Beknopte versie eindrapport CFA
Beknopte versie
Eindrapport Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam
Juni 2002
Voorwoord
Een zelfstandige toekomst
Anderhalf jaar na de nieuwjaarsbrand van 2001 in Volendam zijn de gevolgen ervan nog dagelijks van invloed op het leven van de getroffenen en hun omgeving. Deze gevolgen beïnvloeden een leven lang het bestaan van een groot aantal slachtoffers. De slachtoffers hebben ernstig lichamelijk en psychisch letsel opgelopen. Zij lopen tegen allerlei praktische en sociale problemen aan. De toekomst van veel jongeren is van de ene op de andere dag totaal anders geworden dan zij mochten verwachten. Toch willen ook deze jongeren in staat zijn zelf vorm te geven aan hun toekomst. Ook zij willen zicht hebben op een zelfstandige maatschappelijke en economische positie in onze samenleving.
Voor ons als leden van de Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam was de belangrijkste vraag hoe wij de jongeren hierbij zouden kunnen helpen. De jongeren en hun naasten verdienen extra ondersteuning in hun streven naar een zelfstandige toekomst. Dat is de reden dat wij ons niet beperkt hebben tot adviezen over financiële ondersteuning. Wij adviseren ook om de jongeren gedurende langere tijd vanuit een centrum voor reïntegratie en nazorg, dichtbij huis en concreet, hun weg te helpen vinden.
Maatschappelijke solidariteit
Volendam is ernstig getroffen door de massaliteit van de ramp. De ramp riep onmiddellijk spontane uitingen op van maatschappelijke solidariteit, niet alleen vanuit de Volendamse samenleving maar vanuit de hele Nederlandse samenleving.
Gemeente, rijksoverheid en de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (de SSNV) hebben vanaf het begin samengewerkt in de eerste opvang van slachtoffers.
De SSNV geeft, in samenwerking met de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (BSNV), vorm aan het particuliere deel van de maatschappelijke solidariteit.
Niet alleen de SSNV maar ook de overheid wil naast de eerste opvang een aanvullende rol spelen in de uitingen van maatschappelijke solidariteit. Aan de Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam heeft de overheid gevraagd om voorstellen te doen voor de invulling van deze rol.
Omdat het om maatschappelijke solidariteit gaat, adviseert de commissie over financiële tegemoetkomingen en niet over schadeloosstelling. De commissie adviseert daarnaast de overheid om als onderdeel van haar zorgtaak ook praktische ondersteuning te geven.
De commissie heeft haar voorstellen in goed overleg met de SSNV opgesteld. De SSNV was als adviserend lid in de commissie vertegenwoordigd. De SSNV vertegenwoordigt het particuliere deel van de maatschappelijke solidariteit. Ook met de BSNV heeft de commissie overleg gevoerd. Wij danken beide hiervoor. Dat neemt niet weg dat de commissie, de SSNV en de BSNV ieder een eigen verantwoordelijkheid hadden, en nog hebben. Wij dragen als commissie als enige de verantwoordelijkheid voor de adviezen zoals wij deze hebben opgenomen in dit rapport.
Ook in de uitvoering van de voorstellen van de commissie zullen de overheid en de SSNV nauw samenwerken, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid. De commissie doet in dit rapport aanbevelingen voor de uitvoering.
J. van Lidth de Jeude,
voorzitter Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam
Samenvatting
Toelichting
De staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Commissie financiële afwikkeling II vuurwerkramp Enschede gevraagd haar werk uit te breiden naar Volendam. Hij deed dit naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer. De opdracht was voorstellen te doen voor tegemoetkomingen in de materiële, financiële gevolgen van lichamelijk en psychisch letsel dat de
slachtoffers in Volendam hebben opgelopen.
De voorstellen die de Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam in dit rapport doet, gaan over de invulling van de rol van de overheid in de maatschappelijke solidariteit met Volendam. Particulier initiatief en overheid werken samen in het uiting geven aan de maatschappelijke solidariteit. In Volendam is het particulier initiatief gebundeld in de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (SSNV).
Omdat het om maatschappelijke solidariteit gaat, zijn de voorstellen gericht op tegemoetkomingen en niet op schadeloosstelling.
De voorstellen zijn in overleg met de SSNV, adviserend lid van de commissie, tot stand gekomen. Ook is overleg gevoerd met de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam. De commissie is overigens als enige verantwoordelijk voor de adviezen in dit rapport.
