Pastoor Volendam beschrijft periode nieuwjaarsbrand 'vanuit de emotie' (met foto)
Pastoor Volendam beschrijft periode nieuwjaarsbrand 'vanuit de emotie'
Foto: Joop Boek
Redactie: Jan Vriend
Hij was alleen op oudejaarsavond. In zijn eentje in de grote pastorie van Volendam. Tussen vuurwerkklappen hoorde pastoor Jan Berkhout het geloei van sirenes, in de nieuwjaarsnacht van 2000 naar 2001. De echo ervan zou nog lang blijven doorklinken. Want de brand in 't Hemeltje veranderde niet alleen Volendam. De brand veranderde ook het denken over veiligheid in ons land. En de brand veranderde het leven en van pastoor Jan Berkhout. Op deze pagina citeren we vrij uit het dagboek dat hij in de maand na de ramp bijhield, met als afsluiting zijn bespiegelingen van vandaag. ,,Op oudejaarsavond ben ik nooit meer alleen."
Het bureau van Jan Berkhout staat boven in de pastorie. In een kamer met een paar ramen. Eentje met uitzicht op de kerk. Zijn kerk. De ander kijkt uit over het dorp. Zijn dorp. In het midden van die twee is de wereld van de pastoor, de herder. Aanspreekpunt voor iedereen. Luisterend oor voor de kudde. Maar zelf alleen, in het grote pastoorshuis. Als de pastorie in de storm van verdriet en gemis wat al te groot en onherbergzaam was, kroop hij achter zijn bureau. Schrijven om zijn gedachten te delen met zijn dagboek. ,,Ik noteerde het vanuit de emotie."
zondag 31 december 2000
Tegen half twaalf ga ik naar de kerk. Het is een vaste gewoonte van me ombiddend van oud naar nieuw te gaan. Ik ontsteek de kerstversiering en neem achter in de kerk plaats. Het middernachtelijk uur nadert. Nog even.... De kerkklok slaat twaalf keer. Ik zet de drie klokken aan en even later strooien ze jubelend hun klanken uit. Wat zal het komende jaar brengen? Ik bid dat God mijn parochie zegent.
Later keer ik weer terug naar de pastorie. Het vuurwerk gaat buiten nog een tijdje door. Ik schenk nog een glas wijn in en toost met een knipoog naar mezelf op het nieuwe jaar. Rond 1.00 uur hoor ik de sirene van een ambulance gaan. Misschien iemand met een hartinfarct, denk ik. Midden in de nacht word ik in mijn eerste slaap door de telefoon gewekt. Ik sta op, maar dan stopt het belsignaal. Ik ben klaar wakker en probeer weer in slaap te komen, maar dat lukt met echt. Het is een onrustige nacht.
maandag 1 januari 2001
Om 7.30 uur sta ik op. De telefoon gaat. Het hoofd van de recherche regio Waterland is aan de lijn. ,,Ik wit u informeren over het volgende", zegt hij . ,,Er heeft vannacht een brand gewoed in de Wir War. Daarbij zijn vijf jongeren omgekomen. Een paar honderd jongeren zijn opgenomen in verschillende ziekenhuizen, verspreid over het land. De verwachting is dat er nog meer jongeren zullen sterven. Ik deel u dit mee omdat u er wat mee te maken zal krijgen."
Ik ben perplex, de werkelijkheid dringt niet tot me door. Het eerste waar ik aan denk is het leed van de vijf families en de uitvaartdiensten die geregeld moeten worden. Ik vraag of hij me de namen en de adressen van de overleden jongeren kan geven. ,,Nee", antwoordt hij. ,,Dat kan ik niet, want de namen zijn nog niet vrijgegeven. Voor verdere informatie verwijs ik u naar het alarmnummer op de televisie. "...,,Wat moet ik doen? Ik zet meteen de tv aan. Op het scherm zie ik beelden van de Wir War. De ramen van 't Hémeltje zijn kapot geslagen en de gordijnen wapperen uit het raam. In het Journaal zeggen ze dat er vijftig jongeren zijn opgenomen in het AMC. Tenslotte verschijnt er een permanent alarmnummer in Zaandam op het scherm. Ik ga meteen bellen en meld mij als een van de pastoors in Volendam. Ik vraag naar de namen en de adressen van de 3ongeren. De juffrouw aan de andere kant van de lijn geett mij geen informatie. Ik voel mij onzeker worden. Er zijn mensen in nood. Wat moet ik doen?
