Naar de inhoud

Toenemende hulpvraag na ramp hier komt overeen met Zweedse bevindingen

Bron: NIVO

Toenemende hulpvraag na ramp hier komt overeen met Zweedse bevindingen
Zes maanden na het eerste bezoek van hulpverleners en getroffenen van de discotheekramp in het Zweedse Götenborg aan Volendam, was er anderhalve week geleden een vervolg. Uitgangspunt was het onderzoek, anderhalf jaar na de gebeurtenis in Scandinavië gehouden en getiteld ‘Hoe gaat het nu met je?’ Volendam bevindt zich nu anderhalf jaar na de nieuwjaarsbrand in bar De Hemel. De toenemende hulpvraag in onze gemeente, inmiddels hebben 350 personen hulp gezocht, strookt met de bevindingen van de Zweden.

Drie en half jaar na dato zijn in Zweden nog 72 jongeren in behandeling en nog steeds melden zich voor het eerst Jongeren, familieleden en vrienden. De Zweden waren bij het tweede bezoek aan Volendam onder meer vertegenwoordigd door Parash Lama, zelf getroffene en opkomend voor de belangen van de jongeren. Hij zat in november op de ontroerende donderdagavond in het Jozefgebouw al in het panel. Een half jaar later was dat wederom het geval en ook nu oogstte hij respect met zijn eerlijke woorden.

Parash vertelde dat pas sinds drie maanden zijn algehele ‘gevoel’ echt weer aan het terugkomen is. In de fase daarvoor kon hij zelfs niet hardop ‘ja’ zeggen als zijn jonge vrouw vroeg of hij nog van haar hield. Hij was emotioneel afgestompt. ,,Het gevoel was verdoofd Maar nu kan ik bijvoorbeeld weer echt van mijn kind genieten.”

,,Het is een innerlijke verkilling, die lange tijd je leven lamlegt”, omschreef De Heelpsychiater Hakvoort het later. De Zweedse hulpverleners Claus Lind en Lars Lilled benadrukten dat psychische problemen als gevolg van de ramp een normale reactie zijn op een abnormale situatie. ,,Het is dus normaal om hulp te zoeken bij de oplossing van die problemen”, aldus Lilled. , ,Daarin kan de gangbare hulp niet altijd in voldoende mate voorzien. Sociale hulp is ook enorm belangrijk. Daarom is dat opstarten van het Supportproject belangrijk geweest.”

Anderhalf jaar na de ramp in Götenborg begon men daar met het afnemen van interviews van de 350 getroffen jongeren. Ankerdirecteur Klaas Bond: ,,Die aanpak gaan we vermoedelijk hier overnemen. Het aantal case-managers zal daarom fors toenemen. We willen weten wat er leeft onder de getroffenen en zo proberen we de behoefte aan hulp aan de oppervlakte te krijgen. In Zweden heeft men bijna niemand gemist met het hulpaanbod; dat willen we graag evenaren.”

Hakvoort: ,,De problemen worden vaak verdekt. Als jongeren veel aandacht blijven vragen, kunnen ouders dat als lastig ervaren. Ook is het moeilijk om alles steeds bespreekbaar te houden, terwijl dat wel zou moeten. Maar dan nog. Een brandslachtoffer van buiten het dorp, Marjorie, is hier al enkele keren geweest en vertelde hoe het gezin met haar ouders en broer helemaal onderuitging, ondanks het grote communicatieve vermogen van die ouders.”

Lars Lilled: ,,Na drie en half jaar kunnen wij nog niet zeggen dat we de sleutel hebben voor alle problemen. Elk individu en elk probleem is anders. Iedereen heeft een eigen tempo. Daarom is de sleutel variërend per geval verschillend. Belangrijk is dat er onderling begrip blijft.”

Hakvoort: ,,De uitdaging is om zulke hulpvormen te zoeken dat de getroffenen bereikt worden en de kans krijgen om de emotionele teleurstellingen te uiten, wat gewoon goed is. Dat kan met gerichte hulp op het gebied van het posttraumatisch stresssyndroom. Dus gedragstherapie, het werken aan het gegeven dat de getroffene steeds weer alles in de nachtmerrie herbeleeft. Maar ook met meer algemene hulp. Door positivisme te ontwikkelen, de beperkingen te leren overwinnen of om er mee om te gaan. En zorgen dat ze weten dat er mensen in de omgeving zijn met wie ze kunnen praten als ze iets willen delen.”

Veel aandacht werd tijdens de ontmoetingen besteed aan ‘the second wound’: de tweede wond. Dat is een chronische innerlijke wond, die ontstaat omdat je naar de buitenwacht moeite moet doen om je trauma te bewijzen. Iets wat geldt voor veel getroffenen en betrokkenen zonder zichtbare verwondingen. ,,Eigenlijk moet je ervan uit gaan dat zo’n vierhonderd mensen geraakt worden door het gewond raken of overlijden van een jong iemand, zoals bij jullie en bij ons is gebeurd. Vrienden, buren, familie, collega’s, klasgenoten.”, lieten de Zweden weten. ,,In Volendam zal dat ongetwijfeld meer impact hebben. Omdat Götenborg een veel grotere stad is. Daarom is de sociale samenhang extra belangrijk. Laat de school ook weten dat al die getroffenen nog steeds extra’s nodig hebben.”

Eén van de Volendamse jongeren gaf aan dat ,,de school me niet ziet zoals ik ben. Ik moet steeds iemand anders zijn om te worden geaccepteerd.” Zoals er de tweede wond is, is er ook de tweede ring van Volendamse betrokkenen bij de ramp, zoals de hulpverleners, waarvan sommigen met burnout verschijnselen kampen. ,,We stellen daarom alles in het werk een gevarieerd hulpaanbod samen te stellen”, aldus Klaas Bond.

De directeur van Het Anker kreeg te horen dat het advies- en informatiecentrum in Götenborg onlangs gesloten werd, tot onvrede van de Zweedse belangenvereniging. ,,Juist omdat de getroffenen vanaf het tweede jaar na de ramp steeds beter de weg naar dat centrale punt wisten te vinden. Na de aanloopproblemen is dat hier ook het geval. Daarom wordt geprobeerd Het Anker in overleg met Het Rijk hier een langere levensduur te geven dan het advies- en informatiecentrum in Götenborg”, besluit Bond.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.