Droom nog steeds intact: Handbalteam uitlaatklep voor slachtoffers Volendam-brand (met foto)
Droom nog steeds intact: Handbalteam uitlaatklep voor slachtoffers Volendam-brand
door Eddy Veerman
De Nederlandse handbalmannen vertrekken morgen naar Oekraïne, waar het de EK-kwalificatiereeks zal openen. Dat betekent ook dat de Volendamse uitverkorenen in het gezelschap van bondscoach Henk Groener er de jaarwisseling zullen doorbrengen. De gedachten van Gerrie Eijlers (22), Jeroen Weber (21) en Joey Duin (21) zullen in die uren ongetwijfeld afdwalen naar de nieuwjaarsramp, waarbij ze twee jaar geleden waren betrokken.
Het jongensboek zou over een paar jaar zomaar een bestseller kunnen worden. Een groep vrienden die, een enkeling uitgezonderd, gek is van het spelletje handbal en ook nog eens op twintigjarige leeftijd een team vormt in de eredivisie. Spelend voor Jong Oranje en een droom koesterend: ooit met Volendam Nederlands kampioen worden. Tot er brand uitbreekt in de bar waar ze net zijn binnengekomen om iedereen een gelukkig 2001 toe te wensen. Even is het ieder voor zich, als het vuur om zich heen slaat, als er zuurstofgebrek is. Even is er geen handbal, geen droom, maar zorg om mensenlevens.
„Toen ik uit coma ontwaakte in het ziekenhuis hoorde ik het aantal overledenen (uiteindelijk veertien, red). Ik dacht dat het er veel meer zouden zijn, afgaande op het vuur dat ik had gezien en omdat er geen lucht meer was”, blikt Gerrie Eijlers terug. Bijna twee jaar verder is hij doelman van Oranje en bezet hij met Kras/Volendam – als jongste ploeg – de derde plaats in de eredivisie. Een plaats (bij de eerste zes) die straks recht geeft op deelname aan de kampioenspoule, wat voor het eerst zou zijn in de Volendamse handbalhistorie.
Van het huidige team waren negen spelers op het moment van de brand aanwezig in bar De Hemel. Het blijft een verbazingwekkend verhaal. Eijlers: „Het meeste is wel weer normaal. Als je handbalt, heb je geen tijd om er bij stil te staan, laat je jezelf er niet steeds mee confronteren, ´s Avonds voor het naar bed gaan, lig ik wel eens te mijmeren. Niet zozeer denkend aan het moment, maar meer aan de periode in het ziekenhuis. Het heeft zo´ n impact gehad op het leven hier.”
Jeroen Weber, reserve-doelman bij Volendam en Oranje, verbleef enkele weken op intensive care: „Je kijkt minder vaak terug en bent meer bezig met stapjes vooruit. Mijn handen waren flink verbrand en om me heen waren mensen die zeiden dat ik nooit meer zou handballen. Maar ik heb zelf altijd geloofd dat ik terug zou komen. Dat ligt denk ik ook aan hoe je karakter was en is. Ik was al vrij nuchter en nu heb ik helemaal zoiets van: wat kan mij nog gebeuren? Ik ben meer van alles gaan genieten.”
Joey Duin is huidig topscorer van de eredivisie. Hoofdpijn zorgde ervoor dat de lange opbouwer destijds wat later op de Volendamse dijk belandde. De eerste fase van de ramp had zich net voltrokken en Duin zag zijn vrienden en medespelers met brandwonden en hangende vellen enerzijds verdwaasd, anderzijds in paniek uit het pand komen. „Als ik die beelden voor ogen houd, is het een extreme prestatie die zij en de andere jongens die ´er in zaten´ geleverd hebben. Toen ik het zag, dacht ik dat het echt over was met het handbal in Volendam. Maar dat was bijzaak. Mijn aandacht ging meer uit naar broers, zussen, vrienden en bekenden; waar waren die? Als sporter kun je verwachten dat je in aanraking komt met blessures, maar niet met levensbedreigende situaties. En dan ook nog zoveel personen. Voor ons was handbal daarna een uitlaatklep, een middel om je er doorheen te slepen. Het werd onderdeel van het verwerkingsprocees.”
Eijlers: „Het feit dat we er toch allemaal snel bovenop gekomen zijn, heeft volgens mij ook te maken met het gegeven dat niemand van onze vriendengroep is gestorven. Wel een speler van het derde team en daar sta je regelmatig bij stil. Zijn vader helpt bij elke thuiswedstrijd om de zaal gereed te maken. Ik kijk nu heel anders tegen die mensen aan. Die hebben zoveel meegemaakt. Dan ben je zo voorzichtig en dan...” Weber: „Mogen wij niet klagen.” Eijlers: „Tja...”
