Nieuwjaarsbrand toch één lichtpuntje opgeleverd: „Volendam is warmer geworden” (met foto's)
Nieuwjaarsbrand heeft ondanks dood en verdriet toch één lichtpuntje opgeleverd: „Volendam is warmer geworden”
door MARJOLEIN SCHIPPER
Was alles maar weer normaal. Het is een gedachte die de afgelopen twee jaar duizenden keren door Volendamse hoofden is geschoten. En het is de titel van een boek dat begin december uitkwam. Over het leven na de nieuwjaarsbrand in Volendam. Over de soms chaotische drukte in het eerste jaar, de confrontatie met de harde realiteit van blijvende littekens in het tweede jaar. Maar ook: „Volendam is warmer geworden. Wie sloeg er vroeger zomaar een arm om een ander heen?”
Het is twee jaar geleden. Twéé jaar. Maar moeders Paula Groot en Anja Jonk zitten nog boordevol met verhalen over en van na de brand. Geen wonder, want beiden leven dagelijks met de gevolgen. Paula´s zoon is voor vijftien procent derdegraads verbrand, Anja heeft twee zonen die zware verwondingen opliepen in café De Hemel. „Er is zó ontzettend veel gebeurd in die twee jaar. Maar toch lijkt het gisteren dat ik daar midden in de nacht op de dijk stond”, zegt Anja Jonk.
Beiden verleenden hun medewerking aan het boek ´Was alles maar weer normaal. Over leven na de brand in Volendam´. een recente uitgave van het Instituut voor Psychotrauma. Een boek waarin persoonlijke ervaringen van getroffenen, ouders en hulpverleners centraal staan. Door de brand zijn veertien jongeren overleden en hebben honderddrieënzeventig jongeren in het ziekenhuis gelegen. Tachtig van hen werden opgenomen op de intensive care. „Je ervaringen vertellen helpt met de ordening van de gebeurtenissen en dus met het verwerken”, weet drs. Marieke Janssen, die het boek samen met dr. Peter van der Velden en prof. dr. Rolf Kleber samenstelde.
„Net als dingen opschrijven. Het lezen van dit boek zal vervolgens voor veel Volendammers herkenning brengen, hoewel wat in de verhalen naar voren komt natuurlijk niet voor iedereen geldt. Toch zullen er genoeg mensen zijn die denken: hé, dat heb ik ook´ En daardoor voel je je weer minder alleen. In het tweede deel van het boek staat informatie over het verloop van brandwonden en het verloop van stressreacties na een schokkende gebeurtenis. Door hierover te lezen weetje dat de meeste reacties erbij kunnen horen. Deze informatie maakt de ervaringen ´normaal´.”
„In het begin dacht ik: die brandwonden trekken wel weg”
Lotgenotencontact is belangrijk. Zo zijn bijvoorbeeld de koffieochtenden voor moeders (sinds kort zijn er ook bijeenkomsten voor vaders) een groot succes. Georganiseerd door advies- en informatiecentrum Het Anker, hét coördinatiepunt in Volendam voor alles wat met de brand te maken heeft. „We springen tijdens die ochtenden met z´n allen van de hak op de tak”, moet Paula Groot lachen.
„Het gaat van verhalen net na de brand naar wondverzorging, van plastische operaties naar hoe het thuis gaat. Vooral de zonen mogen dan bij hun vrienden allemaal wel groot en mansig zijn, eenmaal thuis komt er toch van alles uit. De één praat erover en de ander springt opeens uit zijn vel over kleine dingen als schoenen die niet goed zijn of het eten dat niet klaar is. Wat dat betreft speelt zich nu in veel Volendamse gezinnen heel wat af. Een buitenstaander denkt: zo, die hebben het weer op de rails. Maar binnen is er nog van alles aan de hand.”
Teleurstellingen
Allebei zijn ze het erover eens dat het eerste jaar vooral in het teken stond van bezig zijn. Anja Jonk: „Met het ziekenhuis, met de verzorging, thuis komen, naar de poli gaan. Pas in het tweede jaar krijg je tijd om na te denken. En dat is ook het jaar waarin je te maken krijgt met teleurstellingen. Hersteloperaties die niet lukken bijvoorbeeld. Mijn zoon is aan zijn wang geopereerd en dat is niet goed gegaan. Dat is dan een enorme tegenvaller.”