De commissie heeft een uitgebreide inventarisatie gehouden om zicht te krijgen op de veelheid van problemen en op bestaande regelingen die een bijdrage aan de oplossing van problemen kunnen leveren.
De situatie in Volendam is wezenlijk anders dan die in Enschede. In Volendam gaat het om een grote groep slachtoffers van jonge leeftijd waarvan een groot deel uitzonderlijk ernstige brandwonden heeft opgelopen. Zij ondervinden hun leven lang ernstige lichamelijke, psychische, maatschappelijke en financiële problemen. De gehele Volendamse gemeenschap, en met name de slachtoffers en hun naasten, maakt zich veel zorgen in hoeverre de slachtoffers in staat zullen zijn een zelfstandige maatschappelijke en economische positie op te bouwen. De commissie deelt deze zorgen. Om die reden doet de commissie drie voorstellen.
De commissie stelt niet alleen financiële ondersteuning van slachtoffers en hun naaste familieleden voor, maar ook ondersteuning door middel van de diensten van een centrum voor reïntegratie en nazorg. Van deze diensten moeten in de ogen van de commissie ook andere groepen in de omgeving van de jongeren gebruik kunnen maken, als zij problemen als gevolg van de ramp ondervinden.
De drie voorstellen van de commissie zijn:
1. Ondersteuning door een centrum voor reïntegratie en nazorg
Dit centrum moet de jongeren begeleiding op maat geven om ondanks alle problemen toch hun eigen maatschappelijke en economische toekomst vorm te geven. Het centrum begeleidt bij (her)intreding op de arbeidsmarkt en (bij)scholing. Bovendien vervult het een belangrijke (coördinerende) rol in de nazorg. Niet alleen slachtoffers maar ook de andere groepen kunnen hier terecht.
2. Eenmalige tegemoetkoming in schade in verband met functionele invaliditeit
De commissie stelt voor de slachtoffers met blijvend lichamelijk en psychisch letsel een uitkering ineens te verstrekken die afhankelijk is van de mate van functionele invaliditeit. Deze uitkering moet voor de grote groep jongeren de materiële gevolgen van blijvende invaliditeit verzachten, en de slachtoffers stimuleren om de draad van het leven weer op te pakken en hun toekomst zelf vorm te geven. De uitkering geeft de slachtoffers een financiële basis van waaruit zij beter in staat zijn een zelfstandige maatschappelijke en economische positie op te bouwen en financiële onzekerheden het hoofd te bieden.
3. Tegemoetkoming in kosten als gevolg van door de ramp opgelopen letsel
Om de effecten van een opeenstapeling van problemen te verzachten, stelt de commissie voor om slachtoffers en hun naasten (ook naasten van overleden slachtoffers) financieel tegemoet te komen in de kosten die zij (hebben) moeten maken als gevolg van door de ramp opgelopen letsel.
De drie voorstellen tezamen vormen een pakket dat tegemoet komt aan de zorg van de commissie over de situatie van de slachtoffers. Het centrum voor reïntegratie en nazorg levert daadwerkelijke steun bij het vormgeven van de eigen maatschappelijke en economische toekomst. De eenmalige tegemoetkoming als gevolg van functionele invaliditeit verschaft een financiële basis van waaruit de slachtoffers beter in staat zijn een zelfstandige maatschappelijke en economische positie op te bouwen en financiële onzekerheden het hoofd te bieden. De tegemoetkoming in kosten moet de effecten van een opeenstapeling van problemen verzachten.
In dit rapport doet de commissie eveneens aanbevelingen over de vormgeving en de uitvoering van haar voorstellen. De commissie regelt niet zelf de uitvoering maar adviseert haar opdrachtgever hierover.
Adviezen en aanbevelingen op een rij
Adviezen
1 De commissie adviseert om AIC/Het Anker om te vormen tot een centrum voor reïntegratie en nazorg, en haar daartoe (financieel) te ondersteunen. Alle groepen kunnen bij het centrum voor reïntegratie en nazorg terecht.
De commissie adviseert om in 2006 een evaluatie te houden. Deze evaluatie moet uitwijzen of er een noodzaak is om het centrum voor reïntegratie en nazorg ook na 1 januari 2007 voor te zetten, of dat het eventuele overblijvende taken beter over kan dragen aan andere instellingen.
