Naar de inhoud

Dagboek van een bedevaart: 25 kilo megakaarsen branden bij de grot

Bron: NHD

Dagboek van een bedevaart
Ze gaan van De Dijk in Volendam naar de grot in Lourdes. Slachtoffers van de brand in Volendam en ouders van overleden kinderen maken met familie en vrienden deze week een bedevaart. Een kleine 120 Volendamse pelgrims reizen naar de grot van de Maria verschijning van Bernadette. De grot van de hoop. Het Noordhollands Dagblad reist mee met de pelgrims en bericht in dagboekvorm over de belevenissen van de Volendamse bedevaartgangers.

 

25 kilo megakaarsen branden bij de grot 
Het miezert als we woensdagmorgen aankomen bij de grot waar het hier toch allemaal om draait. De veertienjarige Cees Molenaar torst het wapen van Volendam. 
Een groep jongeren sjouwt om beurten op de schouders met twee immense kaarsen van ieder 25 kilo. Eén kaars was zeker niet genoeg. Volendammers doen alles graag in het groot. Je krijgt er nooit één koekje bij de koffie, maar altijd twee. Want: ,,Op ien bien kun je niet lopen.'' Eerst even op de traditionele groepsfoto. Dan naar de grot waar bisschop Muskens van Breda en pastoor Jan Berkhout van Volendam voorgaan in een mis in de open lucht. Wachten, wachten, wachten. En het miezeren wordt regenen. Alle zegen komt van boven.

Maria en Bernadette hebben het goed bekeken. In de grot zelf is het droog. Daar mogen maar een paar jongeren met de kaarsen en het vaandel heen. ,,Wat een Hollands weer'', zegt bisschop Muskens. ,,Water van boven, water van Lourdes en nu wilde ik ook nog gaan preken over water.'' De bisschop spreekt zijn zorgen uit over de doden in Erfurt en over tegenstellingen in de samenleving die leiden tot moord en doodslag. Misschien dat dat als een verwijzing naar de moord op Pim Fortuyn kan worden opgevat. De mis duurt lang in de regen. Voor aan het hek staan rolstoelen vol zieken in de stromende regen. Paraplu's, regenkapjes, regenjassen en plastic zakken. Ook als je wel kan staan, raak je verkleumd.

Pastoor Berkhout roept de jongeren naar voren en vertelt het verhaal dat bij de twee kaarsen hoort. De eerste is voor de gezinnen die na de brand iemand moeten missen en voor de geschonden slachtoffers. De tweede is voor de thuisblijvers. Maar heel even mogen ze branden. Al na een paar minuten moeten ze volgens het strenge draaiboek van Lourdes al weer weg bij de grot. Grotbewakers wijzen de weg naar een afdak waar de kaarsen verder mogen branden onder een afdak, temidden van kaarsen uit Corsica, Keulen en God mag weten waarvandaan.

Na afloop van de mis zelf bij de grot een kaars opsteken. Meteen de grootste en duurste maar. Bijna een meter lang. Voor acht euro heb je ook wat. Moet genoeg zijn voor de hele familie en kennissenkring.  Henk Bootsman, die de grote Volendamkaars bij de grot mocht brengen steekt later nog twee kleinere op. ,,Een voor de examens van iemand en één voor Pim Fortuyn.'' Esther Veerman die haar broertje Peter in de rampnacht verloor, is blij met de twee kaarsen voor Volendam. ,,Ik had het nog met mijn zusje over om een kaars voor onszelf te branden, maar dat is nu die grote kaars geworden.''

Kaarsen, kaarsen, kaarsen. Iedere avond kun je weer met kaarsjes aanschuiven in de lichtprocessie. Stapvoets voor de Rozenkranskerk langs. De Volendamse Lourdesgangers doen het ook. Het wapen van Volendam en een vaandel fier voorop. De stoet voegt in de al wandelende lichtprocessie in tussen Keulen en Indonesië. Uit de speakers klinken bijbelse verhalen en gezangen in alle talen. Kun je daar kracht uit putten? Moeder Lida Jonk die haar zoon Edward in de brand heeft verloren twijfelt. Ze vindt het indrukwekkend en het doet haar wel wat. ,,Maar je bent toch iets kwijt dat niemand je kan teruggeven.''

Hemelvaartsdag, topdag. De ondergrondse Pius X kerk waar 25.000 bezoekers in kunnen, stroomt een uur voor de mis begint al vol. Rolstoelen en ziekenbedden rijden af en aan. Geen stoel meer te vinden. Een groep Volendammers strijkt neer op de treden van een altaar achterin. De jongeren zoeken plekjes langs de wand. ,,Hier zou je ook een mooie houseparty kunnen geven'', zegt Henk Bootsman.

Johan Visscher en vriendin Gerda Bootsman vinden een plek langs de muur waar ze een beetje kunnen zitten. Ze nemen de bedevaart serieus. ,,Ik kom hier om te bedanken dat ik nog leef. Dat ik het gered heb. Want ik dacht echt dat ik dood ging'', zegt Gerda die tijdens de nieuwjaarsbrand bedolven raakte onder mensen. Bewusteloos en verbrand, al zie je in haar gezicht en handen niets meer van de tweedegraads brandwonden. Johan: ,,Dit is een stukje verwerking. Een afsluiting. Iedereen die overleden is, kenden we goed.'' Gerda: ,,Hier slaan we een arm om ze heen, zoals pastoor zo mooi zegt. Toen we de kaarsen bij de grot aanstaken, had ik wel het gevoel een beetje dichter bij de mensen te zijn die we zijn verloren.''

In het hotel horen ze bij de groep jonge gangmakers die ook feesten in Lourdes en fanatiek de finale van de voetbal volgen. ,,Onderling doen we ook lekker vervelend en we lachen veel. Dat is ook een manier van uiten: dat je blij bent dat je er nog bent en dat je met elkaar kunt lachen.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.