Om negen uur is het licht geworden. Nico Mantje, assistent van de Vincentius parochie, belt. Hij belooft direct te komen om de eucharistieviering van kwart over tien over te nemen. Ik schiet mijn jas aan, start de auto en rijd naar het AMC. Ik moet gewoon iets doen.
De straten van Volendam liggen er stil en verlaten bij. Toch voelt de stilte en rust bedrieglijk aan als je je bedenkt dat een paar uur eerder hier een felle brand heeft gewoed. Het is nog maar een paar uur geleden dat ouders in paniek naar de Dijk zijn gerend. Hier reden teen de ambulances. Nu die verlatenheid en stilte. Behalve in de huizen. Daar heerst rouw, verslagenheid en verdriet.
In het AMC zitten de wachtkamers zitten vat met Volendammers. Ik kijk rond en weet niet wat ik meet zeggen. Ik zie alleen maar hun verdriet, angst en wanhoop. De ernst van het drama begint langzaam tot me door te dringen. Met de ouders bidden we om herstel, kracht en genezing. Ik keer terug naar de pastorie en krijg van het parochiële crisiscentrum een overzicht van de namen van de gestorven jongeren. Het eerste bezoek leg ik af bij de familie Veerman. De kist met het lichaam van hun zoen is zojuist het huis binnengedragen. De gehele familie beeft zich verzameld rond de baar. Ineens wordt de ramp concreet zichtbaar.
De volgende familie die ik bezoek is de familie Schokker. Hun zoon Eric, 21 jaar, is eveneens omgekomen. Hij was stukadoor en had zojuist een eigen huis gekocht. In de woonkamer staat de gesloten kist met daarop een grote foto van Eric: een jonge vitale knul die ons vanaf de foto lachend aankijkt.
dinsdag 2 januari
Ik ga van het ene gezin naar het andere. Overal lopen mensen in en uit. Ik het aan bij de ouders van Liesbeth Buys. Twee gebroken mensen. Je voelt hoe intens zij samen met hun twee zoons het verdriet beleven. Liesbeth was de jongste, de gangmaker. Moeder Nel pakt het fotoalbum. Bij elke foto vertelt ze over Liesbeth.
woensdag 3 januari
Ik bel Jan Smit of hij vanavond in de avondwake het Ave Maria wit zingen. Zijn manager gaat het hem vragen. Even later belt hij terug. ,,Jan durft het niet aan", zegt bij. Het zijn allemaal leeftijdgenoten die gestorven zijn en in de ziekenhuizen liggen. De belasting is op dit moment te groot."
Tegen tien uur komt er een verslaggever van de Evangelische Omreep op bezoek. Hij vraagt of ik niet met God worstel, nu deze ramp heeft plaats gevonden. Ik zeg dat we God niet verantwoordelijk moeten stellen voor deze ramp. Drie bars boven elkaar met lage kerstversiering, met veel te veel jongeren in die ene kleine ruimte. Laten we eerst maar eens kijken waar we zelf tekort zijn geschoten voor we God de schuld geven van deze ramp.
De kerk is nog steeds in de kerstsfeer. Jeep Leeflang, een trouwe vrijwilliger, vraagt mij of de kerk nog in de kerstsfeer moet blijven. Ik besef dat er in Volendam niks meer van Kerstmis over is. Het is juist de kerstversiering die in 't Hemeltje voor de ellende van deze ramp heeft gezorgd. ,,Joop, vraag maar of ze de kerstversiering uit de kerk weghalen."
In Volendam is het gebruikelijk om de kerkklok om vier uur 's middags vijf minuten te laten luiden als iemand is overleden. Om vier uur luidt de klok. Nu geen vijf minuten, maar een kwartier lang. Overal in het dorp gaan de vlaggen halfstok. Opnieuw bezoek ik rouwende gezinnen. Bij de familie Koning is hun zoon Klaas overleden. Hij was een timmerman van 22 jaar die meerdere jongeren uit het vuur heeft geholpen en daarna zelf het slachtoffer is geworden. Het volgende bezoek is aan de familie van Nico Kwakman. Hij heeft vele getroffenen uit de bar weggedragen. Met het laatste slachtoffer in zijn armen zakte hij zelf in elkaar. Zijn moeder zegt: ,,Had hij maar minder liefde gehad. Dan hadden wij hem nog."