Er wordt veel gepraat en weer een arm om iemand heen geslagen
Dat is ook de ervaring van Jaap Zwarthoed (18), student HTS Bouwkunde. Hoewel hij geen hersteloperaties hoeft te ondergaan („Misschien nogeen keer aan mijn oren, maar ik heb er nu nog geen zin in”) weet hij wat het is om je verwachtingen te moeten bijstellen. Ruim drie maanden lag hij met brandwonden aan onder andere armen, gezicht en oren in het ziekenhuis. „In het eerste begin dacht ik: nou, die brandwonden trekken straks weer weg en dan is alles weer normaal. Ik wist er gewoon niet zoveel van af. Vrienden die op bezoek kwamen riepen dat ook: joh, straks lopen we weer te voetballen. Pas na een tijdje kreeg ik door dat ik er blijvende littekens aan over zou houden.”
„Daarna was het: als ik het ziekenhuis maar uit ben´ Dat eerste weekend was heerlijk, een bevrijding. Uit met vrienden, zondag voetbal kijken en maandag ben ik gelijk weer naar school gegaan. M´n moeder was nogal verbaasd maar ik wilde zó graag alles weer normaal doen. Ik zat toen in die begintijd ook helemaal niet met mijn uiterlijk. Haha, ik was daar vlak voor de ramp meer mee bezig dan vlak erna´ Ging ik met vrienden uit en liep ik met zo´n piratenhoofd doekje op om open wondjes te bedekken, kon me niks schelen. Dat kwam pas later.”
„Want nu zit ik toch wel vaak na te denken over alles. Ik heb ook moeite met concentreren. Als ik zit te studeren, in een stille ruimte, dan kan ik het haast niet voorkomen dat ik aan andere dingen ga zitten denken. Aan stukjes herinnering van die avond die ik ben kwijt geraakt. Zo weet ik niet precies hóe ik verbrand ben geraakt. Of; was ik maar met mijn maatjes meegegaan. Die zaten in de pizzeria. Als ik dat had gedaan dan... Heb je niks aan, zo´n gedachte.” „Je zit ook met: hoe zien mensen mij? Hier op Volendam behandelen ze je alsof je normaal bent. Maar ik studeer nu in Amsterdam en dan weet je dat mensen naar je kijken. Dat vind ik ook niet erg hoor, het is een logische reactie, maar je bent je er wel van bewust. Of ik denk: stel dat ik bij de marine zou willen. Zou ik dan worden afgekeurd?”
„Het vervelendste is dat je niet weet waar je aan toe bent. Zullen bepaalde littekens nog wegtrekken? Wordt mijn concentratie beter? Het zijn pieken en dalen. Er zijn ook weer tijden dat ik ontzettend blij ben dat ik al mijn vingers nog heb én dat ik ze ook nog goed kan gebruiken. Ik voel me ook veel zelfverzekerder als ik complimenten krijg: dat mijn gezicht is verbeterd. Ik stond laatst in een café met mensen van buiten Volendam te praten. We kregen het over de ramp en ze hadden niet eens gezien dat ik verbrand was. Dat is dan weer een opsteker.”
Café De Hemel, twee jaar geleden. Veertien jongeren verloren het leven bij de brand, die uitbrak nadat kerstversiering vlam vatte. Hulpverleners (foto linksboven) brachten 173 mensen naar het ziekenhuis. Foto: Richard Mouw

Jaap Zwarthoed: ”Pas na een tijdje kreeg ik door dat ik er blijvende littekens aan over zou houden." Foto: Glenn Wassenbergh

Drs. Marieke Jans sen: ”Dit boek zal voor veel Volendammers herkenning brengen. En daardoor voel je je weer minder alleen." Foto: Gerard Damoisaux
„Ik praat er wel veel over ja. Voor mij helpt het, anderen vinden dat weer niks. Ik ken ook mensen die er niks over willen zeggen, helemaal niks. Dat is voor hen weer de beste manier.”
