Naar de inhoud

Nieuwjaarsbrand nog elke dag in hoofd slachtoffers

Bron: NHD

Nieuwjaarsbrand nog elke dag in hoofd slachtoffers 
De nieuwjaarsbrand in Volendam die aan 14 jonge Volendammers het leven kostte en nog eens 200 in meer of mindere mate verwondde, leeft nog iedere dag in de hoof den van veel betrokkenen. Advies- en informatiecentrum Het Anker kent 350 mensen die door de brand geestelijke steun of sociale hulp nodig hebben. Een symposium met Zweedse deskundigen deze week, levert als conclusie op dat de geestelijke nazorg voor de ramp een nog ongekend lange termijnproject wordt.

De Zweden hebben ervaring. De discotheekbrand in Göteborg in oktober 1998 kostte 63 jongeren het leven en leverde 200 gewonden op. Anderhalf jaar na dato werd in Zweden een zeer uitgebreid onderzoek gehouden onder de jongeren onder de titel: ‘Hoe gaat het nu met je?’ De traumatische ervaringen van de brand hebben diepe geestelijke wonden geslagen die nog steeds nazorg behoeven.

Psychiater Matty Hakvoort die bij de geestelijke begeleiding van de Volendammers is betrokken, weet dat traumatische aandoeningen soms zelfs twintig jaar na dato nog toe kunnen slaan. Hij kent een verpleegster die na zo'n lange periode instortte vanwege de geestelijke stress van een auto ongeluk waar ze bij was betrokken. Dat onderstreept maar weer eens dat je ruim een jaar na de ramp er geen streep onder kunt zetten, zoals sommige Volendammers tijdens de herdenking afgelopen nieuwjaarsdag eigenlijk al wilden doen.

,,Er zijn nog steeds mensen die het boek dicht willen gooien. Maar degene die dat bepaalt, is het slachtoffer zelf en niemand anders”, zegt Klaas Bond, directeur van Het Anker. ,,Het boek even dichtslaan, is onmogelijk. De effecten van posttraumatische stress zijn een bijzonder psychologisch fenomeen. De klachten nemen niet af zoals veel mensen verwachten, maar fluctueren sterk. Soms zijn ze heel intensief. En dat is een normale reactie op een abnormale gebeurtenis.”

Niet alleen getroffenen, maar ook familie en hulpverleners kloppen langzamerhand vaker aan bij het Anker. ,,Hulpverleners die zelf kinderen hebben, zijn soms zeer emotioneel geraakt door de ramp.” Toch is het soms nog moeilijk om ogenschijnlijk niet gewonde getroffenen te spreken te krijgen, omdat problemen graag worden ‘verstopt’.
Volgens de Zweedse nazorgcoördinator Lars Lulled is het traditionele nazorgaanbod niet voldoende. ,,Een supporters en sportproject zoals Volendam gebruikt is daarbij heel goed. Slachtoffers moeten met elkaar praten en er achter komen dat er meer slachtoffers zijn die worstelen met nachtmerries en ‘flashbacks’ van de brand. Gok na anderhalf jaar gebeurt dat nog. Als de jongeren dat doorkrijgen, merken ze dat ze niet bijzonder zijn, maar juist een van de velen.”

Sociale kring
Psychiater Hakvoort benadrukt dat er een grote betrokkenheid en gemeenschapszin nodig is om dit soort rampen te verwerken. ,,De gemeenschap moet veel opvangen. De sociale kring rond de slachtoffers moet goed worden versterkt en je moet individuen er van overtuigen dat het goed is om nazorg te vragen. Dat het goed is om te investeren in jezeif en dat je dan geen ‘loser’ bent. En posttraumatische stress kan altijd toeslaan. Bij de een gebeurt dat na anderhalf jaar, maar bij de ander is het pas na vijf jaar.”

Het Anker overweegt in navolging van Zweden een interviewsessie op te tuigen met alle slachtoffers. Dat kan ook stof opleveren voor psychologen om de verwerking van traumatische stress beter te kunnen begeleiden. ,,Maar daarbij heb je veel specialistische hulp nodig. Die mensen moet je vaak met een lampje zoeken. Dat traject moeten we eerst goed op de rails hebben, want je kunt geen uitgebreide interviewsessies beginnen en dan niet aan de vraag om hulp en zorg voldoen.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.