'Je houdt je groot. Dat is best moeilijk'
'Je houdt je groot. Dat is best moeilijk'
door Hélène Butijn
Het is vannacht twee jaar geleden dat de ramp in het Volendamse café De Hemel zich voltrok. Veertien jongeren overleden, ruim tweehonderd raakten (zwaar) gewond. De verminkte jongeren van Volendam waren vaak in het nieuws: hun revalidatie, hun aangepaste toekomstdromen, hun wil om weer uit te gaan en zo 'gewoon' mogelijk te leven. Maar ook voor hun ouders is veel veranderd. Zij moeten verder binnen een gezin dat nooit meer wordt zoals het was.
Afgelopen mei vierden Klaas (48) en Griet (45) Leeflang-Kes hun 25-jarig huwelijk. Een half jaar 'te laat', want eind 2001, op hun eigenlijke trouwdatum, hadden ze wel wat anders aan hun hoofd. Hun twee zoons, Frank en Neal, zijn bij de cafébrand zwaargewond geraakt. Klaas: ,,Mijn vrouw had er nu ook eigenlijk nog weinig zin in. Maar de jongens wilden het zo graag, vandaar. Ik was die dag zo nerveus, dat ik 's ochtends met de auto een eind door Volendam ben gaan rijden. Maar het werd een schitterend feest. Je moet ook een keer de andere kant van de plaat durven bekijken.''
Het is vlak voor kerst. Aan de deur hangt een dennenkrans, onder de televisie staat een kleurige kerststal. Op de lokale tv-zender flikkert een foto van een sportteam met kerstmutsen op, daarna één van een lachend gezin rond een kerstboom: Volendam wenst elkaar goede dagen. De kapper belt aan om Griets haar voor de kerst in orde te brengen. Klaas zit aan de eettafel. Tijdens het gesprek kijkt hij regelmatig omhoog, naar de muur voor hem. Schuin van beneden kijken twee stoere jongens hem vanaf een foto aan, de één nonchalant met zijn armen over elkaar. Het portret dateert van begin december 2000. ,,Een Sinterklaas-wens van mijn vrouw.'' Hij zwijgt. ,,Daar heeft Neal zijn vingers nog.''
Klaas en Griet wonen hun hele leven in Volendam en stammen uit Volendamse families. Ze leerden elkaar -geheel volgens de traditie- kennen op de dijk. Hij kwam altijd in café 't Gat van Nederland, zij met haar vriendinnen in de Wirwarbar. Ze trouwden, waren nauwelijks in de twintig. Klaas is heftruckchauffeur, zijn vrouw is huisvrouw. Frank was zestien, toen de ramp in bar De Hemel zich voltrok, Neal negentien. Een leeftijd waarop ze zich net wat losmaakten van hun ouders. Frank volgde een opleiding voor schilder, Neal was sinds zijn vijftiende timmerman. ,,We hadden een gewoon gezin, we dachten: dit loopt allemaal. Maar het overkomt je, daar is niets aan te doen. We hadden twee gezonde jongens en binnen een half uur heb je er een stuk ellende bij waar je gek van wordt.''
Na de brand in De Hemel, waarbij Neal's beste vriend Nico Kwakman om het leven kwam, werd Frank opgenomen in het AMC. Neal kwam in het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis terecht, en twee dagen later een ziekenhuis in België. Wekenlang logeerden hun ouders in Luik, terwijl Klaas om de dag naar Amsterdam reed om Frank in het AMC te bezoeken. Een paar keer dacht Klaas: ,,Nu hebben we een dooie.'' Toen Frank's longen onder de ogen van zijn ouders inklapten en hij blauw aanliep. Toen Neal zo verzwakt raakte, dat de artsen hem opgaven. ,,Ik was op weg naar België. Op mijn aandringen hebben ze de stekker er nog even ingehouden. Dankzij de hulp van een vloeiend Frans sprekende AMC-arts is hij gered. Ik vergeet het nooit meer. We reden bij Den Bosch toen ik dat hoorde. We hebben van opluchting tot aan Maastricht gelachen.''
