Vonnis over brandstichter ramp Enschede
Vonnis over brandstichter ramp Enschede
De vermeende brandstichter van de vuurwerkramp in Enschede hoort donderdag of de rechtbank in Almelo hem schuldig acht aan het misdrijf. Volgens het OM moet A. de V. worden veroordeeld tot vijftien jaar celstraf voor brandstichting met de ramp als gevolg. Zijn raadsman A. Moszkowicz vindt echter dat het OM te weinig bewijs heeft tegen zijn cliënt en dat De V. moet worden vrijgesproken. De verdachte heeft zelf altijd ontkend op 13 mei 2000 brand te hebben gesticht op het terrein van het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks. Door de ontploffingen die volgden, kwamen 22 mensen om het leven, raakten honderden slachtoffers gewond en werd een woonwijk compleet verwoest.
Officier van justitie H. Stam betoogde twee weken geleden dat De V. had moeten beseffen dat de brandstichting de dood van anderen tot gevolg zou kunnen hebben. Toch heeft de verdachte de ramp niet willens en wetens veroorzaakt, aldus Stam.
Bewijzen
De aanklager vindt dat de technische bewijzen, getuigenverklaringen van derden en leugenachtige verklaringen van de verdachte zelf het bewijs leveren. Zo heeft De V. volgens Stam een aantal vrienden gevraagd hem een alibi te verschaffen voor 13 mei 2000. Dan zijn er nog de vuurwerksporen die op een sportbroek van de verdachte zijn aangetroffen en die volgens deskundigen niet afkomstig kunnen zijn van het afsteken van regulier vuurwerk. Volgens Stam vertonen de sporen grote overeenkomsten met de deeltjes die op het terrein van S.E. Fireworks zijn gevonden. De V. heeft zelf altijd volgehouden dat de vuurwerksporen op zijn broek afkomstig zijn van een vuurwerkshow op Kreta.
Stam had een levenslange gevangenisstraf kunnen eisen, maar hij vindt dat De V. niet de enige verantwoordelijke is. De vuurwerkramp kon tevens ontstaan doordat de twee directeuren van S.E. Fireworks de milieu- en veiligheidsvoorschriften niet naleefden en doordat de gemeente Enschede gebrekkig heeft toegezien op de naleving daarvan.