donderdag 4 januari
ik zeek in de liturgische handreikingen naar bijbelteksten en andere suggesties die ik veer de uitvaarten zou kunnen gebruiken. Helaas is er heel weinig te vinden dat gebruikt kan warden veer deze specifieke situatie. Vele gestorven jongens en meisjes waren leerling van het Don Boscecollege. Ik leg contact met de verschillende klassenleraren en bespreek de mogelijkheid om een eigen afscheidsgroet te laten maken. Ook de broers en zusters van de overleden jongeren zullen zorgen veer een persoonlijk woord. Elk slachtoffer is een andere jongen of een ander meisje, een eigen persoonlijkheid met een eigen levensverhaal.
vrijdag 5 januari
Het dorp neemt afscheid van Edward Jonk. Later vertellen Klaas en Lida, de ouders van Edward, wat zij in de rampnacht hebben meegemaakt. Na lang zoeken naar hun zoon kregen ze te horen dat er een paar jongeren waren gestorven en dat die voorlopig naar de Grote Kerk in Edam waren gebracht. ,,Twee agenten rijden voorop naar Edam", vertelden ze. ,,Bij aankomst blijkt dat de kerk gesloten is. Buiten moeten we in de vrieskou op de sleutel wachten. Die koude donkere kerk met die angstaanjagende sfeer zal ik nooit vergeten. Binnen zien we vanuit het portaal twee stretchers staan met daarboven een klein lampje. Aan de vorm van het lichaam ziet Lida meteen dat het Edward meet zijn. Ben agent komt naar veren en vraagt of wij willen kijken. Hij slaat het gordijn dat het hoofd van Edward bedekt terug en vraagt of dit onze zoon is. De wereld vergaat onder onze voeten. Ja, het is onze zoon."
Lida: ,,Ik ben bij hem neergeknield en heb hem gestreeld. Hij was zo lief. En toen moesten we weer weg. Na een minuut vonden de agenten het wel genoeg. Het gordijn werd weer over zijn gezicht gelegd. Het licht gaat uit en de kerk gaat weer op slot. En Edward bleef achter in die kille koude ruimte. We stonden weer buiten. Ik had zo graag bij hem willen blijven. We hebben Edward nooit meer gezien. Pas 's avonds kregen we hem thuis in een gesloten kist."
Als ik het verhaal hoor, wordt het me koud om het hart. Dit is toch geen opvang van ouders die hun overleden zoon na lang zoeken terugvinden! Waarom heeft de politie niet een van de pastoors gewaarschuwd om de ouders te begeleiden bij dit moeilijke moment?
Later die dag bel ik Jan Veerman, de uitbater van 't Hemettje. Morgen wordt zijn neef Klaas begraven. Hij heeft zich deze week op de achtergrond gehouden. Ik vraag hem hoe het gaat en hij vertelt mij dat hij bekend staat als een strenge kastelein. Het is een gebroken mens. De brand is ook voor hem een drama. Het is nu bij hem gebeurd, maar het had overal kunnen gebeuren. Ik vraag hem of het waar is dat de kerstversiering te laag hing. Hij vertelt me dat het zo at jaren werd opgehangen en niet alleen bij hem, maar bij vele horecabedrijven in Nederland. Tot slot nodig ik hem uit vooral naar de uitvaart te komen. ,,Je meet toch weer je plaats heroveren in de gemeenschap", voeg ik er nog aan toe. De schuldvraag speelt in die eerste tijd eigenlijk geen rol.
zaterdag 6 januari
Alle overleden jongeren worden bij elkaar begraven. Sommige mensen maken vandaag vier keer een afscheidsdienst mee. De vierde en laatste uitvaartdienst is voor Klaas Koning. Als ik het huis van de familie Koning binnenga, staat ook zijn oom Jan Veerman bij de baar. Ik ben blij dat hij is gekomen. Na deze begrafenis trek ik me terug in mijn eigen kamer. Alleen maar stilte, muziek en mezelf. In de stilte meet ik verwerken wat er deze week is gebeurd.
zondag 7 januari
Drie uitvaartdiensten. In de rouwstoet van Liesbeth Buys loopt ook haar paardje mee. Na afloop van de begrafenis loop ik nog een keer naar het kerkhof. De graven liggen bedolven ander een zee van bloemen. Mensen lopen in stilte af en aan.
maandag 8 januari
Ik kan mijn draai niet vinden. Ineens valt er een stilte in de pastorie na alle drukte van de afgelopen week. Ik zou de ziekenhuizen moeten gaan bezoeken, maar hoe moet ik dat doen? En met welk ziekenhuis meet ik beginnen? Ik heb nog steeds geen overzicht van alle jongeren die zijn opgenomen. Hoe zou het met hun ouders zijn?