De eerste drie weken sliep Klaas in totaal acht uur. Hij at zelden. Het blijft onbegrijpelijk dat ze het hebben volgehouden. ,,Fanatiek katholiek zijn we niet. 'Zéker weten dat er een God bestaat', zeggen mijn vrouw en ik nu vaak tegen elkaar. Dat staat als een dijk boven water. Anders hadden we dit nooit gered.'' Tegen alle verwachtingen in, overleefden hun zoons. Frank kwam half februari 2001 weer 'boven water', zoals zijn vader zegt. Zijn gezicht is ongeschonden, maar schouders, billen en rug zijn verbrand. Neal kwam pas drie weken daarna uit coma. Alle tien zijn vingers zijn geamputeerd, zijn oren zijn weg en hij heeft overal brandwonden.
De terugkeer naar Nederland werd een grote teleurstelling. Nederlandse ziekenhuizen weigerden de jongens, omdat ze in België de ziekenhuisbacterie MRSA hadden opgelopen. Uit nood verbleef Neal eerst thuis, later overnachtte hij in Van der Valk-motel Katwoude en tenslotte toch in het speciale revalidatiecentrum bij Beverwijk: Heliomare. Na een operatie werd Neal in Beverwijk ondergebracht in 'afgekeurde containers'. ,,Varkenshokken. Alles was vies en stoffig. De mieren liepen over de grond.''
Klaas verdronk bijkans in de bureaucratie. ,,Overal moesten we zelf achteraan. Dat had ik nooit verwacht.'' Hij is vooral woedend op voormalig minister Borst van Volksgezondheid. ,,Wij werden in België compleet vergeten. Ze hadden ons daar moeten begeleiden. Het voelde alsof VWS er op rekende dat van de zestien jongeren in het buitenland er vier zouden terugkomen. De rest was bedoeld voor de pastoor zijn tuin. Dat liep gelukkig anders. Pas toen we weer in Nederland waren, nam mevrouw Huisman, destijds de rechterhand van Borst, een wensenlijst op. Nooit meer iets van gehoord. Ook de inspectie in Haarlem heeft nooit op brieven geantwoord. Ze vinden ons gewoon piepeltjes.''
En café-eigenaar Jan Veerman? Nog steeds loopt het strafrechtelijk onderzoek naar de brand, evenals verschillende civiele procedures. Veerman wil zijn Wirwarbar, onder café De Hemel, weer openen. Klaas: ,,Dat gasten weer met hun handen in de lucht staan te zwaaien onder de plaats waar alles is gebeurd. Daar moet ik niet aan denken. Het is beschamend dat Jan Veerman daar juist in deze tijd weer over begint.''
Frank en Neal wonen inmiddels weer bij hun ouders. Het huis is aangepast. Omdat Neal geen sleutel meer kan omdraaien, gaat de voordeur met een toegangspas open. De bovenverdieping is verbouwd om ruimte te maken voor een aangepast bed. Het timmergereedschap van Neal staat op de vliering. Hij is volledig afgekeurd. Twee dagen per week heeft hij arbeidstherapie bij een Volendams bouwbedrijf. ,,Zodat hij onder het volk zit en weer het idee krijgt dat hij er bij hoort. Dat gaan we in de toekomst rustig uitbouwen.'' Frank heeft het als schilder erg naar zijn zin op zijn werk. ,,Hij maakt soms weer een grapje. Dat geeft ons het gevoel dat het weer de goede kant op gaat.''
