Stille tocht uitgegroeid tot hét rampritueel

Stille tocht uitgegroeid tot hét rampritueel
De stille tocht heeft zich in een paar jaar tijd ontwikkeld tot hét Nederlandse rampritueel. Het is een veilig, algemeen ritueel dat het onvermogen toont om werkelijk collectief te rouwen, aldus onderzoeker Tineke Nugteren.
Ze zijn als paddestoelen uit de grond geschoten, rituelen na rampen, maar ondanks alle media-aandacht bleven de achtergronden onderbelicht. Het is deze constatering die de wetenschappers Tineke Nugteren, Paul Post en Hessel Zondag ertoe bracht ramprituelen te onderzoeken. Het onderzoek van het drietal, verbonden aan de Theologische Faculteit Tilburg, was ondergebracht in het programma van het Liturgisch Instituut in Tilburg, en werd het vorig najaar reeds afgerond. Dezer dagen verscheen pas hun boek 'Rituelen na rampen', de weerslag van hun "verkenning van een opkomend repertoire". De ramprituelen waren er 'zomaar' tien jaar geleden na de Bijlmerramp, aldus de onderzoekers. En zeker na 1996 met de dood van prinses Diana, de affaire-Dutroux en diverse gevallen van 'zinloos geweld' was er al sprake van vier vaste pijlers: de stille tocht, de collectieve rouwdienst, het monument, en de jaarlijkse herdenking. En, zegt Nugteren, er zijn nog een reeks variabele factoren als het afbakenen van de rampplek of het ontstaan van spontane gedachtenisplekken. Opvallend is dat de rauwe boosheid zelden vorm krijgt in die rituelen. Hoewel: "Het onderzoek naar de oorzaken van de ramp en het benoemen van de schuldigen kan bijna een ritueel karakter krijgen."
Crisisritueel
De stille tocht is volgens de onderzoekers een typisch Nederlands crisisritueel. "Het is een uiterst krachtig en algemeen inzetbaar ritueel, maar ook een ritueel dat juist door het algemene karakter steeds meer als gezichtloos wordt ervaren", aldus Nugteren. Zij wijst op de protesten die al klinken tegen de 'wildgroei'. Wanneer zich nieuwe situaties voordoen, wordt zelden of nooit gebruik gemaakt van de ervaring elders. Voor voorgangers en 'rituele experts' is een sleutelrol weggelegd, maar het gaat vrijwel altijd om lokale figuren. Het optreden van bisschop Ad van Luyn in de rouwdienst van Pim Fortuyn was een uitzondering. Vergeleken met de collectieve verwerking van rampen in het buitenland spelen de kerken in Nederland nauwelijks een rol. "Kerkgebouwen vormen in ons land geen publieke podia of platforms", illustreert Nugteren. Dat was bijvoorbeeld bij de Britten na de dood van Diana of in de Verenigde Staten na 11 september beduidend anders. Eén van de voornaamste vragen was voor de drie onderzoekers of ramprituelen helpen bij de verwerking, de psychosociale aanpassing ('coping'). Er is daar volgens hen nauwelijks onderzoek naar gedaan. Hun conclusie: "Rituelen kunnen een zinvolle bijdrage leveren, maar er moet geen panacee van worden verwacht."
Confronterende dimensie
De stille tocht en herdenkingsdienst na de brand in de oudejaarsnacht in Volendam tonen volgens de onderzoekers aan dat zulke rituelen goed kunnen werken. Zo was er de confronterende dimensie': met de gang langs de rampplek konden mensen in een veilige omgeving en in verbondenheid met anderen de ramp 'herhalen'. En er was de sociale kant. "De deelnemers aan de tocht en de dienst ervoeren dit ritueel als een erkenning van hun leed." Tenslotte was er de 'mythologische dimensie': met de verhalen tijdens de dienst werden mogelijkheden aangereikt om het eigen leed tegemoet te treden. "Dat kan het gevoel van machteloosheid helpen inperken." De rol van de media kan volgens Nugteren nauwelijks overschat worden. "Rampritueel is voor een belangrijk deel mediaritueel. De media zelf zijn een integraal onderdeel van het ritueel geworden." Via de televisie waren de rituelen en de emoties van de slachtoffers na de grote rampen voor iedereen mee te maken. Daar schuilt een risico in, vinden de onderzoekers. In feite is het "een schijnwereld", de televisiemakers hebben immers geselecteerd en bewerkt. "Het ritueel wordt geïdealiseerd. Daardoor zijn er te hoge verwachtingen van ritueel. De werkelijkheid van alledag is meestal nogal mager en middelmatig." Volgens Nugteren is de gang van zaken rond het oprichten van monumenten of bij de jaarlijkse herdenking een apart onderzoek waard. Na de 'veilige' rituelen direct na de ramp blijken de geesten snel uiteen te gaan. "Duidelijk is dat zulke monumenten pas na heel wat overleg, strubbelingen en botsende meningen tot stand konden komen."
Bijlmerramp
Kritisch zijn de onderzoekers over het geprezen pluriforme karakter van de moderne riten. Van werkelijk multiculturele rouwrituelen was alleen sprake na de Bijlmerramp. Volgens Nugteren is bij ramprituelen nadien louter geprobeerd om zoveel mogelijk betrokken groepen een bijdrage te laten geven of aan het woord te laten komen. Ramprituelen vallen onder wat 'civil religion' (burgerlijke religie) heet: de manier waarop in de moderne samenleving naar zingeving wordt gezocht. Bij ramprituelen worden geen "zware godsdienstige stellingen" ingenomen. "Wat gedeeld wordt zijn geen schriftuurlijke zekerheden, maar legt de menselijke onmacht bloot." De onderzoekers hebben daarbij wel de kritisch vraag voor wie al het publieke rouwvertoon nu eigenlijk is bedoeld. "Is er misschien sprake van een zelfrechtvaardigende spiegeldans van diegenen die met de schrik vrijgekomen zijn? De erkenning 'het had ook mij kunnen overkomen' moet niet worden onderschat."
'Rituelen na rampen' van P. Post, A. Nugteren en H. Zondag is uitgegeven door Gooi en Sticht in Kampen, en telt 267 pagina's; prijs 24,50 euro.