dinsdag 9 januari
De Nederlandse consul in Brussel belt mij op. Hij heeft contact met de ouders van de jongeren die in Belgische ziekenhuizen liggen. De consul heeft me zondag bij de KRO op de tv gezien en vraagt me namens de ouders of ik de jongeren in België wit bezoeken. Hij biedt mij zijn chauffeur aan en nodigt me uit om na afloop bij hem het diner te gebruiken. Hij regelt ook de afspraken met de ziekenhuizen. Perfect! Wat een hartelijkheid en zorg.
woensdag 10 januari
Om vijf uur sta ik op. Rand de klok van negen uur naderen we Brussel. De ouders vertellen dat ze geen rust hebben. Als ze thuis zijn willen ze naar het ziekenhuis en als ze in het ziekenhuis zijn willen ze weer naar huis, want daar gaat het leven van het gezin ook weer door. In Antwerpen kunnen we vandaag niet terecht want minister-president Wim Kok bezoekt vandaag zijn Vlaamse collega en wit dat combineren met een bezoek aan de slachtoffers in Antwerpen.
donderdag 11 januari
De vermoeidheid slaat toe. Ik moet mij vandaag wat rustig houden. Toch ben ik niet geestelijk vermoeid. Ik merk dat ik juist veel energie heb gekregen. Wat mij van de bezoeken aan de Belgische ziekenhuizen vooral bij blijft is het beeld van at die jongeren in het wit gezwachteld. Alleen de ogen en de mond zijn zichtbaar. Ze liggen uitgestrekt en stil op hun bed, aan de beademing.
vrijdag 12 januari
Ik ben niet mezelf. Er hangt een onwerkelijke sfeer in het dorp vanwege de stille tocht die vanavond gelopen gaat warden. Die avond trekt de stoet door het dorp. Ik zie onder meer prins Willem-Alexander, minister-president Wim Kok, de vice-premiers Annemarie Jorritsma en Els Borst. Ook kardinaal Simonis arriveert met de beide Haarlemse bisschoppen Punt en Van Burgsteden. De kerkklokken luiden anderhalf uur lang. Je voelt hoe groot het medeleven is. In het stadion vraag ik de vele jongeren die zijn gekomen te klappen veer de patiënten in de ziekenhuizen, zodat ze kracht krijgen veer de tijd die gaat komen.
maandag 15 januari
De telefoon gaat voortdurend. Ook maak ik afspraken voor huisbezoeken. Uit de gesprekken blijkt steeds weer dat de woede en de frustratie groeiende is. Sommige jongeren zijn zo ernstig geschonden dat de vrees bestaat dat ze gehandicapt verder door het leven zullen gaan. Wie is hiervoor verantwoordelijk? De roep om antwoord op al deze vragen wordt steeds duidelijker gehoord. Een vader aan de telefoon. Zijn zoon is ernstig geschonden. De verwachting was dat hij zou sterven, maar toch is hij er doorheen gekomen. Hij heeft een vraag. ,,Heb ik er goed aan gedaan door hem te laten leven, als hij straks zo geschonden door het leven gaat?"
dinsdag 16 januari
Alles is anders geworden. Niets is meer gewoon, want elke dag is er nieuws ever de jongeren en elk gesprek gaat over de ramp. Om tien uur is er een uitvaartdienst van een mevrouw die tijdens de stille tocht is overleden. Als ik om vier uur door het dorp fiets, hoor ik de rouwklok luiden. Die middag is Peter Veerman gestorven, tijdens een operatie in Groningen. De hele familie zit in verslagenheid bij elkaar bij zijn grootmoeder. Ik ga er meteen heen. Wat een verdriet, wat een machteloosheid.
woensdag 17 januari
Met ouders naar het brandwondencentrum in Groningen. Het hoofd van de afdeling vertelt dat het ziekenhuis na de brand een oproep heeft gedaan aan oud-verpleegkundigen om zich te melden. Vele oud-medewerkers meldden zich om te helpen. Iedereen leeft mee met Volendam.
