Verslag: Symposium 'Lessen leren van rampen'
Verslag: Symposium 'Lessen leren van rampen'
Woensdag 2 oktober heeft Stichting Impact zich voor de eerste keer gepresenteerd aan de buitenwereld met het symposium 'Lessen leren van rampen'. Kennis over en ervaringen met psychosociale zorg na rampen stonden centraal tijdens het symposium. Het sprekersaanbod was zeer breed: niet alleen wetenschappers, maar ook hulpverleners en vertegenwoordigers van belangenverenigingen kwamen aan het woord. 'I want to know what love is' zongen jongeren uit Volendam als afsluiting, om te onderstrepen om wie het bij de hulpverlening na rampen draait: de getroffenen.
Het symposium werd geopend door de dagvoorzitter, mevrouw J. Lanphen, huisarts en voorzitter van de Adviescommissie die de oprichting van het Landelijk Kenniscentrum Psychosociale zorg na Rampen heeft voorbereid. Daarna nam de directeur van Stichting Impact, mevrouw drs. M. Rooze, het woord. "De stichting is opgericht op initiatief van de ministeries van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport, Defensie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dat geeft wel aan hoe belangrijk de overheid dit onderwerp vindt", aldus Rooze. In haar bijdrage ging ze verder in op de taken van de stichting. Zo gaat Impact onder andere na een ramp 24-uursconsultatie aanbieden en het verwijsnetwerk in kaart brengen en via een expertisedatabank beschikbaar stellen. Een van de eerste thema's die de stichting gaat oppakken is 'debriefing'. Ook is er veel aandacht voor screeningsinstrumenten en de psychosociale aspecten bij gezondheidsonderzoeken. Daarnaast maakt de stichting zich sterk voor borging van de psychosociale zorg na rampen in de wetgeving.
Differentiatie in onderzoek en hulpverlening
Vervolgens kwamen twee belangrijke leveranciers van kennis over rampen aan het woord: professor dr. R.J. Kleber, hoogleraar psychotraumatologie KUB en professor dr. B.P.R. Gersons, hoogleraar psychiatrie AMC. Kleber schetste onder andere het verloop van een ramp. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de eerste reacties op een ramp voorspellend zijn voor latere klachten, de zogenaamde peritraumatische reacties. Zo vertonen mensen die reageren met ongeloof, depersonalisatie of derealisatie later meer problemen.
Inmiddels is ook duidelijk dat differentiatie in onderzoek en hulpverlening belangrijk is. Onderscheid moet niet alleen worden gemaakt naar persoonlijkheidsverschillen maar ook naar verschillende groepen betrokkenen (passanten, getroffenen, hulpverleners). Kleber ziet hierbij een belangrijke rol weggelegd voor Stichting Impact.
Ook Gersons is van mening dat je moet differentiëren. Maar hoe doe je dat als hulpverlener ter plekke? Hoe pik je de mensen eruit die onmiddellijk psychosociale ondersteuning nodig hebben?
Een van de kenmerken van een ramp, aldus Gersons, is het wegvallen van de infrastructuur. Er is een tijdelijke extra structuur nodig. Tijdens de Bijlmerramp bleek duidelijk dat het niet werkt om mensen zelf hun weg te laten zoeken in de hulpverlening. Daarom is in Enschede onmiddellijk één loket ingericht waar mensen met al hun vragen terecht konden, het Informatie- en Adviescentrum.
Kunst en kinderen
Herstel na een ramp is een moeizaam proces. Natuur en kinderen spelen daarbij een grote rol. In de Bijlmer leidde dat tot 'De boom die alles zag', in Enschede tot het Kindermonument. "Kunst onder invloed van rampen is indrukwekkend" aldus Gersons, "kunst laat zien wat er in de harten van de slachtoffers zit, wat nooit verteld wordt".
Dat kunst kan bijdragen aan het herstel bij kinderen kwam aan bod tijdens de bijdrage van mevrouw D. Boekhout, in het onderdeel 'Kinderen en rampen'. Boekhout, creatief therapeut en kunstenaar, heeft op eigen initiatief vanaf mei 2000 tot juni 2002 gewerkt met kinderen betrokken bij de vuurwerkramp in Enschede. In de eerste fase liet ze de kinderen hun ervaringen neerleggen in schilderijen en tekeningen. Vervolgens zijn deze kunstwerken voorzien van tekst en gebundeld in een boek. Terwijl de individuele begeleiding van kinderen doorging, rouleerden de kunstwerken vervolgens van plek naar plek. Ook het Kindermonument in Enschede is onder haar leiding tot stand gekomen.
Kinderen actief benaderen
Mevrouw drs. S. Guanipa-Vermunt, gezondheidszorgpsycholoog en beleidsmedewerker afdeling Jeugd van De Meren, pleitte voor een actieve en directe benadering van kinderen en jongeren. Na de Bijlmerramp organiseerde zij, naast de 'normale hulpverlening', preventieve groepsbijeenkomsten op scholen voor leerlingen en leerkrachten. Niet alleen was daar gelegenheid om gevoelens te uiten, ook werd aandacht besteed aan psycho-educatie en zelfredzaamheid.