2 De commissie adviseert een regeling Tegemoetkoming in schade in verband met functionele invaliditeit op te stellen. Slachtoffers kunnen op grond van deze regeling een eenmalige tegemoetkoming ontvangen. De hoogte daarvan is een percentage van een maximaal uit te keren bedrag, dat het basisbedrag genoemd wordt. Het percentage dat wordt uitgekeerd, is afhankelijk van de mate van functionele invaliditeit. De commissie adviseert het basisbedrag op
€ 150.000 te stellen.
De commissie adviseert de AMA-richtlijnen als methode te hanteren voor de bepaling van de mate van functionele invaliditeit maar van tevoren afspraken te maken over de indeling van brandwondenletsel. Hierbij moet uitdrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van huidletsel en psychisch letsel.
3 De commissie adviseert een regeling Tegemoetkoming in kosten op te stellen, op basis van de door de commissie opgestelde ontwerpregeling. Slachtoffers en naasten kunnen op grond van deze regeling een tegemoetkoming ontvangen in de kosten die zij maken in verband met door de ramp opgelopen letsel.
De commissie adviseert om in 2006 de regeling te evalueren. Aan de hand van de resultaten hiervan moet voor 1 januari 2007 besloten worden of de regeling na 1 januari 2007 ongewijzigd of gewijzigd blijft voorbestaan, of wordt opgeheven.
Aanbevelingen voor de vormgeving en uitvoering van de adviezen
1 Het centrum voor reïntegratie en nazorg heeft bij voorkeur de stichtingsvorm, en staat onder verantwoordelijkheid van een statutair directeur/directeur bestuurder.
2 De uitvoering van beide hiervoor genoemde regelingen geschiedt bij voorkeur door een instelling die onafhankelijk en objectief, snel en flexibel kan opereren, en die zorgvuldig te werk gaat. Deze is bij voorkeur een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het mogelijk is tegen haar besluiten bezwaar aan te tekenen en in beroep te gaan.
3 Het verdient ten sterkste aanbeveling om over het beheer van de eenmalige tegemoetkoming voorlichting te geven aan de slachtoffers en hun ouders, zodat het bedrag optimaal ingezet kan worden voor de toekomst van de slachtoffers.
1 De commissie
1.1 Opdracht
Motie Wagenaar
Op 3 oktober 2001 heeft de Tweede Kamer het rapport van de Commissie Alders over de nieuwjaarsbrand in Volendam behandeld. Zij heeft daarbij een aantal moties ingediend waaronder de motie van mevrouw Wagenaar en anderen. De tekst van deze aangenomen motie was als volgt:
“Overwegende dat de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam van jonge leeftijd zijn;
overwegende dat zij vaak nog geen historie hebben kunnen opbouwen met een inkomen uit arbeid;
overwegende dat er situaties kunnen ontstaan waarin tegemoetkomingen van een bestaande (minimum)uitkering worden afgetrokken;
constaterende dat de Commissie financiële afwikkeling in Enschede voorstellen heeft gedaan voor tegemoetkomingen ten gevolge van letselschade;
verzoekt de regering, in samenspraak met betrokkenen in een coördinerende rol te bewerkstelligen dat soortgelijke tegemoetkomingen voor letselschade voor de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam tot stand worden gebracht en dat deze tegemoetkomingen niet in mindering worden gebracht op bestaande uitkeringen.”
Opdracht aan de commissie
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft naar aanleiding van de motie overleg gepleegd met de Commissie financiële afwikkeling II vuurwerkramp Enschede over de vraag of deze commissie ook over Volendam zou willen adviseren. Dit heeft geleid tot de opdracht om “voorstellen te doen aan de staatssecretaris en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over tegemoetkoming in materiële schade, letselschade daaronder begrepen, die de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand hebben geleden.”
1.2 Samenstelling
De Commissie financiële afwikkeling nieuwjaarsbrand Volendam was een gedeeltelijke voortzetting van de Commissie financiële afwikkeling II vuurwerkramp Enschede.
De voorzitter was dezelfde, James van Lidth de Jeude, burgemeester van Deventer.
Ook de vertegenwoordigers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de verzekeringsdeskundige waren al lid van de commissie Enschede.
Nieuwe leden waren vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De gemeente Edam-Volendam was uiteraard ook lid van de commissie.
Vertegenwoordigers van AIC/Het Anker en de SSNV waren adviserend lid. Later is een vertegenwoordiger van GGD Zaanstreek toegevoegd.
Een projectteam van deskundigen heeft de commissie ondersteund.
