Naar de inhoud

Veerman huilt zelf ook, maar de zaken gaan door

Bron: Parool

Veerman huilt zelf ook, maar de zaken gaan door 
De kermis? Nee, naar de kermis die vorige maand voor het eerst sinds de brand in Volendam werd gehouden, is hij niet geweest. ''Als ik een paar pilsjes op heb, ga ik janken,'' zegt Jan Veerman. Veerman is eigenaar van de boven elkaar, aan de dijk, gelegen cafés De Blokhut, de Wir War Bar en De Hemel. In De Hemel brak nieuwjaarsnacht 2001 een brand uit, die veertien jonge mensen het leven kostte.

Veerman wil de Wir War Bar en De Blokhut binnenkort heropenen, tot grote verontwaardiging van het gemeentebestuur. ''Ik doe een dringend beroep op Veerman de gevoelens die binnen de gemeenschap en vooral bij de getroffenen leven, zwaarder te laten wegen dan het verdienen van geld,'' zei burgemeester Hans Bulte van Edam/Volendam gisteravond tijdens een raadsvergadering. Dat de twee cafés sinds de brand dicht zijn, kost hem enorm veel geld, zegt Veerman eerder op de dag in de Wir War Bar. Een grondige schoonmaakbeurt, en het café kan zó worden heropend. Maar zal hij eerst Het Hemeltje even laten zien?

De Hemel ziet er nog precies zo uit als vlak na de fatale brand. Zwartgeblakerd. ''De brand heeft maar tien seconden gewoed. Kijk, zelfs de affiches hangen er nog; alleen de plastic bovenlaag is wat opgekruld.'' 'Merry Christmas' staat op een spiegel, 'I love Laura' op een andere. Een kerstengel is bedekt met een zwarte laag. Op de bar liggen cd's en een half verbrand lijstje van de muziek die zou worden gedraaid.

''De Hemel ging open in 1993-1994; ik kwam op de naam dankzij Hemelbier. Mijn broer vroeg destijds hoe ik mensen naar het nieuwe café wilde lokken. Nou, zei ik, naar De Hemel wil toch iedereen?'' vertelt Veerman. ''Triest hè, dat het zo moest aflopen. Een uit de hand gelopen geintje... niemand heeft dit gewild.'' 'Het uit de hand gelopen geintje' is het feit dat jongens met sterretjes hebben gezwaaid, waardoor de kerstversiering in brand vloog.

De zwartgeblakerde Hemel blijft nog een paar jaar zoals hij is, voor getroffenen die het café willen zien in het kader van het verwerkingsproces. ''De laatste maanden is er niemand meer geweest,'' zegt Veerman. ''De Hemel gaat nooit meer open. Het wordt kantoorruimte of zoiets.'' ''Er was wel degelijk een vluchtweg,'' zegt Veerman. ''Kijk, deze deur leidt naar een vaste trap. Maar helaas hebben de meesten die niet kunnen bereiken, doordat ze, als gevolg van gebrek aan zuurstof, bewusteloos waren.'' Veerman wilde een tweede vluchtweg maken, met een trap op gemeentegrond, maar daarvoor had hij toen de brand uitbrak nog geen vergunning. ''Weet u wanneer die kwam? Een half jaar na de brand.'' Veerman zat dertig meter verderop op de dijk, toen de ramp geschiedde. Hij was meteen ter plekke. Dertig mensen heeft hij naar buiten gesleept, schat hij.

Laura
In de Wir War Bar schuift Veermans dochter Laura (26) aan een van de cafétafeltjes aan. Ze lijkt in niets meer op de vrouw die ze was vóór de brand, zegt ze. ''In de media werd ik tot bedrijfsleidster gebombardeerd, terwijl ik gewoon van negen tot zes als kok hier in de bar werkte. De recherche heeft mij ondervraagd, op verdenking van dood door schuld en het mede schuldig zijn aan het uitbreken van de brand. Dat is toch verschrikkelijk?''

''Vandaag gaat het redelijk met me, maar morgen zit ik misschien weer wezenloos voor me uit te staren op de bank. Werken was vroeger mijn lust en mijn leven; nu red ik het nog maar twintig uur in de week. Mijn vader zal nooit meer de oude worden - en ik ook niet.''

