Naar de inhoud

Nieuwjaarsbrand

Bron: Scneider & van Dalsum advocaten

Datum: 9 september 2002

Geachte Raad,

Inzake: nieuwjaarsbrand


1. Inleiding
Bij afwezigheid van mijn compagnon Mr. O.A.H. van Dalsum bericht ik u als volgt.

Op 3 september 2002 vond ten gemeentehuize een bespreking plaats tussen de heer J.N. Veerman en ondergetekende namens de exploitant (de besloten vennootschap J.N. Veerman Horeca B.V.) van het in de panden Haven 154 en 156 te Volendam gelegen horecacomplex en het College van Burgemeester en Wethouders. Op verzoek van de heer J.J. Bulte informeer ik u kort over de inhoud van evenvermeld overleg.

2. Het op 3 september 2002 met het College van B&W gevoerde overleg
Ik veronderstel u bekend met de inhoud van de brief van de exploitant aan het College d.d. 21 augustus 2002. In deze brief heeft de exploitant aangegeven oog te hebben voor de overwegingen die ten grondslag liggen aan het door het College ingenomen voorlopig standpunt naar aanleiding van een tussen de exploitant en het College plaatsgevonden bespreking d.d. 24 juni 2002.

In deze brief heeft de exploitant opgemerkt zich te kunnen voorstellen dat een oplossing zou kunnen zijn gelegen in een situatie waarbij uitsluitend horeca-exploitatie zou plaatsvinden op het dijkniveau van de panden Haven 146/148. De exploitant heeft voorts gesteld, dat de als gevolg van de verdere beperking van de horecaexploitatie optredende financiële nadelen gecompenseerd zouden kunnen worden door de exploitant toe te staan een aanvullende horeca-exploitatie op een andere plaats binnen Volendam te starten. De exploitant had daarbij een concrete - nog nader met het College te bespreken - locatie in gedachten.

De gedachte achter dit alles was, dat er enerzijds meer financiële armslag ten behoeve van de tegemoetkoming aan de slachtoffers zou ontstaan, terwijl anderzijds tevens zou worden voorzien in de sterke behoefte aan een extra horecavoorziening binnen de Gemeente. De exploitant heeft daarbij overigens onderstreept, dat ook los van het op korte termijn bereiken van een definitieve regeling met de slachtoffers, een herstart geboden is nu immers het tegemoetkomen van de slachtoffers, buiten een eventuele erkenning van aansprakelijkheid zijdens de exploitant, ook v66r het bereiken van een zodanige regeling door hem wordt nagestreefd. Het zou dan ook, zoals uiteengezet in voormelde brief, in de visie van de exploitant onjuist zijn om de besluitvorming door het College en uw Raad uitsluitend te koppelen aan de totstandkoming van een definitieve, de exploitant kwijtende, regeling.

In evenvermelde brief verzocht de exploitant het College hem voor een gesprek uit te nodigen. Dit gesprek vond op 3 september jl. plaats.

Aan dit gesprek ging evenwel het volgende vooraf. Na verzending van de brief van 21 augustus 2002 ontstond bij de exploitant - geconfronteerd met oplopende (onder meer) met de behandeling en de voortgang van de schikkingsonderhandelingen gepaard gaande kosten, alsook met overige kosten - het duidelijke beeld, dat de compensatieruimte als gevolg van het reeds uit de verplaatsing van de horeca-activiteit te verwachten aanzienlijke omzetverlies, in combinatie met (onder meer) de hiervoor genoemde kosten, nog verder onder druk, zelfs onverantwoorde druk, zou komen te staan.

Voorts raakte de exploitant kort voor de bespreking van 3 september 2002 bekend met het gegeven, dat de hiervoor bedoelde noodzakelijke aanvullende horeca-exploitatie op de andere bij de exploitant voor ogen staande locatie in Volendam, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid - in verband met de problematiek rondom de alsdan noodzakelijke bestemmingsplanwijziging  niet gerealiseerd zou kunnen worden althans een zodanig lange behandelduur zou vergen en bovendien, voor wat betreft het resultaat van de proceduregang, een zodanig onzekere uitkomst zou hebben, dat de realisering van het streven om tot een tegemoetkoming te geraken voor het bereiken van een definitieve regeling en mogelijk zelfs na een dergelijke regeling ernstig zou worden belemmerd.