Ook mevrouw drs. C.J.A.M. de Roos, psycholoog/ psychotherapeut bij de Kinder en Jeugd GGZ van de Rijngeestgroep in Leiden, is voor een snelle interventie bij kinderen. " Dat voorkomt ontwikkelingsstagnatie en is kostenbesparend voor de gezondheidszorg", aldus De Roos.
Getroffenen aan het woord
's Middags konden de aanwezigen deelnemen aan één van de vier parallelsessies: Onderzoek, Behandeling, Het Informatie- en Adviescentrum en De psychosociale zorg in de acute fase van een ramp. Ervaringen met onder andere de Bijlmervliegramp, de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam kwamen hierin aan bod.
Getroffenen en vertegenwoordigers van organisaties van getroffenen waren bij de sessies aanwezig. In het afsluitende panel gaven zij hun mening over de behandelde onderwerpen en droegen verbeterpunten aan. Een greep uit de punten die genoemd werden: voorkom onnodige medicalisering: liever slachtofferhulp of maatjesorganisatie dan professionele hulpverleners; zorg voor een geïntegreerd dienstenaanbod, stel daar één overallcoördinator voor aan die muurtjes slecht; haal kennis bij getroffenen, zodat je weet dat het hulpaanbod goed aansluit bij de hulpvraag; psychosociale hulp is belangrijk, maar hulp bij praktische problemen ook.
Lessen en knelpunten
Hulpverlening bij rampen kenmerkt zich bij uitstek door voortschrijdend inzicht. Er is in de afgelopen jaren veel rampenexpertise opgebouwd, niettemin zijn er nog altijd knelpunten. Deze knelpunten zijn tijdens het symposium 'Lessen leren van rampen' blootgelegd, zoals de klacht dat het hulpaanbod niet altijd aansluit op de hulpvraag of de pleidooien voor hulpverlening die getroffenen actief benadert, preventie en onafhankelijk onderzoek. Ook hulpverlenende instellingen die niet goed samenwerken en elkaar niet informeren over slachtoffers blijken een taai probleem.
Daarnaast maakte het symposium duidelijk dat de kennis over en ervaring met psychosociale zorg na rampen van de afgelopen jaren ook iets heeft opgeleverd. Zo groeit het besef dat differentiatie in onderzoek en hulpverlening nodig is, vindt er toegespitst en gericht gezondheidsonderzoek en monitoring plaats na rampen en is er binnen de rampenhulpverleningsorganisatie in toenemende mate aandacht voor psychosociale zorg Ook inzichten als één loket voor slachtoffers en snelle actie en interventie bij kinderen zijn winstpunten. Maar zoals professor Kleber 's morgens al opmerkte: "Rampen zijn in principe moeilijk te beheersen, dat is de paradox waar we voor staan'.
Deelnemers symposium onderschrijven in grote lijnen doelstelling Impact
Uit een steekproef onder de deelnemers aan ons symposium blijkt dat het merendeel het eens is met de doelstelling en de taken van Stichting Impact: het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige en adequaat georganiseerde psychosociale zorg na rampen. Tot het takenpakket van Impact horen het bundelen van ervaring en wetenschappelijke kennis, het inzichtelijk en beschikbaar maken hiervan voor uiteenlopende doelgroepen en het bevorderen van samenwerking tussen betrokken partijen. Uiteraard zijn er wel wat kanttekeningen. Zo merken enkele ondervraagden op dat de doelstelling wel erg ambitieus is.
Over het symposium waren de ondervraagden over het algemeen zeer tevreden. Met name de workshopsessies spraken de deelnemers aan. Als minpunt werden onder andere genoemd teveel lezingen en te weinig discussie. Verder ontving de stichting een groot aantal suggesties voor toekomstige producten en onderwerpen voor congressen, expertmeetings en dergelijke. Impact buigt zich hier nu over en gaat na welke ideeën binnen haar doelstelling passen én voor meerdere doelgroepen interessant zijn
Team Impact aangevuld met communicatie
Met ingang van 16 september 2002 is mevrouw drs. T. Sman werkzaam bij Stichting Impact als communicatieadviseur. Na haar studie Tekstwetenschap heeft Tine Sman als (eind)redacteur en communicatieadviseur gewerkt voor ABN en KPN.
Het team van Impact bestaat nu uit:
mw. drs. M.W. Rooze MBA (Magda), directeur
(020) 566 23 48, m.w.rooze@amc.uva.nl
mw. drs. A.M. de Ruyter (Ariëlle), seniorbeleidsmedewerker zorg
(020) 566 21 81, a.m.deruyter@amc.uva.nl
mw. dr. M. de Vries (Maaike), seniorbeleidsmedewerker onderzoek en ontwikkeling
(020) 566 23 07, m.devries@amc.uva.nl
mw. drs. T. Sman (Tine), communicatieadviseur
(020) 566 21 02, t.sman@amc.uva.nl
mw. S.F. Smits (Sabine), managementassistent
(020) 566 21 02, s.f.smits@amc.uva.nl
Het adres is:
Stichting Impact
Landelijk Kenniscentrum Psychosociale Zorg na Rampen
Tafelbergweg 25
1105 BC Amsterdam