Valt Veerman als horecaondernemer niets te verwijten? De brandpreventieambtenaar had een paar maanden voor de brand in een brief aan b. en w. toch genoteerd dat er gevaar was voor een ramp als Veerman geen strengere veiligheidsmaatregelen nam? ''Dat deed hij als drukmiddel, om te zorgen dat ik sneller aan een vergunning zou komen voor een tweede vluchttrap uit De Hemel,'' antwoordt Veerman.

Jan en Laura Veerman willen niet te veel zeggen over het vijftal dat met sterretjes heeft gezwaaid. ''Er was geen opzet bij; het was een spelletje, dat verschrikkelijke gevolgen heeft gehad. Op internet zie je soms wrange boodschappen. Dan verwijt iemand zo'n jongen met naam en toenaam dat hij met sterretjes heeft gezwaaid en zet erbij: 'Bedankt dat ik daardoor nu geen vingers meer heb'.''

Ze zijn altijd bezig met de brand. ''Ik vind het verschrikkelijk wat er is gebeurd,'' zegt Jan. ''Al die doden, al die verminkte mensen. Je kind verliezen is het ergste dat er is. Mijn neef, de zoon van mijn zus, was een van de slachtoffers. Het zal je kind maar wezen.'' Hij heeft veel contact met getroffenen en hun ouders. Nee, hij wordt niet met de nek aangekeken in Volendam. ''Twee slachtoffers werken op zaterdag in de receptie van mijn bouwonderneming. Drie, vier jongeren staan al te dringen om in de Wir War Bar te komen werken.'' Graag wil hij ook nog even wijzen op een enquête onder de inwoners van Volendam, waarvan de resultaten gisteren werden bekendgemaakt. ''Van de bevolking is 63 procent voorstander van heropening van de Wir War Bar en De Blokhut.''

Nieuw pand
Veerman heeft de afgelopen anderhalf jaar hard gewerkt aan de bouw van een nieuw pand naast de Wir War Bar. ''Met je handen bezig zijn helpt een klein beetje om de gedachten af te leiden.'' In dat pand wilde hij een café beginnen, vanwege de emotionele bezwaren onder velen tegen heropening van de Wir War Bar. ''Maar de horecavergunning voor dat nieuwe pand komt maar niet af,'' zegt Veerman. Daarom wil hij de Wir War Bar en de Blokhut tijdelijk weer als cafés exploiteren. Hij heeft alle noodzakelijke brandpreventiemaatregelen getroffen en wacht nu op de gebruiksvergunning. ''Heel veel slachtoffers willen graag dat de Wir War Bar weer open gaat. Ze vragen me voortdurend wanneer dat nou eindelijk gebeurt.''

Veerman heeft de inkomsten uit de cafés nodig om de slachtoffers financieel te kunnen steunen. Hij wil hun jaarlijks een bedrag geven, over een periode van 25 jaar. Veerman is teleurgesteld in pastoor Jan Berkhout, die in het kerkenblad liet weten 250.000 gulden per jaar een te gering bedrag te vinden. ''Dat is zijn zaak toch niet?'' zegt Veerman. ''Daarbij komt dat de pastoor helemaal nooit bij mij is geweest om te vragen hoe het met mij ging. Hij hoort toch de herder te zijn van alle schapen?''

Veerman ziet heropening van de Wir War Bar als stap vooruit, als teken dat de blik is gericht op de toekomst. Hij heeft mooie herinneringen aan het pand - hij is in het huis dat toen op deze plek stond, geboren - en vreselijke. ''Hier zat in de rampnacht een jongen op de kruk die wij, wegens zijn brandwonden, nat hielden. Hij maakte grapjes tegen een andere jongen, die op de grond lag, zo van: 'Wil jij ook wat water?' Maar die jongen lag daar dood te gaan.'' Jan Veerman huilt. Hij heeft zo veel omgekomen jongeren persoonlijk gekend. '' 's Morgens stond ik nog geintjes met ze te maken. Een paar uur later waren ze er niet meer.''
 

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.