De geloofsbrieven van pastor Jack Noë
De geloofsbrieven van pastor Jack Noë
Jack Noë is inmiddels enkele weken geïnstalleerd als pastor in Volendam. Ter ondersteuning van pastoor Berkhout en pastoor Van der Huist, met als eerste prioriteit de zorg voor rampgerelateerde parochianen. ,,De afgelopen weken hebben me echter snel helder gemaakt dat dat woord een brede uitleg verdient. Het gaat niet alleen om de directe groep getroffenen, maar deze gemeenschap is tot op bet diepst van de ziel geraakt en daar zijn duizenden mensen mee gemoeid.” Over zijil (oude) roeping, zijn niet geringe levenservaring, zijn geloofsbrieven, inlevingsvermogen en de positieve kant van Volendam.
Volendam en Jack Noë (49) lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. ,,Ik heb wel jets met het dorp. Bijvoorbeeld op het vlak van muziek. Ik volgde BZN’66 nauwgezet. Ik weet nog wel dat ze hun eerste single promootten in Nibbixwoud.” Hij somt bijna moeiteloos de namen van de oud-leden op. ,,Ze traden veel op in de kop van Noord-Holland en ik kom uit De Rijp, dus ik was er vaak bij. Ik weet nog hoe fijn ze ‘Ruby Tuesday’ van de Stones konden naspelen.” Maar de band met Volendam was ook van andere aard. Hij verhaalt kort over zijn geschiedenis. ,,Die is me heilig. We hadden een gezin met tien kinderen en twee neven van me werden ook bij ons grootgebracht. In de tijd van de oorlog deed m’n vader niet mee aan de Arbeidseinsatz. Daarom moest hij regelmatig onderduiken. Om aan eten te komen ging hij regelmatig te voet naar Volendam. Daar had hij adressen, klopte hij aan en dan liet hij een briefje zien met daarop een tekst: Blijf geloven in het licht van boven.”
,,Hij vertelde me: ‘Jacob — zo noemde hij me — in Volendam waren ze ook arm in die tijd. Toch kwam ik altijd met eten thuis voor je zusters’. Daarom ook kreeg Jan Karregat, die later in De Rijp ventte met vis, altijd koffie en brood bij ons. Later gold dat voor Jan Sier (robbert). We mochten ook nooit kwaad praten over Volendam. En ik snap heel goed waarom. ,,We kwamen uit een traditioneel arbeidersgezin. M’n vader schreef voor dag- en weekbladen en met het gezin zorgden we voor verspreiding. Ik was al vroeg misdienaar en op dertienjarige leeftijd wilde ik het seminarie in. Maar m’n vader gaf geen toestemming. Hij vond me te jong. Ik zat op de Mulo, maar twee jaar later stopte ik met school en ben ik gaan werken.”
Noë was lange tijd opperman in de bouw. Na zijn dienstperiode ging hij in de verpleging, in navolging van twee van zijn zussen. ,,Ik ben nou eenmaal een zorgzaam type. Thuis moet het ook altijd netjes zijn”, glimlacht hij. Inmiddels studeerde hij tevens maatschappelijk werk en hij leek door te groeien bij een instelling. Tot het leven een plotse wending kreeg. Zijn jongste kind, een vier maanden oude baby, overleed plotsklaps in zijn armen. ,,Wiegedood. een heel gek fenomeen. Ik kon niets meer doen ... .“ ,,Ik ben er een half jaar uit geweest, maar kon het daarna gelukkig een plek geven. M’n vrouw kon dat nog niet en ik had met haar afgesproken dat ze me altijd kon bellen op het werk wanneer het niet ging. Dat gebeurde steeds vaker, waardoor ik in overleg veel langere tijd uit m’n werk ben gegaan. Inmiddels woonachtig in Enkhuizen keerde hij in de maatschappij terug als zorgco6rdi-nator m Amsterdam, waar hij met veel culturen werkte. ,,Ik was leesverslaafd en een leerfanaat. Toen m’n vrouw Joke vroeg of ik niet weer iets wilde gaan studeren, pakte ik mijn oude liefde op: theologie. Dat zat toch nog in m’n hart, een oude roeping.”