De verhoudingen binnen het gezin zijn veranderd. Klaas: ,,Hier in huis gaat veel aandacht naar Neal. Maar Frank is er net zo goed. Soms geeft hij gelukkig zelf aan dat het niet meer klopt. We moeten daar als ouders goed op letten.'' Wij mogen huilen wat we willen, hebben Klaas en Griet met elkaar afgesproken. ,,Maar niet waar de jongens bij zijn.'' Griet: ,,Je houdt je groot voor hen. Dat is soms best moeilijk.'' Klaas: ,,We proberen ons te herinneren hoe het vorig jaar rond deze tijd met ons allemaal ging. Dan zie je wel weer vooruitgang.'' Als Klaas het even niet meer redt, speelt hij op de computer een spelletje patience. Griet wil helemaal zo min mogelijk over de brand nadenken. ,,Werken. Dat is de enige oplossing.'' Naast het huishouden en de bijzondere zorg voor haar zoons, doet ze vrijwilligerswerk in een bejaardenhuis. ,,En twee keer per week maak ik bij mensen schoon. Dat is ook heel prettig. Kan ik daar even praten.'' Ze haakte af bij de speciale gespreksgroep voor moeders van ernstig gewonde slachtoffers. ,,Er kwamen nieuwe moeders bij. En al die verhalen weer opnieuw moeten horen, nee.''
Op verjaardagen gaat het altijd wel over de brand. ,,Dan denk je weleens: 'Jongens, nu effe niet'.'' Klaas dringt er bij de gemeente op aan om 32 nu zwaargehandicapte jongeren met voorrang een huis te laten kopen in de geplande nieuwe woonwijk. In Volendam, vanwege de woningnood, een gevoelig punt. ,,Het wordt me niet altijd in dank afgenomen. Er is jaloezie. Op een verjaardag zei iemand: 'ze moesten ze allemaal in zo'n complex stoppen'. Maar het is juist belangrijk dat deze jongens verspreid door een wijk wonen. Mensen die zoiets zeggen, begrijpen ons niet. Bij hen thuis is het allemaal rozengeur en manenschijn, zoals het vroeger bij ons ook was. Maar ze mogen nu best eens een weekje met mijn vrouw meelopen bij de verzorging: kleren helpen aandoen, sokken, knopen losmaken, haren kammen. Thuiszorg heeft bij ons geen zin: er is echt áltijd hulp nodig, niet even een uurtje.''
Klaas en Griet willen hun zoons de ruimte geven. ,,Neal is tenslotte al eenentwintig.'' Ze hebben hem zover gekregen dat hij -in de nu aangepaste- auto rijdt. En eigenlijk moet hij de pedicure vragen zijn teennagels te knippen, vindt Griet. ,,Hij zegt: 'mijn moeder doet het wel'. Maar ik ben er natuurlijk ook niet eeuwig.'' Toch is hen loslaten soms lastig. Klaas: ,,Ik ben er om dingen te regelen, voor hen op te komen.'' Bij hulpinstantie Het Anker moesten hun zoons destijds via de achterdeur naar binnen. ,,Omdat ze MRSA hadden. Zo erg was het. In een gemeenschap als Volendam word je dan met de vinger nagewezen: 'Kijk, die zijn besmet'. Het was vernederend. Maar nadat ik daar eens even flink tekeer ben gegaan, mochten ze weer door de voordeur naar binnen.''
Veel heeft het gezin aan de hulp van pastoor Berkhout. En aan hun eigen huisarts Kwakman, die de jongens al sinds hun geboorte kent. Ook van zijn werkgever krijgt Klaas alle steun. ,,Echt top.'' De interesse van oud-internationals als de Volendammer Gerry Mühren voor Neal en Frank -beiden voetbalfanaten- doet hun ouders goed. De jongens gaan weer met vrienden naar de kroeg, gaan op vakantie. Klaas: ,,En wij? Die kalender blijft elke week vol staan, dat is het drama. Ik wil nergens heen. Ik wil alleen rust. Ik hoop alleen nog dat vandaag of morgen dat boek van instanties en juridisch gedoe eindelijk dicht kan.''