Naar de inhoud

Interview met Hans Bulte: Tussen hoop en vrees

Bron: NIVO

Tussen hoop en vrees
door Eddy Veerman

Op het water beoefent hij één van zijn passies. Hij zeilde regelmatig Volendam binnen, als toerist. Daarom had hij, toen hij  bijna twee jaar geleden gevraagd werd om Edam-Volendam weer in rein water te krijgen, geen kompas nodig. De ambtstermijn zit er bijna op en eindigt op 1 april, de datum waarop hij ooit als burgervader begon in Lichtenvoorde. Hans Bulte (66). Wars van draaikonterij. Begaan met de mensen die teruggeworpen zijn naar het pure van ons bestaan. Begrip kwekend voor mensen die wellicht los staan van het hoe en waarom hij in Edam-Volendam aantrad, maar op hun manier tegenslagen voelen en dat begrip ook vragen. ,,Ik beschouw de periode Edam-Volendam  als het moeilijkste maar ook het mooiste deel van m’n carrière.” Een onderhoud over zware onderwerpen binnen een specifieke gemeente: de nasleep van de ramp, de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van de gemeente in deze. Over De Hemel, de WirWar-bar, de eigenaar, de drugsproblematiek en de reorganisatie binnen de gemeente. Kortom, kwesties van een andere dimensie voor een burgervader. 

 

Even terug in de tijd. U kwam wel eens met uw zeiljacht in de haven, maar kende Volendam vlak voor uw aanstelling ongetwijfeld meer van de recente tv-beelden?

,,Toen Van Kemenade, toenmalige Commissaris van de Koningin, belde, wist ik meteen waar het over ging. Ik wilde twee dingen: het moest goed afgehandeld worden in Anna Paulowna, waar ik sinds een aantal maanden burgemeester was, en overleggen met mijn vrouw. Want ik wist, na het zien van die beelden van de ramp, dat het om meer dan een fulltime-functie zou gaan.”

,,Mijn vrouw voelde het kennelijk aan en bleek voorbereid toen ik het haar vroeg. ’Wil jij dit?’ Dat vroeg ze mij twee keer. ’Doe het maar’, zei ze. Dat heeft natuurlijk behoorlijke consequenties gehad door alles wat het nadien met zich meebracht. Toen we laatst thuis de jaarwisseling hadden en we elkaar de beste wensen overbrachten, vroeg ze uit het diepste van haar hart of ik straks eindelijk thuis kom. ’Ja’, zei ik, ’ik kom straks eindelijk thuis’. Tenslotte ben ik al drie jaar met pensioen, maar in die tijd ben ik drie weken thuis geweest.”

,,Wat niet wegneemt, dat ik ontzettend dankbaar ben dat ik dit heb mogen doen. Jammer genoeg kun je in ons vak maar weinig afmaken, en zeker niet in twee jaar tijd. Maar de basis ligt er. Als ik jonger was geweest? Als ik 40 was geweest, had ik Van Kemenade zelf gebeld en gesolliciteerd naar deze functie. Maar waarschijnlijk had hij me dan te jong gevonden. Het is een fantastische gemeenschap. De aard van de gemeenschap past bij me. Ik had me niet lekker gevoeld bij een duf en ingeslapen zootje. Het is hier dynamisch, beweeglijk, maar vooral de mensen hier passen bij me.”

 

U kreeg te maken met een erfenis?

,,Klopt. De erfenis van het verleden. Nou is dat altijd zo. Maar Edam-Volendam is, na alles wat hier is gebeurd, een specifiek geval. Dus wordt mijn opvolger ook geconfronteerd met een erfenis.”

,,Ik begon op Goede Vrijdag, de dertiende april. En kreeg meteen het rapport Polak/Versteden in m’n handen gedrukt. Dan begin je met het intuïtief vormgeven aan de zorg voor de groep zwaarst getroffenen. Daarna kwam het rapport van de Commissie Alders, waarin actiepunten zaten die ik voor mezelf al eerder op een rijtje had gezet. Er kwam de professionalisering van het brandweerapparaat, het rechttrekken van verstoorde verhoudingen binnen het gemeentelijk apparaat, dat de reorganisatie nog niet te boven was.”