2 Motivering
2.1 Maatschappelijke solidariteit: uitgangspunten
De commissie doet in dit rapport voorstellen voor de invulling van de rol van de overheid in de maatschappelijke solidariteit, in het geval van Volendam. Waar dit in de vorm van financiële regelingen is, geldt dat deze gericht zijn op een tegemoetkoming en niet op een schadeloosstelling. De verstrekking van tegemoetkomingen staat los van de discussie wie aansprakelijk is voor de nieuwjaarsbrand.
De commissie richt zich alleen op materiële schade. Daarbij gaat het om de materiële gevolgen van lichamelijk én psychisch letsel. De commissie richt zich niet op immateriële schade (zoals gederfde levensvreugde).
2.2 Maatschappelijke solidariteit bij rampen
Na een dramatische gebeurtenis als de ramp in Volendam ontstaan spontaan allerlei uitingen van maatschappelijke solidariteit. Per ramp zijn deze uitingen zeer verschillend, omdat rampen per definitie ongelijk zijn in oorzaken en gevolgen.
Particulier initiatief en overheid werken samen in het uiting geven aan de maatschappelijke solidariteit. Deze uitingen betreffen noodmaatregelen voor de eerste opvang van de slachtoffers van een ramp. Daarnaast bieden zij, afhankelijk van de situatie, hulp als aanvulling op bestaande algemene verzekeringen en regelingen en voorzieningen van de overheid. Het doel van deze hulp is slachtoffers in staat te stellen de draad van hun leven weer op te pakken en hun toekomst opnieuw vorm te geven.
Voor de overheid geldt dat zij bij het al dan niet geven van overheidssteun de precedentwerking in het oog moet houden. De overheid moet noodzakelijkerwijs met meer rekening houden dan alleen met het belang van de slachtoffers van dat moment. Het particulier initiatief, per definitie de uiting van gebundelde solidariteit in de samenleving, behoeft zich daardoor minder te laten leiden.
2.3 Maatschappelijke solidariteit in Volendam
In Volendam hebben particulier initiatief en overheid vanaf het begin samengewerkt in het uiting geven aan de maatschappelijke solidariteit. Gemeente, rijksoverheid en de SSNV dragen tot nu toe samen zorg voor de eerste opvang van slachtoffers. Daarbij hebben zij de taken verdeeld. De rijksoverheid subsidieert onder andere de psychosociale nazorg en het advies- en informatiecentrum AIC/Het Anker. Dit is direct na de ramp opgericht om de nazorg te coördineren. De gemeente Edam-Volendam heeft onder andere diverse regelingen ingesteld om de eerste nood te lenigen.
De Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (SSNV) heeft onmiddellijk na de ramp de spontane uitingen van maatschappelijke solidariteit vanuit de samenleving vormgegeven en gekanaliseerd. De uitingen kwamen niet alleen vanuit de Volendamse gemeenschap, maar vanuit geheel Nederland.
De Commissie financiële afwikkeling Volendam doet in dit rapport voorstellen voor ondersteunende maatregelen die de rijksoverheid als haar aandeel in de maatschappelijke solidariteit wil treffen, naast wat zij in de eerste periode heeft gedaan.
De adviezen van de commissie over de door het rijk te nemen maatregelen zijn in overleg met de SSNV, adviserend lid van de commissie, tot stand gekomen. De inhoud van de adviezen is overigens voor rekening van de commissie. Het doel van het overleg was een afstemming tussen de maatregelen uit maatschappelijke solidariteit van het rijk en de uitingen van maatschappelijke solidariteit die via het particulier initiatief, de SSNV, lopen.
Het feit dat de SSNV in de commissievergaderingen zelf gesprekspartner was, zorgde er bovendien voor dat de maatregelen die de commissie voorstelt goed aansluiten op de behoefte in de praktijk. Ook de deelname van de directeur van AIC/Het Anker aan de commissievergaderingen droeg hieraan bij. De banden die de SSNV en AIC/Het Anker hebben met de Volendamse gemeenschap, onder andere met de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam, staan hier garant voor.
2.4 Verschil met Enschede
De commissie heeft direct bij de start van haar werkzaamheden geconstateerd dat de situaties in Enschede en Volendam zodanig van elkaar verschillen dat voor Volendam andere regelingen nodig zijn dan voor Enschede.
