Standpunt J.N. Veerman Horeca BV inzake heropening Wir War Bar en verplaatsen horecabestemming
J.N. Veerman Horeca BV
Kathammerzeedijk 16
1131 CW Volendam
aan:
College van Burgemeester en
van de Gemeente Edam-Volendam
Postbus 180
1130 AD VOLENDAM
Volendam, 14-10-2002
Geacht College,
Inmiddels nam ik kennis van uw brief van 24 september ji. aan mijn raadsman. Ik begreep dat u de in uw brief van 24 september ji. weergegeven zienswijze voor de vergadering van de raad van 24 oktober a.s. wilt agenderen.
In de brief van 9 september ji. heeft Mr. Schneider namens de exploitant - v.o.f. Bar Wir War, waarvan de vennoten zijn J.N. Veerman Horeca B.V. en Old Dutch B.V. - uitvoerig uiteengezet dat en waarom het dezerzijds als onvermijdelijk werd gezien te streven naar een (tijdelijke) openstelling van respectievelijk de Wir War Bar en de Blokhut als horecagelegenheid. Voor de goede orde verwijs ik naar de motivering van die zienswijze in de brief van 9 september jl. Uit uw brief van 24 september jl. is te begrijpen dat uw College zich niet kan aansluiten bij die zienswijze.
Ik vind het belangrijk nogmaals te vermelden en ik kan niet genoeg benadrukken dat mijn hiervoor genoemde zienswijze werd ingegeven vanuit de wens om aan de slachtoffers financiële tegemoetkomingen te verstrekken. 1k herhaal voor de goede orde nogmaals dat ik bereid was en ben het ertoe te leiden, dat dergelijke tegemoetkomingen door de exploitant daadwerkelijk aan de slachtoffers zullen worden verstrekt, ook voordat en ook indien geen formele schikking met slachtoffers en regresnemers zou worden bereikt.
Voor wat de derde alinea van uw brief betreft begrijp ik natuurlijk dat de gemeente niet gebonden is aan “opbrengsten uit horeca-exploitatie in verband met het schikkingsvoorstel”. Een dergelijke stelling is door mij ook nooit betrokken. Waar het mij om gaat is dat ik het als de verantwoordelijkheid van de exploitant zie om ook buiten een finale schikkingsregeling een aanvang te maken met uitkeringen ten behoeve van slachtoffers. Ofschoon deze gevoelde verantwoordelijkheid uw College danwel de gemeente natuurlijk niet bindt, is die verantwoordelijkheid voor de exploitant van groot belang en, naar mijn overtuiging, ook te respecteren.
Was het zo dat ik het verstrekken van tegemoetkomingen aan de slachtoffers eigenlijk alleen realiseerbaar achtte door een tijdelijke openstelling van de Wir War en De Blokhut - een openstelling van De Hemel was en zal nooit aan de orde zijn -, uw brief van 24 september jl. heeft mij onder ogen doen zien dat van een dergelijk streven moet worden afgezien. In vervolg op uw brief heeft daarenboven uitvoerig overleg plaatsgehad met de heren Binken, Tuijp en Bien, bestuurders van de BSNV respectievelijk de SSNV. Dit overleg leidde tot het aannemen van het evenzeer door mij onderschreven en gerespecteerde uitgangspunt, dat het met alleen gaat om het genereren van zoveel mogelijk financiële middelen in het kader van een tegemoetkoming voor de slachtoffers, doch ook en te meer om het begrip voor het gevoelen van velen dat het onjuist zou zijn vanuit de panden Haven 154-156 nog horeca-exploitatie te laten plaatsvinden. Laat ik er geen onduidelijkheid over bestaan dat ik begrip heb voor dit gevoelen en dat ik onderschrijf dat er aanleiding is om in het ‘spanningsveld’ tussen het genereren van inkomsten - dat op zichzelf genomen een groot belang van de slachtoffers dient - enerzijds en het respect voor de gevoelens omtrent de plaats waar zich de ramp heeft voltrokken anderzijds, een keuze te maken voor het laatste.
Ik kan derhalve bij nadere overweging en uit volledig begrip en respect voor het hiervoor besproken gevoelen uw standpunt onderschrijven, dat het pand Haven 154-156 niet meer voor horecadoeleinden zal worden gebruikt. Het wijzigen van de bestemming van dat pand zal kunnen realiseren, dat het pand nimmer - ook niet door eventuele rechtsopvolgers - voor horecadoeleinden zal worden benut. Het realiseren van een horecabestemming op dijkniveau van het pand Haven 146-148 (een bouwlaag) zal de exploitant in ieder geval in staat stellen een - nog nader te begroten - tegemoetkoming aan slachtoffers te verstrekken, zodat mij het van groot belang dunkt te zijn dat ook die bestemmingswijziging zal worden gerealiseerd. Het genoemd overleg met de afgevaardigden van de besturen van BSNV en SSNV heeft geleerd, dat een dergelijke bestemmingswijziging op hun draagkracht zou kunnen rekenen.
In uw brief van 24 september heeft uw college een aantal randvoorwaarden genoemd die bij beide bestemmingswijzigingen aan de orde moeten komen. 1k ben gaarne bereid met uw college over de definitieve invulling van die voorwaarden van gedachten te wisselen.
Een van de voorwaarden betreft de toestemming door en de afdekking van de positie van de andere eigenaar van een gedeelte van de percelen 154-156. De bestemmingswijziging zal naar aan te nemen valt een waardedrukkend effect hebben op diens bezit. Er is van uit te gaan, dat voor het verlenen van diens toestemming aan de bestemmingswijziging compensatie zal worden verlangd ter zake van een waardedaling. Gaarne zou ik met uw college willen bespreken op welke wijze deze problematiek zo goed mogelijk kan worden opgelost. Voorstelbaar is dat die oplossing het meest voortvarend kan worden bereikt in een overleg tussen de desbetreffende eigenaar, ondergetekende en uw college. Zou die oplossing worden bereikt, dan is in ieder geval een belangrijk risico met betrekking tot de planschade ex artikel 49 WRO ondervangen.
Dat ik zelf respectievelijk de exploitant afziet van vorderingen ingevolge voornoemde wetsbepaling zal in genoemd overleg vanzelfsprekend kunnen worden betrokken, waarbij de positie van degenen die mogelijk verhaal zoeken op het vermogen van mij respectievelijk de exploitant aandacht verdient.
Ik spreek de hoop en de verwachting uit dat over de door uw college genoemde voorwaarden met voortvarendheid tot een akkoord zal kunnen worden gekomen.
Ik hoop met het vorenstaande ten slotte inzichtelijk te hebben gemaakt, dat op uw zienswijze dezerzijds in ieder geval en zeker op hoofdlijnen positief wordt gereageerd.
Hoogachtend,
namens,
J.N. Veerman Horeca B.V.
Old Dutch B.V.
J.N. Veerman