zaterdag 20 januari
Door Volendam gaat het verhaal dat men nu weet waarom Han Snel ze jong moest sterven. Han was van 1989 tot 1996 kapelaan in Volendam. Op een tragische wijze verongelukte hij op 37-jarige teeftijd teen hij met een groep jongelui terugkeerde uit Lourdes. ,,Han moest eerder gaan om de jongeren in de hemel op te vangen", zeggen ze nu in het dorp. ,,Hij heeft ze nu allemaal onder zijn hoede genomen."
maandag 22 januari
Vanochtend wordt Christin begraven. Voor de uitvaart heeft de familie muziek opgenomen waar ze van hield. Het laatste nummer is 'Dancing with the Devil'. Ze draaide het wel een paar keer per dag. Voor de afscheidsdienst begon vertelt iemand me dat het 'dansen met de duivel' er nogal heftig aan toe gaat. Ik ben blij met die informatie want ik ben niet zo vertrouwd met deze muziek. Voor het nummer in de kerk afgespeeld wordt, zeg ik: ,,In deze muziek horen we hoe in die vreselijke nacht 'I Hemeltje veranderde in een hel. Christin heeft toen gedanst met de duivel, maar nu danst ze met de engelen in Gods eeuwigheid."
donderdag 25 januari
In gesprekken met jongeren komen vragen naar boven over de zin van het leven, over sterven en leven na de dood. ,,Wat gebeurt er als je dood gaat en daarna? Waar zijn de dertien overleden jongeren nu? Kennen ze elkaar, zijn ze bij elkaar?" Om antwoord te geven, moet ik dicht bij hun beleving en bij mijn gevoel blijven. Je merkt dat ze ouder zijn geworden. Ze hebben hun jeugd overgeslagen en stellen nu de vragen van grote mensen.
December 2002
Pastoor Berkhout zit op zijn vertrouwde plek in de pastorie. Voor hem op tafel ligt het concept van zijn dagboek waaruit we bovenstaande passages haalden. Alles is klaar voor de drukkerij. Hij vertelt dat hij collega's in de zielzorg ermee wel helpen, voor het geval zij ook te maken krijgen met een ramp 'onder hun kudde'. ,,Elke ramp is anders, maar de chaos, de grootschaligheid en het verlies is overal hetzelfde. Elke pastoor en dominee zal op zoek gaan naar aanknopingspunten voor herdenkingsdiensten en uitvaartdiensten."
Zijn dagboek bevat een oproep om de geestelijke zorg op te nemen in rampenplannen. ,,In de nacht van de brand had ik de zoekende ouders op de dijk tot steun kunnen zijn. En hoe graag had ik de ouders van Edward Jonk willen begeleiden bij hun tocht naar de kerk in Edam! Als de politie me had gebeld, was ik erheen gegaan."
Het boek is af, maar.Berkbout beseft dat het verhaat ook na de laatste bladzijde verder is gegaan. ,,Alles is veranderd. Nog steeds roept de ramp en de nasleep heftige emoties op. Sommige slachtoffers hebben het moeilijk met het verwerkingsproces. Voor hen is het moeilijk te aanvaarden dat ze met een minder mooi uiterlijk verder moeten. Ze zijn niet alleen van buiten, maar ook van binnen geschonden. Nog steeds zijn er jongeren die het moeilijk vinden om in de spiegel te kijken. Anderen proberen het te accepteren. Sommigen hebben verkering met elkaar gekregen. Van de jongeren die aan de brand zijn ontsnapt hoor je weinig. Maar er zijn jongelui bij die in stilte met een groot schuldgevoel worstelen,"
,,Voor de families en de vrienden van de overleden slachtoffers is dit een heel moeilijke week. Ze zeggen wel dat de tijd alle wonden heelt, maar wat is tijd? Je kunt alleen samen verder als je de confrontatie met het verdriet aangaat. Daarom houden we de komende dagen weer herdenkingen. We zetten de portretten van de overleden jongeren weer op het altaar en hun graf komt letterlijk in het licht te slaan. Als eerbetoon en troost. En als erkenning van het leed. Maar ook als lesstof veer de mensen die verantwoordelijk waren." Op oudejaarsavond is het open huis in de pastorie. Voor wie praten wit. De tijd dat Berkhout na middernacht alleen met zichzelf proostte, ligt ver achter hem. Hij zei het al: ,,Alles is veranderd."
Het 'Dagboek van ecu Volendammer pastoor' verschijnt in maart 2003 bij uitgeverij Kok in Kampen ISBN: 9043506826.De opbrengst gaat naar het Lourdes fonds van Volendam waaruit Lourdes reizen voor brandslachtoffers en hun familie worden bekostigd.