In Volendam is sprake van een grote groep slachtoffers van jonge leeftijd waarvan een groot deel uitzonderlijk ernstige brandwonden heeft opgelopen. Brandwonden brengen ernstige handicaps met zich mee. De slachtoffers hebben nog een heel leven voor de boeg, maar hun toekomst, en die van hun naaste omgeving, is volledig anders geworden. De slachtoffers ondervinden hun leven lang lichamelijke, psychische en maatschappelijke problemen van hun handicap. De financiële consequenties hiervan werken een leven lang door. De slachtoffers zullen beperkt zijn in het verwerven van een eigen inkomen en komen ook op lange termijn nog voor allerlei kosten te staan.
3 Inventarisatie
3.1 Uitgebreide inventarisatie van problemen en oplossingen
De commissie heeft een uitgebreide inventarisatie gehouden om zicht te krijgen op de verschillende groepen die gevolgen van de ramp ondervinden. Zij heeft de huidige en in de toekomst te verwachten problemen van deze groepen in beeld gebracht. De commissie heeft ook in beeld gebracht welke regelingen een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van problemen.
De commissie heeft zich niet beperkt tot de slachtoffers en hun naaste omgeving, omdat zij zich realiseert dat ook andere groepen (met name psychische) problemen kunnen ondervinden. Ook deze groepen moeten een beroep op nazorg kunnen doen.
Bij haar beeldvorming heeft de commissie ook gebruik gemaakt van een aantal rapporten over de psychosociale nazorg van de slachtoffers van de discotheekbrand in Göteborg.
3.2 Doelgroepen1
Op basis van de inventarisatie onderscheidt de commissie vier doelgroepen.
1. (Ernstige) slachtoffers
Centraal staan de slachtoffers die de brand direct hebben meegemaakt. Dat zijn ongeveer 350 personen. Veertien jongeren onder hen zijn aan hun verwondingen overleden.
63 Jongeren hebben ernstige brandwonden, verminkingen en littekens, en dragen een zware psychische last. Zij ondervinden nog dagelijks de lichamelijke gevolgen van de brand. De overige 273 hebben in meerdere of mindere mate eveneens lichamelijke verwondingen opgelopen. Ook voor jongeren uit deze groep geldt dat zij nog dagelijks de gevolgen van de brand ondervinden.
Voor allen geldt dat zij te maken hebben met (een groot risico op) psychische problemen.
2. Naasten
De directe familie (ouders, broers, zussen) en partners van de slachtoffers hebben te maken met indringende ondersteuning van de slachtoffers en veelvuldige ziekenhuisbezoeken die in sommige gevallen nog lang niet afgelopen zijn. Daarnaast hebben zij grote onzekerheid over de toekomst van hun kind, vriend(in), broer of zus. Deze groep staat niet alleen voor extra kosten maar heeft het ook psychisch zeer zwaar. Dat geldt uiteraard ook voor de naasten van de overleden slachtoffers.
3. Hulpverleners
Bij hulpverleners komen vooral psychische problemen voor die direct gerelateerd zijn aan wat zij hebben meegemaakt. Dat geldt met name voor hulpverleners van het eerste uur: EHBO’ers, politie, ambulancepersoneel, (vrijwillige) brandweerlieden en overige (vrijwillige) hulpverleners die direct na de ramp aanwezig waren.
Daarnaast is een grote groep hulpverleners kort na de ramp actief geworden. Ook zij kunnen te maken krijgen met psychische problemen.
1 De in deze paragraaf genoemde aantallen zijn verzameld met behulp van het informatiesysteem van AIC/Het Anker.
De werkelijke aantallen kunnen hiervan enigszins afwijken.
4. Overige betrokkenen
Ook personen in de nabije omgeving van de slachtoffers hebben het psychisch moeilijk: vrienden, neven en nichten, grootouders en leraren van de slachtoffers, vrijwilligers en medewerkers van AIC/Het Anker. Deze personen geven veel ondersteuning en maken van dichtbij de ontwikkeling van de slachtoffers mee. Dit gaat met veel emotie gepaard.
Doelgroepen
Aantal
Doelgroep 1
(Ernstige) Slachtoffers
336
Doelgroep 2
Naasten
343-13002
Doelgroep 3
Hulpverleners
1780
Doelgroep 4
Overige betrokkenen
320
3.3 Conclusies inventarisatie
Aard problematiek
• Herstel van het (ernstige) lichamelijk en psychisch letsel kost in de meeste gevallen veel tijd.
