'De hoop moet steeds worden bijgesteld'

'De hoop moet steeds worden bijgesteld'
Van onze verslaggever RIEN FLORIS

foto NHD: medeauteur Marieke Janssen
Altijd maar hopen op beter. Hopen dat een kind uit het ziekenhuis komt. Hopen dat de operatie in één keer slaagt. Hopen dat het beter wordt als je weer naar school of je werk gaat. Hopen dat je dan eindelijk weer rustig slaapt. Uiteindelijk hopen de Volendammers, die onderzoeker Marieke Janssen van het Instituut voor Psychotrauma interviewde over 'leven na de brand', dat alles weer normaal wordt. Dus prijkt die titel: 'Was alles maar weer normaal', op het gisteren in Volendam gepresenteerde boek.
Marieke Janssen sprak ruim een jaar na de ramp met slachtoffers, ouders, broers, buren, familie en hulpverleners. Over wat ze meemaakten tijdens de nieuwjaarsbrand en wat ze na al die tijd nog voelen. Waar ze mee worstelen. Indringende verhalen over emoties, maar ook over heel praktische dingen zoals het pannetje soep van de buurvrouw en de broer die de familie steeds heen en weer reed tussen Volendam en de intensive care.
Nabestaanden van overleden brandslachtoffers komen niet aan bod in het boek. Bewust. ,,Want dat is van een heel andere orde. Het verliezen van een kind of een broer is heel wat anders dan als iemand in het gezin is verbrand.''
Overvallen
Het Instituut voor Psychotrauma zorgt voor opvang van mensen die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt zoals overvallen, bedreigingen en rampen. Bij rampen worden de medewerkers en 'oproeppsychologen' vrijwel standaard ingezet. In Zaltbommel, waar het instituut is gevestigd, gaat een paar uur na een ramp de telefoon waarna op afroep zo 25 psychologen of psychotherapeuten worden opgetrommeld om mensen bij te staan.
Bijlmerramp, Enschede, legionella en Volendam. Ze waren er vrijwel vanaf het eerste uur bij. Daarnaast doet het instituut onderzoek naar rampen en wordt gezocht naar verbeteringen in de opvang. Dat doel dient het boek 'Was alles maar weer normaal'. Maar het is vooral een boek voor slachtoffers en betrokkenen om eens te lezen dat er meer mensen zijn die worstelen met problemen na de ramp.
Uit het boek:
,,Toen stond ik opeens in een kring van ambulancepersoneel en politie. Ik wou iets vragen, maar de mensen begonnen te huilen toen ze me zagen. Maar ik wist van niets, ik snapte het niet, ik wist niet dat ik zo erg verbrand was. Mijn rug en gezicht... alles was verbrand en zij zagen dat, maar voor mijn gevoel was het niet zo.'' (brandslachtoffer)
Steen
De langdurige interviews over brand, ellende, operaties en frustraties gingen Marieke Janssen niet in de kouwe kleren zitten. ,,Je moet wel van steen zijn als dat je niks zou doen. Ik sprak de mensen vrij lang en naarmate het gesprek langer duurde, werd dat steeds emotioneler. Het greep me wel eens om het hart. Dan werd ik er stil van.''
Zelf heeft ze twee zoons. Wat zou ze zelf doen bij een dramatische gebeurtenis? ,,Als ik moeder zou zijn in een gezin met twee verbrande kinderen, zou ik denk ik ook doorbuffelen. Dan kom je zelf later wel aan de beurt, als alles eerst maar op de rails is. De kinderen naar school en iedereen aan het werk. Dan komt de terugslag.''
Uit het boek:
,,Mijn werk is ook niet zo leuk meer, misschien ga ik wel wat anders doen. Je denkt na zo'n periode: Waar doe ik het eigenlijk voor? We hebben steeds gedacht: Het moet over zijn na een half jaar.'' (ouder van brandslachtoffer.)
Incasseren
Uit alle verhalen spreekt hoop. ,,Je hebt hoop nodig om te overleven. Maar bij brandslachtoffers moet die hoop steeds worden bijgesteld omdat het zo'n lange periode van herstel is. Bij brandwonden moet je steeds terug en opnieuw incasseren. Fysiek door de vele operaties en dat tikt geestelijk ook behoorlijk aan. Je rekent je steeds rijk, maar het duurt steeds maar langer en dan moet de hoop weer worden bijgesteld.''
