Naar de inhoud

Pastoor van der Hulst: Zonder mensen heb ik geen leven

Bron: NHD

Pastoor van der Hulst: Zonder mensen heb ik geen leven
Het was een wijs besluit van de melkboer om priester te worden. Een halve eeuw Iater ziet Henk van der Hulst die zekerheid nog steeds als een van de weinige rijkdommen in dit aardse bestaan. Zijn tijd en energie spendeert hij vrijwel uitsluitend aan 14.000 parochianen in Volendam. Dat leverde de pastoor, 76 inmiddels, in juni een koninklijke onderscheiding op.

Dit is hem dan. Het lintje zit opgeborgen in een keurige foudraal. Gedragen? Misschien één of twee keer, denkt pastoor Van der Huist. Hij hecht niet aan decorum. En zo vereerd als hij was met zijn onderscheiding, uiteindelijk draait het allemaal niet om hem. Toen een zakenman hem laatst eens drie minuten respijt gaf om de zin van het leven in woorden te vangen, had hij aan ‘zelfverlies’ genoeg. ,,Ik mag dan misschien voor andere mensen iets betekenen, maar ik verbeeld mezelf niks. Alles wat gebeurt, gebeurt ondanks mij.” Aimabele man, formidabele werklust. Zes dagen in de week werkt hij nog, soms zeven. Hij is de enige pastoor in de parochie Heilige Maria Sterre der Zee; er zijn wel weekenden bij dat hij in vijf vieringen voorgaat. Doordeweeks zijn er de extra vieringen, begrafenissen, bruiloften, doopsels, ziekenbezoekjes en visites aan zeven Volendamse scholen. Alleen op dinsdag is hij vrij. Dan gaat pastoor meestal terug naar Amsterdam, waar ooit een toekomst voor hem gloorde als melkboer. Hij mag er tegenwoordig graag winkeltjes afstruinen. Vaak neemt hij ook een stapeltje lectuur mee en parkeert hij zichzelf ergens achter een bak koffie, op het Leidseplein of zo. Dan leest hij de tijd weg. Of hij loopt even langs Van Dobben voor een broodje halfom. ‘s Avonds geniet hij graag de dis in de Oesterbar. Daarna komt hij weer ontspannen thuis. ,,Dan is het hier weer als nieuw” Amsterdam, die grote stad. Hij werkte er samen met zijn broer ze hadden wel vijf melkwijken, die ze nog met paard en wagen bedienden. Leerde er kostbare lessen in dienstbaarheid. Zeven vakdiploma’s had hij, maar juist toen hij voor zichzelf wilde beginnen, ging het leven met zijn idealen aan de haal. Als melkboer fungeerde hij al regelmatig als onbezoldigd intermediair tussen zijn katholieke klanten en de kerk, die zich naar zijn idee teveel in de pastorie verschanste. Prompt bracht de voorzienigheid hem in contact met een kapelaan die hem recht op de man af vroeg of hij wel eens had overwogen priester te worden. ,,Dat voelde als een inbreuk op het grootste geheim dat ik bij me droeg. Vanaf die dag had ik geen rust meer.”

Er bleek een speciale opleiding te bestaan voor aspirant-priesters die laat tot het geloof geroepen werden. Zijn broer, de melkboer, vond het maar een mal idee, die rigoureuze ommezwaai. De bisschop zond hem uiteindelijk naar Volendam. We schrijven 1964. Een halve eeuw nadien is hij met het vissersdorp vergroeid. Generaties heeft hij geboren zien worden, getrouwd, kinderen zien krijgen en ten grave gedragen. Hij heeft zijn leven in dienst gesteld van de Volendammer gemeenschap. Een oud-parochiaan, verhuisd naar Leerdam, zorgde ervoor dat zijn portret sinds kort prijkt op een KRO-aftiche met ‘helden’. ‘Hans van der Huist, herder op de achtergrond’, staat er onder zijn beeltenis. ,,Ik wil vooral dienstbaar zijn. Er zijn collega’s die menen te weten waaraan de gewone man moet beantwoorden. Zelf geef ik er de voorkeur aan om naast de mensen in de parochie te gaan staan, en samen met ze op te trekken. De gewone man heeft geen theologie gestudeerd, dus hoefje toch ook niet meteen met theologie aan te komen? Ik ga liever met ze op pad, ik wil er voor ze zijn. Waar de mens is, daar wil ik zijn. Daar moet ik beginnen.”

Zijn ervaring als melkboer kwam hem van pas. Ook een goede melkboer luistert naar zijn klanten, leeft voor zijn klanten. Ook na sluitingstijd, als het moet. Anders gaat het niet goed met de zaak. En omdat hij aan alle deuren kwam, leerde hij omgaan met mensen van alle rangen en standen. Bovendien was de jonge Henk ook maar een jongen van vlees en bloed, die van tijd tot tijd verliefd kon worden, en zelfs op dansles heeft gezeten. Een gezin heeft er uiteindelijk niet ingezeten, maar dat is voor achteraf voor Van der Hulst geen kwestie: ,,Het priesterschap en een huwelijk, dat kan niet. Dan loop je het risico dat je het priesterschap als een Ambt gaat vervullen, terwijl ik me nu helemaal aan de mensen kan wijden. Daar leef ik van, en ik wil niet anders. Dit werk is alles voor me zonder mensen heb ik geen leven.”

Volendam kerfde bijzondere herinneringen in de tijd. Hij liet de jongens van BZN optreden in zijn kerk toen ze nog luidruchtige muziek maakten, en suggereerde ze om eens wat melodieuzers te proberen en er een vrouwelijke stem bij te zoeken. Manager Dick de Boer heeft wel eens geroepen dat meneer pastoor eigenlijk ‘de schuld’ is van het grote succes. En er was natuurlijk de tragiek van de brand in ‘t Hemeltje. Hij vertelt hoe hij een jaar of twaalf geleden een keer in het rampcafé kwam en er zich toen al zo onveilig voelde, dat hij zich voornam er nooit meer een stap binnen te zetten. Veel van de slachtoffers
heeft hij zelf nog gedoopt, evenals hun ouders. Bij zijn huisbezoeken wordt hij nog steeds met de tragiek geconfronteerd. Het klinkt even dramatisch als oprecht als hij zegt: ,,Het is alsof het je eigen kinderen zijn.” Wat moet hij nog? Doorwerken. Zo lang de almachtige bet hem vergunt. Voorzichtiger omspringen met de energie is op deze leeftijd wellicht geboden, maar stoppen is geen optie. Pastoor wil 100 worden. Als je aandachtig bent, kunnen er wonderen gebeuren in je leven, zegt hij. En verder is hij ook maar ‘een gewone jongen’. “Onze Lieve Heer werkt met gewone middelen. Ik ben echt niet zo geweldig.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.