Vanzelfsprekendheid
Zeven jaar lang studeerde hij minimaal één dag per week. Uiteindelijk werd hij werkzaam in Purmerend, in Kadijkerkoog, waar veel verstandelijk gehandicapten domicilie hebben. Hij werkte met mensen met extreem moeilijk gedrag en meervoudig complexe gehandicapten. Een opgave. Maar ik ben opgevoed met het gegeven dat zorgen een vanzelfsprekendheid is en dat geldt ook voor het dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik hield van m’n werk en het heeft ook met mijn geloof te maken.” Na vier en half jaar kwam er de vraag uit Volendam. ,,Ik wist wat er speelde in Volendam. In Purmerend kwamen ook mensen uit het dorp en daar ga je automatisch mee in gesprek.” Eerder was Noë in Amsterdam Zuid-Oost in aanraking gekomen met mensen die de Bijlmerramp hadden meegemaakt. ,,Toen had ik al veel met rouw en verdriet te maken en met mensen die je perspectief probeert te geven. Of mensen met handicaps en het leren leven daarmee.”
Over rouw kan hij, gezien zijn eigen achtergrond, meepraten. ,,Door wat ik heb meegemaakt met mijn kind ben je ervaringsdeskundige. Je praat niet alleen uit theoretische achtergrond. Ik kan het anders plaatsen. Maar voor de rest verwerkt iedereen het toch op zijn of haar eigen manier.” ,,Toen de vraag uit Volendam kwam om pastoraal te ondersteunen, moest ik me bezinnen. Eén avond en een nacht nam ik de tijd. Was ik er klaar voor? Ik had Volendam gevolgd. Er was ondersteuning nodig. De volgende dag heb ik meteen ja gezegd. Ik geloof niet in toeval. Het moet zo zijn dat dit op mijn pad kwam.” De cirkel kwam rond. ,,Het paste in de puzzel van m’n leven. Na wat Volendam heeft betekend voor mijn vader, was het voor nu duidelijk dat ik die kant op moest. Ik hield zielsveel van hem. Hoop hem na m’n dood tegen te komen en in het hiernamaals samen onder het genot van een borrel onder andere te praten over Volendam.”
,,De eerste prioriteit hier heeft rampgerelateerden, maar dat is te beperkt. Er zijn zoveel andere parochianen die oud verdriet door de ramp weer zijn gaan herverwerken. Het is zo massief, zoveel psychische puin. Waar niet iedereen mee te koop loopt, maw het zit er wel. Men was al begonnen om de mensen daarin te ondersteunen. 1k ben dus aan boord gestapt van een varend schip.”
Luisterend oor
,,De intensiteit van de problematiek is enorm en verdient alle ondersteuning. Er is geen vaststaand programma voor me. Ik ben een luisterend oor voor de mensen. Ik zal zelf contacten leggen, op huisbezoek gaan. Maar ik zit hier, in de Ark van Noë. De deur van De Ark staat altijd open en sinds kort heb ik een 06-nummer (06-51709000, red.).”
Noë is gedetacheerd vanuit het dekenaat en is onderdeel van een project dat door het ministerie in beginsel voor drie jaar is uitgezet. In de korte tijd dat hij in Volendam zit, heeft hij indrukken op kunnen doen en zich ook kwaad gemaakt. ,,Ik las in krantenartikelen dat in Enkhuizen tijdens gemeenteraadsvergaderingen Enschede en Volendam negatief als voorbeeld werden gesteld. Alsof de naam Volendam alleen nog maw daarmee verbonden kan zijn. Met iets wat fout gegaan is.” ,,Dat is de buitenkant. Er gebeuren ook veel goede dingen en daar mag ook aandacht voor zijn. De grote moeite die de gemeenschap van Volendam neemt om elkaar te ondersteunen en verder te helpen in dit leven, is een voorbeeld voor heel onze samenleving.”
,,Ik hoop dat de mensen ruimte en begrip blijven ontwikkelen voor de pijn en verwerking van de medemensen. Ieder doet het op z‘n eigen manier, in z’n eigen tempo. We moeten elkaar aandacht blijven geven. Natuurlijk moet het leven genormaliseerd worden en moet men toekomstgericht gaan werken en denken. Dat is goed. Maar als iemand daar nog niet aan toe is en niet mee kan, houd diegene dan vast en laat diegene niet los.” ,,Ik ben ervan overtuigd dat Volendam hier uit vandaan komt. Dat het verborgen krachten heeft die er voor zorgen dat deze gebeurtenis een plek krijgt in de geschiedenis van het dorp.”