Herbeleven
Maar eigenlijk ligt de snelste weg naar psychisch herstel juist in het midden, weet Marieke Janssen: „ Verwerken doe je door herbeleven én door vermijden. Herbeleven door veel over het gebeurde te praten, maar ook bijvoorbeeld door dromen of beelden van toen zien. Aan de andere kant is er het vermijdingsgedrag. Alles opzijschuiven, nergens van willen weten, hoewel je toch last hebt van angst, verdriet en lusteloosheid. Snel weer gaan werken. Ken combinatie van beide kan helpen je sneller op de been te krijgen.”
Bij Paula thuis kunnen ze er best wel met elkaar over pra ten; alleen haar man is wat stiller. Maar, grapt ze zelf: „Dat maak ik in mijn eentje wel goed´”Haar zoon is één van degenen die zijn toekomstbeeld zal moeten bijstellen: „Hij wilde timmerman worden. Het is hierop Volendam zo: je gaat in de bouw of je gaat naar de fabriek. Nou is hij bezig met zijn timmerdiploma te halen. Maar hij kan eigenlijk zijn vingers niet meer goed gebruiken, en ja, dat is toch onhandig voor een timmerman. Nu, met die kou, heeft hij buiten ook zo´n last. Die verbrande huid kan de kou gewoon niet goed verdragen.”
„Hij denkt nu aan omscholing. Daar heeft hij zelf niet eens zoveel problemen mee hoor. Maar mijn man, die vindt het zo jammer. Die wil er eigenlijk nog niet aan. Hij zit als tegelzetter zelf in de bouw snap je. Als moeder ben je daar toch een stuk gemakkelijker in. Mannen maken meer overal een probleem van. ia echt!”
„Het is de hele tijd afwachten en bijstellen”, vult Anja Jonk aan. „Qua herstel, qua werk, qua school, En je weet niet wat de toekomst brengt. De laatste tijd doen er weer allemaal verhalen de ronde dat je wat kunt overhouden van giftige dampen die ze hebben ingeademd. Niet dat ik me er nou direct zorgen over ga maken, maar het zit toch in je achterhoofd.”
Allebei zijn ze uitermate tevreden over alles wat er de afgelopen twee jaar voor de slachtoffers en hun families is georganiseerd. „Ik voel me er soms bij na schuldig over”, zegt Paula Groot. „Als iemand in ons gezin hulp nodig heeft, een psycholoog of een therapeut of wat dan ook, hoef ik maar één telefoontje te plegen. Ouders van een gehandicapt kind moeten overal zélf achteraan.
Echt, er wordt van alles voor ons gedaan, kinderen kunnen met wintersport, er zijn bijeenkomsten voor opa´s en oma´s, en petje af voor alle vrijwilligers.” „Maar ook onderling. De maanden na de brand zaten we natuurlijk vaak in het ziekenhuis. Buren, vrienden en familie stonden klaar, kwamen een pannetje macaroni of soep brengen voor de andere kinderen. Dat heb ik ontzettend gewaardeerd.”
Wat dat betreft ziet ze ook een groot voordeel: „Volendam is een veel warmer dorp geworden. Want het was koud, echt waar´ Even iemand over z´n arm strijken of een hand op een schouder leggen, dat deed je niet. Je raakte elkaar niet aan. Nu heb je een heel andere band met mensen.” Anja Jonk: „Met de ouders van de vrienden van mijn zoons bijvoorbeeld. Als je samen in een ziekenhuis hebt gezeten en al die ellende om je kinderen hebt meegemaakt, kun je niet meer afstandelijk zijn.”
Maar één ding geeft Paula Groot de grootste kracht; „Ik heb m´n zoon nog. Daar ben ik zo dankbaar voor. Dat maakt het allemaal anders. Laatst was ik op een begrafenis en dacht: zo hadden wij ook kunnen staan, met zo´n kist. Die gedachte, dat geeft je de kracht om alles aan te kunnen. Heel vaak, als ik ´m zo aan zie komen, dan móet ik ´m knuffelen. Jongen, ik heb je nog.”
Het boek is voor getroffenen en betrokkenen bij de brand gratis op te halen bij AIC het Anker in Volendam.