,,Het omgaan met de gemeenteraad, waar boven- en onderhuidse emoties een rol speelden. Ik ben tevreden over hoe die nu functioneert. De gemeenschap verwachtte iets. Je kunt wel met z’n allen op zoek gaan naar een zondebok, maar ik vond, zoals ik destijds heb gezegd, dat iedereen zichzelf een spiegel moest voorhouden. Wat heeft hij en zij eraan gedaan en nagelaten? Bepaalde mensen verloren zichzelf vervolgens echter in details en voelden zich aangesproken. Dat begreep ik ook wel, maar daar ging het niet om.”

,,Vervolgens ben ik langs ziekenhuizen geweest en heb thuis jongeren en ouders bezocht. Dat viel niet mee. Als ik de balans opmaak: ik ben een stevige jongen, kan wel tegen een stootje, maar ik zeg je: dit gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Ik voelde me snel verbonden met de gemeenschap en bepaalde delen in het bijzonder.”

,,Het is me redelijk gelukt om m’n vrouw er niet al te veel mee te belasten. En ik heb het ook redelijk voor mezelf steeds kunnen verwerken. De politieke situaties kan ik zeker handelen. Maar ik heb genoeg menselijke situaties gezien, waarbij ik dacht: ik kan wel janken. Het ging veel verder dan het beroepsmatige van burgemeester. Het ging om het mens-zijn. Ik heb hier zulke gave mensen ontmoet. Engelen. Onbaatzuchtig.”

,,Ook hulpverleners. Er is en wordt een enorme wissel op die mensen getrokken. De vermoeidheid is toegeslagen, bij hen maar ook bij mij. Daarom heb ik tijdens m’n toespraak van de tweede herdenking ook gezegd dat we die hulpverleners best een schouderklopje mogen geven. Daar kunnen ze dan weer nieuwe energie uitputten. Wetende dat ze nog heel lang nodig zullen zijn en hopende dat ze niet zullen afhaken.”

,,Ik heb hier ook veel van mezelf gegeven, maar ook heel veel teruggekregen en dan kun je het langer volhouden. Ik heb vol gas gegeven vanaf het begin, ook omdat ik mezelf uiteraard doelen heb gesteld, die ik binnen de ambtstermijn van twee jaar verwezenlijkt wilde zien, of de basis ervoor. Als ik misschien zes jaar had gehad, zou alles wat meer gespreid kunnen plaatshebben. Nu moet het in twee jaar worden geperst en we zijn aardig op weg.”

,,Ik hoop dat, voor ik weg ga, de gemeentelijk nota ’Nazorg’, gereed is. Zodat we losse eindjes aan elkaar kunnen knopen en we de jongelui perspectief kunnen bieden.”

,,Een ander doel is de zaak rond de WirWar-bar en eigenaar Jan Veerman. Ik hoop dat straks een stuk zorg is weggenomen bij mensen, dat de betrokkenen jarenlang gesodemieter met procedures bespaard blijft. Daar worden tenslotte alleen degene beter van die voor dat vak hebben geleerd en er hun brood mee verdienen.”

,,In dat pand, van Hemel, WirWar en Blokhut, moet gewoon nooit meer horeca komen.”

 

Er leek laatst een opening gecreëerd. Veerman besloot de WirWar niet meer te heropenen na gesprekken met BSNV en SSNV. Als tegenprestatie kon dan de vergunning worden overgeheveld naar het pand ernaast. Uiteindelijk bleek het college van B & W daarmee in te stemmen, maar blies de raad het voorstel af. Vervolgens reageerde Veerman door toch weer een vergunning te vragen voor het heropenen van de WirWar. Is hem geen worst voorgehouden?