• De ernstige slachtoffers zijn vrijwel allemaal jonger dan 25 jaar.
• Verreweg de meeste (ernstige) slachtoffers wonen in de gemeente Edam-Volendam.
• Een groot deel van de (ernstige) slachtoffers ging voor de ramp naar school en heeft geen arbeidsverleden. Een deel van de (ernstige) slachtoffers was reeds aan het werk.
• Aanpassing van de leefomgeving lijkt voor de slachtoffers met zwaar letsel gedurende het gehele leven noodzakelijk.
• Naasten, hulpverleners en overige betrokkenen kampen ook met problemen.
Problemen per aandachtsgebied waar geen oplossing voor lijkt te zijn
De confrontatie van problemen en oplossingsmogelijkheden die bestaande wet- en regelgeving biedt, leverde het volgende beeld op van problemen waarvoor geen oplossing voorhanden lijkt te zijn.
Medisch
Alle medische kosten die tot nu toe zijn gedeclareerd, zijn (met vertraging) uitbetaald. Op de lange termijn ontstaan problemen door kosten die niet vallen onder polisvoorwaarden van ziektekostenverzekeringen of ziekenfonds. Dat kan ook voor psychische problemen gelden.
Dagelijks leven
Een aantal problemen resteert waarin bestaande wet- en regelgeving niet voorziet. Denk aan kosten in verband met aanpassing of het verkrijgen van een woning, kosten in verband met warmte-intolerantie, kosten van ergotherapie die uitgaan boven de vergoedingslimiet van behandeldagen en -tijd. In verband met vertraging in studietempo van slachtoffers zullen kosten optreden.
Werk en inkomen
Op dit gebied doet zich een groot aantal problemen voor. Gedeeltelijk worden deze ondervangen door gebruik te maken van bestaande wet- en regelgeving. De resterende problemen hebben te maken met de jonge leeftijd van het merendeel van de slachtoffers. Een arbeidsverleden ontbreekt veelal. Een jongere zonder arbeidsverleden bouwt buiten de AOW geen pensioen op indien er sprake is van ziekte en/of arbeidsongeschiktheid. Ook beschikken jongeren soms over onvoldoende inkomen om aan het sociale leven deel te nemen. Bij ziekte of arbeidsongeschiktheid heeft een jongere jonger dan 18 jaar in het algemeen geen recht op een uitkering.
De arbeidsmarktperspectieven van de slachtoffers zijn aanzienlijk gewijzigd en veel nadeliger geworden.
Ook naasten, hulpverleners en overige betrokkenen kunnen van hun psychisch letsel belemmeringen ondervinden in hun werkzame leven.
2 Het aantal naasten dat na een contact geregistreerd staat bij AIC/Het Anker is 343. Het werkelijk aantal kan naar schatting oplopen tot ongeveer 1300.
4 Toelichting op de adviezen van de commissie
4.1 Grootste zorg
De inventarisatie wijst uit dat de gevolgen van de ramp voor een groot aantal getroffenen levenslang van invloed blijven. Zij ondervinden niet alleen ernstig lichamelijk en psychisch letsel maar krijgen nu en in de toekomst ook te maken met allerlei praktische en sociale problemen als gevolg van de ramp. Daar bovenop krijgen zij met kosten te maken. De gehele Volendamse gemeenschap, en met name de slachtoffers en hun naasten, maakt zich ernstig zorgen over de vraag in hoeverre de slachtoffers van de ramp in staat zullen zijn een zelfstandige maatschappelijke en economische positie te verwerven. Hun arbeidsvermogen is aangetast. Zij hebben nog geen historie met een inkomen uit arbeid. Zij missen hierdoor een financiële basis om een onafhankelijke economische positie op te bouwen.
Slachtoffers lopen tegen zaken aan als scholing, moeilijkheden bij zelfstandige huisvesting en problemen om zelfstandig inkomen uit arbeid te verwerven.
Daar komt bij dat de slachtoffers te maken hebben met extra kosten als gevolg van het letsel dat zij door de ramp hebben opgelopen.
De commissie deelt deze zorgen. Om die reden gaat zij in haar advisering verder dan haar strikte opdracht luidde. Zij adviseert niet alleen over financiële tegemoetkomingen maar ook over een centrum voor reïntegratie en nazorg.
