College en de Raad dienen zich aan de regels te houden
College en de Raad dienen zich aan de regels te houden
Het college van B.& W. van de gemeente Edam-Volendam heeft de gemeenteraad donderdag 24 oktober een “nieuw” voorstel aangeboden in de kwestie van de Wirwarbar/Blokhut. In plaats van een voorgenomen verhuizing naar de naastgelegen panden Haven 146-148, moet eerst weer gewacht worden op een nota over het horecabeleid in onze gemeente.
Dit is verbijsterend, met alleen om de inhoud van dit zgn. nieuwe voorstel aan de gemeenteraad, maar vooral omdat de brief van september naar de heer Veerman geen voorstel was aan de raad, maar beleid van het college. De heer Veerman heeft waarschijnlijk (mede) op grond van deze brief gereageerd om af te zien van, horeca activiteiten in de Wirwarbar en de Blokhut. Het is dus collegebeleid, en dat trek je niet in als achteraf blijkt dat er ook andere meningen bestaan. Daarmee wordt met alleen de heer Veerman beledigd, maar elke burger van deze gemeente wordt geschoffeerd.
Een gemeentebestuur behoort zich aan haar eigen regels te houden. In het duale stelsel (zie de kamer en kabinet) wordt een voorstel, dat uiteraard nog geen beleid is geworden, verdedigd door een college (of kabinet, of het wordt geamendeerd of men trekt zich niets aan van de meerderheid, of men stelt zijn portefeuille ter beschikking. Dit is de normale procedure in Nederland.
In onze gemeente is het ernstiger: zoals gezegd was dit niet een voorstel maar reeds uitgevoerd beleid, en volgens het college zelf dus falend beleid, want anders waren ze niet met een nieuw voorstel gekomen. Dit draai je echter niet terug met een bedenkelijke verwijzing naar het duale stelsel en “het luisteren naar de raadsleden”, zoals de voorzitter van de raad en college mededeelde.
Dit college of de verantwoordelijke wethouder verdedigt haar beleid of ze treedt af.
Dit “oude” beleid (horeca-activiteiten plannen op Haven 146-148) kan overigens zeer goed verdedigd warden en is ook terecht. Aan de wettelijke eisen moet iedereen, dus ook de heer Veerman voldoen. Daar hoeft men met steeds over uit te weiden, alsof de wet voor de eerste keer wordt toegepast. En dat kan ook heel snel.
Herijkingnota
Eind december 2002 zal er hoogstwaarschijnlijk een nota op tafel liggen die het hele horecabeleid in onze gemeente herijkt. Ook deze nieuwe eis van de gemeenteraad (en college), dat eerst gewacht moet worden op de herijkingsnota over de horeca had door datzelfde college van tafel geveegd kunnen worden.
Deze eis wordt ook nog gemotiveerd door te wijzen op de andere verzoeken om een horecaplaats en vergunning.
Wie durft te stellen dat de aanvraag voor een nieuwe horecavergunning door de heer Veerman hetzelfde is als elke andere aanvraag is blind voor de realiteit. Net doen alsof dit hetzelfde is strookt niet met de rechtspraktijk, waarin ongelijke zaken niet gelijk behandeld worden, maar ook niet met de onderhandelingen van het college tot nog toe.
Wat betreft do herijkingnota kun je slechts vaststellen dat, zoals overigens met elke nota, dit weinig bijdraagt aan de discussie over horeca op Haven 146-148.
De raadsleden en het college zullen zelf moeten beslissen wat de consequenties zijn van de nota. De nota bestaat slechts uit papier en draagt uit zichzelf niets bij aan het onderhavige vraagstuk.
Alle feiten over de Wirwarbar/Het Hemeltje en de Blokhut zullen dan, precies zoals nu ook al kan, mee gewogen moeten warden. De bijzondere omstandigheden, zoals het feit dat deze burger van onze gemeente reeds jaren horeca-activiteiten uitoefent of het substantieel verminderde aanbod van “natte” horeca door ‘sluiting’ o.a. van zijn horecagelegenheden zullen doorslaggevend zijn.
Het verschuilen achter deze nota lost tot aanzien van de problematiek rond de heer Veerman niets op, en is bewust vertragend. Tot slot: welke burger in deze gemeente zou in een openbare raadsvergadering aangesproken willen worden om te stoppen met de meest normale legale activiteiten. Reeds twee keer is dit door raadsleden geopperd. Deze uitspraken zijn not done.
Ook hier geldt weer dat men zich als volksvertegenwoordiger alleen maar aan gewone regels tussen mensen dient te houden en niet moet bij dragen aan het kweken van een bepaalde sfeer. Elke burger mag wel aan elke wethouder of raadslid vragen of het niet tijd wordt een plaatsvervanger te zoeken.
Hoogachtend, Kees Kwakman, Mercuriuslaan 55.