgverzekeraars, acht zij het van belang dat de provincies de ambulancezorg in hun regio betrekken in hun visie, omdat zij het beste weten hoe bereikbaarheid voor iedereen het beste kan worden gerealiseerd

Het tijdschema van het project Versterking ambulancezorg is naar de mening van de minister haalbaar. Tot 1 juli worden plannen gemaakt, daarna wordt een en ander geïmplementeerd. Het project wordt gecoördineerd door een stuurgroep op bestuursniveau, waarin alle partijen zitting hebben die te maken hebben met de ambulancezorg. Daarnaast is er een aantal projectgroepen, die oplossingen aandragen voor de afzonderlijke knelpunten uit het RIVM-onderzoek, waarvan de expertgroep inzake spreiding en paraatheid een van de belangrijkste is. De bedoeling is dat uit dit project een goed landelijk spreidingsplan voor de ambulancezorg voortkomt, waarin ook de standplaatsen zijn aangegeven.

Monnikendam en Volendam mogen niet uit het oog worden verloren; de situatie daar is problematisch. Aan de andere kant is het aantal ritten er klein en dan speelt de afweging tussen bereikbaarheid en efficiency een rol. De minister zegt toe, financiële middelen beschikbaar te stellen daar waar extra standplaatsen nodig zijn, maar stelt de voorwaarde dat het geheel doelmatig en efficiënt is georganiseerd. De verschillende ambulancediensten werken nog lang niet altijd optimaal samen en lijken elkaar soms zelfs tegen te werken. In dat soort situaties komt geen extra geld beschikbaar. Als in navolging van het advies van de commissie-Wolfson 25 RAV's worden gevormd, is sprake van een optimaal gebruik van de middelen en dan mag er best wat extra's bij voor de plekken waar de bereikbaarheid in het gedrang komt.

In het project Versterking ambulancezorg wordt uiteraard gebruik gemaakt van regionale kennis. Voor 1 juli moet daarvan een helder beeld bestaan. Dit jaar is voor het project 2,5 mln euro uitgetrokken. Als volgend jaar blijkt dat meer geld nodig is, moet dat geld beschikbaar komen. De minister is de provincies dankbaar dat zij af en toe financieel zijn bijgesprongen. De desbetreffende tekorten worden via de 45 mln euro bijgepast, maar de minister heeft niet voldoende middelen om de bedragen met terugwerkende kracht te vergoeden. Met de provincie Brabant was dit ook van meet af aan afgesproken.

De projectgroep Versterking ambulancezorg komt in de zomer met landelijk uniforme criteria voor de aanrijtijden, hoewel er aanvankelijk sprake van was dat dit langer zou duren. De behoefte hieraan is evenwel groot, temeer daar een nieuw kabinet straks de begroting voor 2003 moet opstellen. Als de plannen pas aan het eind van het jaar gereed zijn, gaat er weer een jaar verloren. Het ontwikkelen van een landelijk spreidingsplan is dan ook een van de speerpunten van het project. Het streven is dat de ambulance in principe overal binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn, maar dit kan door fileproblemen of ongelukken op de weg een enkele keer mislukken. De minister zegt geen bezwaar te hebben tegen aanrijtijden van zeven minuten als Nederland in een situatie belandt waarin dit financieel haalbaar is. Voorlopig is dat evenwel volstrekt niet aan de orde; eerst moet ervoor worden gezorgd dat iedere Nederlander binnen 15 minuten kan worden bereikt.

Op 18 maart is overlegd met het Landelijk beraad traumacentra (LBTC) over de traumazorg. Afgesproken is dat het LBTC de minister voor 1 mei een nader uitgewerkt voorstel voorlegt ter verbetering van de inzetbaarheid van de mobiele medische teams. Er zijn drie scenario's denkbaar. 1. Een scenario waarin vier helikopters, met elk een medische mobiele dienst, overdag paraat zijn, hetgeen betekent dat het personeel van zo'n dienst bij alarmering direct in de helikopter kan stappen. Daarnaast zijn er tien grondgebonden parate medische teams die 's avonds en 's nachts kunnen worden ingezet. 2. Een scenario waarin de helikopters 24 uur per dag paraat zijn, met een achterwachtsysteem. 3. Een scenario met vijf helikopters waarmee heel Nederland kan worden bereikt. De Kamer wordt hierover waarschijnlijk pas na het zomerreces geïnformeerd. De minister zegt in haar besluit een afweging te maken tussen goede geografische spreiding, bereikbaarheid, kosten en haalbaarheid. Vooruitlopend op de besluitvorming heeft zij met ingang van dit jaar structureel een bedrag van 4,5 mln euro beschikbaar gesteld voor het oplossen van een aantal financiële knelpunten.

Het volgens het RIVM-rapport benodigde geld is vanaf dit jaar beschikbaar en wordt gedeeltelijk verspreid volgens een genormeerde verdeling. Alle ambulancediensten krijgen volgens hetzelfde systeem de beschikking over een deel van de middelen. Daar bovenop is er een vrijemargeregeling, die lokaal heel verschillend is en dient om de aangegeven knelpunten op te lossen. Het geld komt terecht bij de diensten en niet bij de RAV's, omdat RAV's wettelijk nog niet bestaan en zij dus nog niet in aanmerking komen voor premiegeld. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, want als het geld eenmaal binnen is, mag het vrij worden besteed. De beleidsregels stellen geen inhoudelijke voorwaarden, op de randvoorwaarde na dat het geld bedoeld is voor het volume en bijvoorbeeld niet mag worden gebruikt voor het verhogen van de salarissen. Kennelijk bestaat hierover nog zoveel onduidelijkheid, dat de minister ervoor zorg zal dragen dat alle ambulancediensten hierover goed worden geïnformeerd. Zij zegt toe, de Kamer een brief te sturen waarin zij uitlegt hoe een en ander precies is geregeld.

In het kader van de "Van Rijn-middelen" is geld gereserveerd voor de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. Dat is bekend in de sector en men is nu zelf aan zet: er moet overleg plaatsvinden tussen alle betrokkenen. De minister kan geen bedragen noemen, omdat werkgevers en werknemers daarover in onderhandeling zijn. Wat de saneringsregeling betreft, bleek uit het RIVM-rapport dat de financiële positie van sommige ambulancediensten een harmonieuze RAV-vorming in de weg staat. De huidige saneringsregeling is niet toereikend voor het wegwerken van alle financiële tekorten; de minister heeft haar tijdelijk gewijzigd zodat de negatieve vermogensbestanddelen van de ambulancediensten en de centrale posten kunnen worden gecompenseerd. Hiermee is naar schatting een bedrag van 30 mln gulden gemoeid, maar dit bedrag is niet gelimiteerd. De kosten worden gedekt uit het Algemeen fonds bijzondere ziektekosten.

Wat de motie-Van den Doel betreft, verwijst de minister naar de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2001. De minister van BZK gaf in deze brief aan dat de motie samen met een aantal andere actiepunten zal worden uitgevoerd en dat hij de Kamer voor 1 april hierover zal berichten.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.