Vragen VVD in 2e kamer over drugs in Volendam
Vragen van de leden Wilders en Cornielje (beiden VVD) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie over het excessief hoge cocaïnegebruik onder jongeren in Volendam.
1
Is het waar dat 50 tot 80 procent van de uitgaande Volendamse jeugd in de weekenden cocaïne gebruikt?1 Wat zijn de gevolgen van dit gebruik voor de volksgezondheid, met name onder jongeren? Is dit Volendamse beeld representatief voor andere Nederlandse gemeenten? Deelt u de mening dat dergelijke cijfers volstrekt onaanvaardbaar zijn?
2
Hoe lang blijft u gedogen dat de uitgaande jeugd in Volendam kilo’s drugs per week gebruikt? Wat gaat u hieraan doen, en wanneer?
3
Is het u opgevallen dat bovengenoemde cijfers niet in lijn zijn met de cijfers die zijn opgenomen in de voortgangsrapportage drugsbeleid 2001–2002 en het jaarrapport 2002 van de Nationale Drugsmonitor2 die onlangs naar de Kamer zijn gezonden, en waarin melding werd gemaakt van het feit dat van de scholieren van 12 jaar en ouder in 1999 1,2% cocaïne gebruikte? Hoe vallen deze immense verschillen (1,2 % versus 50-80 %) te verklaren?
4
Welke overlast en drugsgerelateerde criminaliteit gaat samen met het drugsgebruik van de jeugd in Volendam? Welke maatregelen heeft de korpsbeheerder cq. de burgemeester getroffen om de overlast te bestrijden en de criminaliteit terug te dringen?
5
Hoe gaat u optreden tegen horecaondernemers die gedogen dat in hun gelegenheid gebruik wordt gemaakt van harddrugs?
6
Tot welke consequenties in het beleid leiden de geconstateerde feiten?