4.2 Drie voorstellen voor (financiële) ondersteuning
De commissie adviseert om slachtoffers en naaste familieleden financiële ondersteuning te bieden, en hen daarnaast de diensten van een centrum voor reïntegratie en nazorg aan te bieden. Dit centrum moet bovendien niet alleen voor slachtoffers en naaste familieleden openstaan, maar ook voor hulpverleners en overige betrokkenen.
De combinatie van maatregelen die de commissie voorstelt, moet slachtoffers zoveel mogelijk helpen om de draad van het leven weer op te pakken, een eigen bestaan op te bouwen, een eigen inkomen te verwerven en de effecten van een opeenstapeling van problemen te verzachten.
1. Ondersteuning door een centrum voor reïntegratie en nazorg
Dit centrum moet de jongeren begeleiding op maat geven om ondanks alle problemen toch hun eigen toekomst vorm te geven. Bovendien blijkt uit ervaringen met andere rampen dat voor lange tijd nazorg noodzakelijk is.
Niet alleen slachtoffers maar ook de andere doelgroepen kunnen behoefte hebben aan psychosociale nazorg. Voor hen allen geldt dat zij dicht bij huis gemakkelijk moeten kunnen binnenlopen bij het centrum voor reïntegratie en nazorg. Het centrum voor reïntegratie en nazorg wijst hen de weg, helpt hen en begeleidt hen tijdens de gehele periode van (her)intreding op de arbeidsmarkt en psychosociale nazorg.
2. Eenmalige tegemoetkoming in schade in verband met functionele invaliditeit
De commissie heeft de conclusie getrokken dat het goed is de slachtoffers een eenmalige tegemoetkoming te verschaffen. Dit is in overeenstemming met de handelwijze in Enschede, zoals ook in de motie Wagenaar verzocht. De systematiek is in overeenstemming met Enschede, de uitwerking is toegespitst op de specifieke situatie in Volendam. De commissie denkt aan een uitkering ineens voor slachtoffers met blijvend lichamelijk en psychisch letsel. Deze uitkering moet voor de grote groep jongeren de materiële gevolgen van blijvende invaliditeit verzachten, en hij moet de slachtoffers stimuleren om de draad van het leven weer op te pakken en hun toekomst zelf vorm te geven. De uitkering geeft de slachtoffers een financiële basis van waaruit zij beter in staat zijn een zelfstandige maatschappelijke en economische positie op te bouwen en financiële onzekerheden het hoofd te bieden.
3. Tegemoetkoming in kosten als gevolg van door de ramp opgelopen letsel
Naast de ernstige lichamelijke consequenties van de brandwonden, de zware psychische last en de vele vragen over de toekomst komen slachtoffers en naasten ook nog eens voor extra kosten te staan. Om de gevolgen van een opeenstapeling van problemen te verzachten, stelt de commissie voor om slachtoffers en naasten financieel tegemoet te komen in de kosten die zij maken als gevolg van het opgelopen letsel. Het gaat om kosten die niet op andere wijze worden vergoed, en het gaat uitdrukkelijk om een tegemoetkoming vanuit maatschappelijke solidariteit en niet om een vergoeding van alle kosten.
4.3 Financiering
De voorstellen die de commissie doet, betreffen de bijdrage van de overheid in de uiting van maatschappelijke solidariteit. Overheid en particulier initiatief, in Volendam gebundeld in de SSNV, werken samen in de uitingen van maatschappelijke solidariteit. Als de staatssecretaris de voorstellen van de commissie overneemt, is het de rijksoverheid die de in dit rapport opgenomen maatregelen financiert.
In aanvulling daarop financiert de SSNV ondersteunende maatregelen. Haar besluiten hierover stemt zij af op hetgeen de overheid aan maatregelen biedt.
5 Centrum voor reïntegratie en nazorg
5.1 Doel van het centrum voor reïntegratie en nazorg
De commissie is nagegaan wat naar verwachting de behoeften zullen zijn van de verschillende doelgroepen in de loop van de tijd. Daarbij heeft zij gebruik gemaakt van de ervaringen met eerdere rampen als de Bijlmerramp, de vuurwerkramp in Enschede en de vergelijkbare brand in Göteborg (Zweden). Deze ervaringen wijzen uit dat voor lange tijd nazorg noodzakelijk is. Deze moet goed georganiseerd zijn en makkelijk toegankelijk voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Alle doelgroepen moeten in de visie van de commissie daarvoor dicht bij huis een beroep op ondersteuning kunnen doen.
Een centrum voor reïn