De spelers van de hoofdmacht ontsprongen de dans, al is één speler – Nico Admiraal – na zijn valpartij in de hectiek van die avond nog altijd niet definitief teruggekeerd. Eijlers: „Als spelers van het eerste konden we ons aan elkaar optrekken, er kon over gepraat worden en de trainer hield er rekening mee. Dat was het voordeel van de groep; je kwam niet als eenling in een ploeg terug. Het leven werd altijd al gedomineerd door handbal, dat heeft je gevormd en dan wil je je niet door zoiets uit het veld laten slaan. Toen ik net was ontwaakt uit coma, stond de trainer (George van Noesel, red.) aan mijn bed en hij vertelde dat besloten was onze ploeg terug te trekken uit de competitie. Ik was boos. Maar nu ga je echt niet meer meteen na iedere willekeurige wedstrijd zitten relativeren en de brand erbij halen. Je wilt winnen. Zeker als je weer zoveel uren in de zaal staat te trainen en je je weer zo sterk voelt als voorheen. Of zelfs sterker.”

• Zittend voor het Volendamse monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de brand in de nieuwjaarsnacht staren Gerrie Eijlers, Joey Duin en Jeroen Weber (vlnr) over het IJsselmeer. Dit jaar zullen zij de slachtoffers herdenken vanuit Oekraïne, waar zij met het Nederlands handbalteam een EK-kwalificatieduel afwerken.
FOTO: HANS PETERS
Duin: „Een wedstrijdje op zich is misschien te kleinschalig om te relativeren. Het is goed denkbaar dat er bij zo´n beladen wedstrijd als tegen Quintus juist wel meerdere emoties uitkwamen. Zo´n ontlading zal nu misschien volgen als we voor het eerst bij de eerste zes eindigen. Dan komt het eruit. We horen in dat linkerrijtje thuis en verdienen het gezien de trainingsarbeid.” Weber: „Maar ook dan stel je jezelf weer een doel en leg je opnieuw druk op jezelf. Als je fit bent, wil je steeds stapjes verder.”
Duin: „Je kunt het onze missie noemen.” Een meervoudige missie na de ramp. „Bij het Nederlands team hebben we ook onze eigen missie.” Weber: „Er zijn weinig middelen voor de mannen, dat is niets nieuws. Soms is dat wel eens moeilijk te accepteren. Als je op Papendal de trainingshal binnenloopt, hangt er een poster van de handbalvrouwen in het raam, en denk je: waarom wij niet? Bondscoach Henk Groener is een weg ingeslagen met jonge jongens, zeg maar zowat ons hele team van voormalig Jong Oranje, met enkele ervaren spelers. Jongens die willen investeren, zich nog moeten bewijzen. En als je nog eens in het buitenland wilt spelen, zoals wij, kan dat via Oranje. Het is een goede lichting.”
„Waarschijnlijk komt deze EK-kwalificatie nog te vroeg, we treffen met Bosnië, Estland en Oekraïne bovendien sterke tegenstanders. De focus is meer gericht op de WK-kwalificatie, een jaar later. Ach, we zijn nog jong.” Duin: „En hebben een grenzeloze ambitie. Het is steeds weer een offer brengen voor het handbal.”
Als de ramp in Volendam woensdag voor de tweede keer herdacht wordt, zitten de plaatselijke handballers met Oranje in het Oekraïense spelershotel. Weber: „De bondscoach zal het ongetwijfeld even aanhalen. Het zal best even moeilijk zijn op oudejaarsavond. Even een telefoontje plegen met het thuisfront; dat zal wel lang duren. Na die bewuste avond heb ik een tijd in coma gelegen, dus ik heb het minder intens beleefd dan mijn ouders. Mijn broertjes en ouders hebben het daarom moeilijker. Dat merkte ik al de laatste weken. Maar ik denk dat alle betrokken jongeren en ouders uit ons dorp in de toekomst op psychisch gebied sowieso nog veel te wachten staat.”
Duin: „Er zal binnen de Nederlandse ploeg straks ook best even over gesproken worden. In de dagen na de ramp kreeg al ik veertien telefoontjes van Jong Oranje-spelers.” Eijlers: „Elke club stuurde een kaartje, mensen uit de handbalwereld kwamen op bezoek. Dat was een heel mooi gebaar.” Groener heeft inmiddels drie andere spelers (Dick Tuip, Tom Schilder en Jan Bond) op de korrel voor het vervolgtraject met Oranje. Weber: „We zijn op alle fronten dus goed op weg.” De droom van een groep jongens staat nog fier overeind; hij heeft alleen wat vertraging opgelopen.