Ze geeft een serie voorbeelden van uitgestelde hoop. ,,Eerst hoopt een moeder dat haar zoon van de intensive care mag. Maar als dat gebeurt, raakt die jongen in paniek en besluit moeder maar te blijven slapen in het ziekenhuis. Eindelijk thuis blijkt de zorg veel complexer dan werd verwacht. Heb je opeens een bed met een verbrand kind in de woonkamer staan. Dacht je eindelijk wat balans in het leven te krijgen, maar lukt het nog niet. Gaat het kind eindelijk naar school, blijkt het dat hij of zij slecht meekomt of zich helemaal afzondert. Op je werk gaat het slecht en je slaapt amper. Steeds hopen mensen dat het beter wordt, maar dat beter worden, wordt steeds later.''
Uit het boek:
,,We hebben een boek gemaakt voor later. We hebben alles bewaard. Kijk, zo lag hij er bij na vier dagen op de intensive care. Je herkent hem niet. Hij is twaalf kilo afgevallen, het is een wonder dat hij nog leeft. En dat het allemaal nog beter wordt.'' (ouder van verbrande jongere)
Hulp
Of het ooit écht beter wordt, is maar de vraag. De Brandwondenstichting die betrokken is bij het boek, weet dat na perioden van twee, vier en zes jaar mensen opeens weer in de problemen raken. Ook nu blijkt in Enschede het aantal verzoeken om hulp weer toe te nemen. Toch ziet ze grote verschillen met Enschede of andere rampen. ,,Eigenlijk is Volendam alleen vergelijkbaar met Göteborg. De Volendammers zijn onverwachts in een levensbedreigende situatie beland. Iedereen ging naar een feestje, vader en moeder vierden oud en nieuw met de buren en bij de EHBO en brandweer werd vast ook een oliebol gegeten. Met de ramp in Volendam zijn voor veel mensen de fundamenten van het leven door elkaar gehaald. Het basisgevoel van veiligheid is beschadigd.'' ,,Iemand vergeleek een ramp een keer met een steen die in de vijver wordt gegooid. De oppervlakte wordt al snel weer rustig. Maar daaronder beweegt het zand nog en al het omgewoelde zand komt op een andere plek te liggen.'' In de betrokkenen zelf is vaak ook iets verschoven. Het leven is niet meer zoals het was. Ze willen verder maar zijn doodmoe. ,,De verwerking van zo'n ingrijpende gebeurtenis kost ongelofelijk veel energie Ook het worstelen met psychische problemen maakt mensen moe.''
Als mensen zich dat bewust zijn, helpt het vaak al veel. ,,Ik sprak een gezin dat na de ramp veel meer met elkaar bleek te zijn gaan praten. Los van alle ellende hadden die er ook nog iets positiefs uitgehaald.''
Feesten
Werken als therapie? Volgens Marieke Janssen helpt dat. ,,Ik houd van werken. Werken geeft zin aan je leven en dus helpt dat om te verwerken. Maar alleen maar doorwerken om te vergeten, helpt niet. Je moet ook eens feesten en eens helemaal aan andere dingen kunnen denken. En op sommige momenten moet je de confrontatie aangaan. Zoals zo'n bezoek aan het Hemeltje. Zo'n confrontatie gebeurt ook weer met het lezen van dit boek. Dan realiseren mensen zich weer wat er allemaal is gebeurd. Dat is goed, want door meerdere confrontaties wordt het steeds milder. Toch blijven mensen hopen dat het over gaat. Maar het gaat nooit meer over. Dat hoef je niet te ontkennen. Het hoort bij je leven dus het mag er zijn.''
Uit het boek:
,,Dit is mijn laatste gesprek over de brand met iemand. Want ik wil dat het normaal wordt en door dit soort gesprekken moet ik er steeds aan denken. Eigenlijk was het nog normaler in het ziekenhuis, dan nu maanden erna. Nu is iedereen moe en het zat om erover te praten, terwijl de problemen er nog zijn.'' (brandslachtoffer)
Eindinfo: Van het boek 'Was alles maar weer normaal' zijn 4000 exemplaren gedrukt. Boeken kunnen door betrokkenen worden afgehaald bij advies- en informatiecentrum Het Anker in Volendam.