IGZ wijst op noodzaak restrictief MRSA-beleid
IGZ wijst op noodzaak restrictief MRSA-beleid
Nederland voert een actief beleid in de strijd tegen resistente micro-organismen op basis van onder meer richtlijnen van de WIP. Recent heeft in enkele ziekenhuizen toch verspreiding van MRSA plaatsgevonden. Dit kon gebeuren omdat dit type MRSA een laag niveau van meticilline resistentie had. In de circulaire wordt aangegeven dat deskundigen vinden dat het restrictieve MRSA-beleid gehanteerd moet blijven. Bovendien wordt aangegeven welke aspecten een bijdrage kunnen leveren om het huidige beleid te consolideren. De Inspectie wijst er op dat de maatregelen de toegankelijkheid van de zorg niet mag belemmeren.
Circulaire 2002-07 / juli 2002 : MRSA-beleid
De ziekenhuizen in Nederland voeren een actief beleid in de strijd tegen resistente micro-organismen, met name tegen Meticilline Resistente Staphylococcus aureus (MRSA). De Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) en de Werkgroep InfectiePreventie (WIP) hebben hiervoor richtlijnen opgesteld die door de Inspectie worden gezien als professionele standaarden in het kader van de Kwaliteitswet zorginstellingen. Het restrictieve MRSA-beleid wordt tot op heden met succes nageleefd: de prevalentie van resistente micro-organismen in Nederland is zeer laag, waardoor het risico op moeilijk - of niet behandelbare infecties eveneens gering is. Als nadelen voor het beleid gelden de isolatiemaatregelen voor de patiënten en de hogere kosten voor meer personeel en materiaal.
Problemen met resistente micro-organismen doen zich met name voor in ziekenhuizen vanwege het frequente gebruik van antibiotica. Daarnaast kunnen patiënten resistente stammen in ziekenhuizen introduceren, doordat ze in een buitenlands ziekenhuis opgenomen of in het verleden gekoloniseerd (geweest) zijn met MRSA. Vervolgens kunnen resistente micro-organismen zich in ziekenhuizen veel gemakkelijker manifesteren omdat de gevoelige micro-organismen door het gebruik van de anti-microbiële middelen worden geëlimineerd.
De afgelopen periode deden zich in meerdere ziekenhuizen problemen voor vanwege epidemische verspreiding van MRSA. De verspreiding kon, ondanks de vigerende richtlijnen, plaatsvinden doordat de MRSA aanvankelijk niet werd opgemerkt. Het bleek een MRSA-stam te zijn met een relatief laag niveau van meticilline resistentie, waardoor de stam niet op de gebruikelijke selectieve voedingsbodems groeide.
De Inspectie heeft de recente MRSA-problemen en het restrictieve beleid opnieuw besproken met deskundigen en de betrokken beroepsorganisaties. De aanwezigen waren unaniem van mening dat het restrictieve MRSA-beleid kan en moet worden gehandhaafd. Recente wetenschappelijke literatuur ondersteunt deze mening door te concluderen dat een restrictief MRSA-beleid het beste wapen is in de strijd tegen MRSA en andere micro-organismen, zoals bijvoorbeeld epidemische Vancomycine Resistente Enterococcen. Veel landen gaan daarom terug naar het beleid van “search and destroy”, zoals Nederland dat al jaren met succes voert.
Voor consolidatie van het beleid zijn de volgende opmerkingen van belang:
- De detectiemethode van MRSA dient te worden aangepast aan het relatief lage niveau van meticilline resistentie van de recent gevonden MRSA-stammen. De NVMM heeft onlangs een aangepaste kweekmethode in concept onder de leden verspreid. Bovendien is de desbetreffende MRSA-stam beschikbaar gesteld aan medisch microbiologische laboratoria.
- De bestaande richtlijn van de WIP over MRSA blijft van kracht. Overigens wordt de richtlijn, conform de gebruikelijke procedure van de WIP, op dit moment geëvalueerd en zonodig bijgesteld.
- Het RIVM zal de surveillance van MRSA intensiveren. Vanaf juni 2002 rapporteert het RIVM maandelijks over de surveillance van MRSA in het Infectieziektebulletin.
- Om het MRSA-beleid met succes te kunnen handhaven is de uitwisseling van gegevens onontbeerlijk. Bij opname of overname van patiënten dient MRSA een vast onderdeel van de anamnese te zijn; bij overdracht van patiënten aan ziekenhuizen of andere zorginstellingen dient de MRSA-status een vast onderdeel van de overdrachtsinformatie te zijn. Bij overdracht van (mogelijk) gekoloniseerde patiënten aan andere zorginstellingen dient zonodig door het overdragende ziekenhuis expertise en/of ondersteuning te worden aangeboden.
Met nadruk wijs ik erop dat de toegankelijkheid van de zorg niet mag worden belemmerd door de maatregelen ter preventie van MRSA en andere resistente micro-organismen. Het behandelen en verplegen van patiënten met inachtneming van isolatiemaatregelen maakt onderdeel uit van de normale ziekenhuiszorg.
Voor de eventualiteit waarin een ziekenhuis tijdelijk capaciteit moet beperken om een epidemie te bedwingen, is het aan te bevelen op regionaal niveau afspraken te maken om de toegankelijkheid en continuïteit van de zorg te waarborgen.
De Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg
Prof.Dr. J.H. Kingma
Verzendlijst behorende bij circulaire IGZ 2002-
De Directies/Raden van Bestuur van:
- Academische ziekenhuizen
- Categorale ziekenhuizen
- Algemene ziekenhuizen
- Privéklinieken
- Verpleeghuizen
c.c.:
- Regionale Inspecties
- Medisch microbiologen
- Ziekenhuishygiënisten
- GGD’s, arts infectieziekten
- Werkgroep InfectiePreventie (WIP)
- Gezondheidsraad
- CSZ
Koepelorganisaties
- NVZ
- VAZ
- Arcares
- NVM
- GGD Nederland
- RIVM
- afdeling CIE
- afdeling LIS
- afdeling LIO
- LCI