Naar de inhoud

Moeders helpen na de caféramp

Bron: Parool

Moeders helpen na de caféramp
door HANNEKE DE WIT

In de nieuwjaarsnacht twee jaar geleden woedde een korte, felle brand in café De Hemel in Volendam. Acht jongeren kwamen om. Later overleden nog zes zwaargewonden. Geertje Schokker begeleidt hun moeders. 'Nieuwjaarsdag 2001 was de zwaarste dag van mijn leven.'  'Ze vinden steun bij elkaar. De moeder van een overledene vertelde dat ze het zo erg vindt dat de mensen tegenwoordig, twee jaar na de brand, niet meer aan haar vragen hoe het met haar gaat,'' zegt Geertje Schokker. ''Een andere moeder zei toen dat ze niets meer verwacht van de mensen. Dan kon ze ook niet gekwetst worden. Dat was voor die eerste moeder een goed advies.''

Geertje Schokker-Veerman (37) begeleidt sinds februari 2001 de moeders van de veertien jongeren die om het leven kwamen tijdens en na de brand, in nieuwjaarsnacht, in café De Hemel in Volendam. Ze komen, op één moeder na, eens in de maand bij elkaar. ''Het is in die twee jaar een zeer hechte groep geworden.''  Geertje is getrouwd met begrafenisondernemer Johan Schokker. Veertien was ze en hij negentien toen ze verkering kregen. Ze vond dat hij maar een eng vak had - omgaan met doden. ''Verschrikkelijk, zei ik, dat je dat durft.'' Toch, later hielp ze Johan soms, wanneer de nood aan de man was, met het afleggen van een dode. ''Met lood in de schoenen.''

De dag na de brand in De Hemel had Johan haar meer nodig dan ooit. Behalve tientallen gewonden lagen ook acht overleden Volendamse jongeren in diverse ziekenhuizen. ''Samen met Jan Veerman, Jaap Veerman en Mary Tol, onze aflegster, moesten wij de lichamen ophalen. Dat was verschrikkelijk. God, heb ik onderweg gebeden, áls je er bent, dan zul je me nu moeten steunen.''  Ze krijgt tranen in haar ogen. ''Ongelooflijk wat je in de ziekenhuizen aantrof. Op een brancard lagen, naast een dode, vier schoenen. Zo groot was de chaos. Haren zaten vol kersttakjes. Wij moesten beslissen wie van de acht doden konden worden opgebaard. Dat was voor slechts twee overledenen mogelijk; de anderen waren er te slecht aan toe.''

Schokker vertelt dat de ouders van een van doden die niet konden worden opgebaard, per se zelf wilden komen kijken. ''Dat je daar dan bij staat, dat je voelt wat door die ouders heen moet gaan, dat is niet te beschrijven.''  Samen met Mary Tol heeft Geertje Schokker de overledenen afgelegd.  ''Met zijn allen hebben we daarna, nog diezelfde nieuwjaarsdag, de lichamen naar de huizen gebracht, waar de ouders intussen rouwkamers hadden ingericht. Was je naar de ene familie geweest, had je daar dat vreselijke verdriet gezien, dan moest je weer door, naar de volgende. Intussen moest ik ook nog in de gaten houden hoe het met onze eigen drie kinderen ging.''  Die eerste januari 2001 was de zwaarste dag in haar leven. ''In de gespreksgroep met de moeders hebben we maandenlang over de rampnacht gepraat. Hoe het precies was gegaan, de drama's van kinderen die de hele avond in Jozef, het verenigingsgebouw, hadden gezeten en net tien minuten in De Hemel waren toen de brand uitbrak. Dat steeds maar weer praten over die nacht heeft ook mij geholpen de ramp te verwerken.''

De gespreksgroep werd het eerste driekwart van dit jaar begeleid door psychotherapeute Zosia Dovobrovski. ''We hebben veel steun aan haar gehad,'' zegt Schokker. ''Zo was er een moeder die zich schuldig voelde tegenover haar overleden kind als ze eindelijk weer eens een klein beetje blij kon zijn. De therapeute leerde haar dat dat niet hoeft, dat het leven verdergaat. Het verdriet zal blijven, maar het wordt met het verstrijken van de tijd dragelijker.''  De veelgeroemde Volendamse saamhorigheid biedt getroffenen steun, maar heeft ook een keerzijde. ''Sommige mensen verbeelden zich dat zij de enige zijn die de slachtoffers helpen. Daarom wil ik benadrukken dat wij als team hebben gewerkt,'' aldus Schokker.  Voor dat team was er niet veel steun na de brand. ''Iedereen kreeg nazorg, de brandweer, de hulpverleners. Wij niet. Omgaan met doden was toch ons beroep, werd gedacht, alsof voor ons deze situatie niet ook heel bijzonder was.'' Zelf wordt Geertje Schokker nu geholpen door de psychotherapeute.

December en januari zijn zware maanden, maar gedurende de rest van het jaar ziet Geertje Schokker 'lichtpuntjes' bij de moeders. ''Ze hervinden de kracht om weer wat positiever in het leven te staan. Ja, ook ik heb geleerd van de ramp. Ik ben me meer bewust van wat ik heb, ben daar tevreden mee. En ik probeer me niet druk te maken over onbelangrijke zaken.''  ''Het is nu twee jaar geleden, dat de brand uitbrak, maar het voelt alsof het gisteren gebeurde,'' zegt Schokker. Ze vertelt dat de begraafplaats, waar de overledenen op een speciale plaats naast elkaar liggen, dagelijks door ouders wordt bezocht. ''Ook daar komen ze elkaar tegen, praten ze met elkaar.''  Komt het voor dat broertjes en zusjes van overleden kinderen vinden dat ze te weinig aandacht krijgen van hun ouders? ''Nee,'' antwoordt Geertje Schokker, ''de broertjes en zusjes zijn net zo zwaar getroffen als de ouders. Ik vind het zo triest voor die kinderen. Ze zijn nog zo jong - en nu al is veel vreugde uit hun leven verdwenen.''

Zijn er ouders die diep in hun hart denken dat het misschien beter is dat hun kind er niet meer is, omdat het anders zwaar gehandicapt was geweest? ''Nee,'' zegt Schokker, ''want zelfs een zwaar verminkt kind functioneert, praat, doet dingen waar het plezier aan beleeft. Een kind dat er niet meer is, laat een leegte achter. Stilte.''  Soms voelt Geertje Schokker zich een beetje schuldig, als ze met haar oudste zoon, Theo van vijftien, door Volendam loopt en de moeder van een overleden leeftijdgenoot tegenkomt.  ''Je kinderen zijn je alles, ze vullen je leven. Het is zo verdrietig als je een kind moet missen.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.