Miljoenen voor slachtoffers cafébrand
Miljoenen voor slachtoffers cafébrand
Het kabinet stelt 25,9 miljoen euro ter beschikking voor de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam. Dat geld is bedoeld voor nazorg, een tegemoetkoming in gemaakte kosten en een eenmalige uitkering aan de slachtoffers, die maximaal 150 duizend euro zal bedragen. Een speciale door de overheid ingestelde commissie maakte donderdag het eindoordeel over de financiële afwikkeling van de brand bekend. De commissie, onder voorzitterschap van de Deventer burgemeester J. van Lidth de Jeude was gevraagd de materiële gevolgen in kaart te brengen van het lichamelijk en psychisch letsel dat de slachtoffers vorig jaar opliepen bij de brand in café De Hemel. Veertien jongeren kwamen om het leven.
Van Lidth de Jeude benadrukte dat met het toekennen van geld geen aansprakelijkheid wordt erkend. 'Het gaat om maatschappelijke solidariteit. Niet om een schadeloosstelling of om smartengeld.' De eenmalige uitkering moet volgens de commissie de materiële gevolgen van blijvende invaliditeit verzachten en slachtoffers stimuleren de draad van het leven weer op te pakken. Voor de 336 jongeren die de brand hebben overleefd, is ruim 17 miljoen euro beschikbaar. Om dat geld te verdelen past een groep van medische deskundigen de komende maanden de bestaande internationale standaard aan.
In de richtlijnen van de American Medical Association (AMA), waarmee de mate van invaliditeit van slachtoffers kan worden beoordeeld, staat volgens de commissie te weinig vermeld over brandwondenletsel. Bij het bepalen van het maximumbedrag van 150 duizend euro heeft, volgens Van Lidth de Jeude, meegespeeld dat het in Volendam louter jonge slachtoffers betrof met soms ernstige verminkingen. Velen van hen zullen levenslang psychische, maatschappelijke en medische problemen ondervinden.
De commissie stelde eerder voor de slachtoffers van de Enschedese vuurwerkramp het maximumbedrag vast op 120 duizend euro. Zij heeft nu becijferd dat meer dan drieduizend mensen nog altijd gevolgen van de ramp ondervinden: behalve de 336 slachtoffers zijn dat tussen de 343 en 1300 naasten, 1780 hulpverleners, en 320 overige betrokken, zoals vrienden en leraren. Hoeveel Volendammer jongeren de maximale uitkering ontvangen is nog onduidelijk. De commissie constateert alleen dat 63 slachtoffers zulke ernstige brandwonden, littekens en verminkingen hebben dat zij waarschijnlijk levenslang een zware psychische last zullen dragen.
Om in aanmerking te komen voor een uitkering moeten slachtoffers door een commissie worden gekeurd. Naar verwachting zullen de eerste uitkeringen niet eerder dan begin volgend jaar worden uitbetaald. Voor een tegemoetkoming in extra kosten die niet door de verzekering worden vergoed, is de komende vijf jaar 3,6 miljoen euro beschikbaar. Slachtoffers en hun naasten die worden geconfronteerd met kosten voor bijvoorbeeld medische verzorging, hulpmiddelen of kinderopvang, kunnen die gedeeltelijk gecompenseerd krijgen.
Het advies- en informatiecentrum (AIC) dat vlak na de brand werd opgericht, wordt omgevormd tot een centrum voor reïntegratie en nazorg (CRN). Het centrum moet jongeren helpen bij (bij)scholing en (her)intreding op de arbeidsmarkt en slachtoffers, naasten en hulpverleners begeleiden bij het vinden van de juiste nazorg. Voor het CRN is de komende vijf jaar jaarlijks een miljoen euro beschikbaar. In 2006 wordt bekeken of het CRN nog in de behoefte voorziet en of de kostenregeling moet blijven bestaan.