Ik roep in dit verband nog in herinnering, dat in relatie tot deze laatst besproken problematiek de exploitant juist eerder, bij brief d.d. 21 augustus 2002, had aangegeven het - ter uitvoering van zijn compensatiestreven - bovendien noodzakelijk te oordelen, dat de door de voorgenomen verplaatsing van de horeca-activiteit naar de panden Haven 146/148 verloren gegane vierkante meters elders in de Gemeente voor die door hem ondernomen activiteit zouden worden benut. Zou dit niet kunnen worden gerealiseerd, dan zou het meer besproken streven ook om deze reden ernstig gefrustreerd kunnen worden.
 
Het geheel van de hiervoor kort besproken omstandigheden leidde de exploitant tot de onvermijdelijke conclusie dat het in de brief van 21 augustus 2002 neergelegde voornemen om de tegemoetkoming uit de horeca-activiteit in de panden Haven 146/148 te realiseren niet, althans in onvoldoende mate, geëffectueerd zal kunnen worden. De exploitant kwam daarbij tot de slotsom dat, (i) om afglijden naar een financieel risicovolle positie als gevolg van omzetverlies te voorkomen en (ii) ter voorkoming van een met een dergelijke positie samenhangend risico in de compensatiesfeer, slechts één mogelijkheid openstond, te weten (a) het afzien van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de panden 146/148 naar horecabestemming in combinatie met (b) het wederom openstellen van respectievelijk de Wir War Bar en De Blokhut als horecagelegenheid.

Het behoeft uiteraard geen nader betoog, dat ook in dit geval zoals in de brief d.d. 1 mei 2002 ook tot uitdrukking is gebracht – in De Hemel voor nog onbepaalde tijd geen andere activiteiten worden opgestart. Deze ruimte zal - ook bij de tot nu besproken conclusie - als locatie ter rouwverwerking worden aangehouden ten behoeve van de getroffenen.

Met klem wordt benadrukt, dat deze conclusie natuurlijk evenmin door de exploitant wordt gewenst, doch inmiddels ziet de exploitant - met oprecht begrip voor de gevoelens die de besproken uitkomst voor de getroffenen met zich brengen - geen enkele andere oplossing om tot de voorgestelde compensatie te geraken.

Bij gelegenheid van de bespreking d.d. 3 september 2002, is namens de exploitant het College omtrent het vorenbesprokene geïnformeerd. Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft de heer Bulte de exploitant verzocht uw Raad van een en ander in kennis te stellen. Met dit schrijven geef ik aan dat verzoek uitvoering.


3. Uitkomst van beraad na 3 september 2002
Ik voeg aan het tot op heden besprokene echter nog het volgende toe. Na het overleg van 3 september 2002 heeft de exploitant zich, met oog voor het sensitieve karakter van de besproken - buiten zijn wil tot stand gekomen - uitkomst van het besluitvormingsproces, andermaal beraden over het karakter van de nu ingetreden situatie.

Dit beraad heeft tot de volgende met in het College besproken uitkomst geleid. De exploitant hecht er aan te benadrukken dat waar dit in zijn vermogen ligt - ook de Gemeente zal hierin een actieve rol dienen te spelen - de in de Wir War Bar en De Blokhut te ondernemen horeca-activiteit van tijdelijke aard zal zijn. De noodzaak in deze gelegenheden horeca-activiteit te ontwikkelen vloeit voort uit het meer besproken streven om eerder met de tegemoetkoming aan de slachtoffers een aanvang te kunnen nemen. Anders dan laatstelijk in het College besproken zal dan ten aanzien van de panden Haven 146/148 een bestemmingsplanwijziging naar horecabestemming dienen te worden gerealiseerd, waarbij bovendien het verlies van een aanzienlijke hoeveelheid vierkante meters als gevolg van de te gelegener tijd te realiseren verplaatsing van de horeca-activiteit van de panden Haven 154/158 naar de panden Haven 146/148, feitelijk op een andere - de Gemeente en de exploitant conveniërende - locatie binnen Volendam dient te zijn gecompenseerd. Eerst nadat de panden Haven 146/148 en de noodzakelijke aanvullende horeca-activiteit in staat van exploiteren zijn gebracht, kunnen de in de Wir War Bar en De Blokhut tijdelijk’ ondernomen horeca-activiteiten beëindigd worden. Ik wijs er andermaal op dat slechts deze constructie naar het oordeel van de exploitant voldoende waarborgen biedt om, met inachtneming van het gevoelen van de slachtoffers, tot compensatie in de meer besproken vorm te geraken.

Naar ik hoop heb ik u hiermede naar behoren geïnformeerd.

Hoogachtend F. Schneider

 

C.c.:het College van B&W per gelijke post
bestuur SSNV (d.t.v. de heer J.R.M. Bien) spoedshalve per e-mail
bestuur BSNV (d.t.v. de heer A. Binken) spoedshalve per e-mail
 

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.