,,In eerste instantie bleken de fractievoorzitters van de coalitiepartijen tegen het voorstel van B & W en later besliste ook de gemeenteraad zo. Ik had dat niet verwacht. Alleen moet je niet vergeten dat het aan elkaar knopen van twee verschillende dingen, het niet heropenen van het pand met de WirWar en een vergunning aanvragen voor het naastgelegen pand, uit de koker van Veerman komt. Die twee dingen moet je feitelijk los van elkaar zien. Eerst moet het één, geen horeca meer in de WirWar, rond zijn. Daarna buigen we ons over de andere kwestie. En die past weer in de aanstonds bekend te maken herijking van het horecabeleid. Dan wordt de vraag gesteld: moet er nog horeca bij en zo ja, wie gaat dat exploiteren?”

,,Veerman heeft steeds aangegeven dat die laatste kwestie, voordat er goed en wel sprake zou zijn van een af te geven vergunning, hem te lang duurt. Daar kan een jaar overheen gaan.”

 

Mensen als hij kunnen zich verweren met het gegeven dat de polikliniek er wel in no-time stond?

,,Maar die zat al geruime tijd in de pen en bovendien konden alle bezwaren worden weggepraat. Natuurlijk zou een en ander kunnen worden versneld, maar dan zouden er in de kwestie rond Veerman al geen bezwaren moeten komen en die signalen  hebben ons al wel bereikt. En zoiets kan echt jaren duren. Duidelijk is, dat wanneer de WirWar opengaat, dat weer veel emoties zou kunnen oproepen.”

 

En als enkele jongeren daardoor psychisch in de problemen raken, heeft de gemeente eigenlijk ook gefaald?

,,Dat klopt.”

 

Maar welke oplossing valt dan nog te bedenken?

,,Het ligt moeilijk. Extra gecompliceerd door het feit dat hij niet de enige eigenaar is. Je hebt alleen al het morele aspect bij de overweging het niet te heropenen. Inmiddels heeft Veerman weer een aanvraag gedaan. Daar buigen wij ons over en binnenkort zal er een uitspraak volgen.”

 

Die laat zich raden?

,,Als B & W moeten we ons houden aan de gemeenteraad, dat zijn de vertegenwoordigers van het volk. We willen met Veerman praten, maar de laatste twee keer heeft hij niet gereageerd. Eerder dacht ik dat er een opening was toen hij tijdens het LOVE-programma van Leendert Klein belde en zei dat hij het pand met Hemel en WirWar zou afstaan aan de getroffenen. Alleen heb ik daarna niets meer vernomen. Hij veranderde de afgelopen tijd wel eens vaker op het laatste moment van mening en voorstel. Er zijn genoeg momenten dat je op springen staat, maar dat gebeurt in dit vak vaker.”

,,Hij moet wat laten zien aan de gemeenschap en met name aan de zwaarst getroffenen. Ik hoop dat hij eieren voor zijn geld kiest. Als het mij zou zijn overkomen, zou ik denken: horeca, ik nooit meer. Een oplossing zou misschien zijn dat we er uitkomen dat hij op dijkniveau in het naastgelegen pand een vergunning krijgt, maar het verkoopt aan een ander. Dat zou de zaak vergemakkelijken. Vóór mijn vertrek wil ik helderheid, in ieder geval in de zaak rond De WirWar en De Blokhut. Al dan niet een gerechtelijke uitspraak. Maar als ik hem was, zou ik die niet afwachten.” 

     

Maar hoe zit het met de rol van de gemeente? Die is door de BSNV ook, net als de eigenaar, aansprakelijk gesteld?

,,Het gaat om het willens en wetens verhaal. Ik heb wel eens vaker aangehaald dat het Alders-verhaal voor meerdere gemeenten gold. Dat er geen stringente controle was, daarin stond deze gemeente niet alleen. Als een van de weinige gemeenten is er zelfs nog een waarschuwingsbrief gestuurd met betrekking tot de kerstversiering. Wat niet wegneemt dat het wel in deze gemeente is gebeurd, terwijl het misschien op vele andere plaatsen minder deugde.”

,,Inmiddels staat het hier nu goed met de brandveiligheid, maar er blijkt uit onderzoek dat vele andere gemeenten er niets van hebben geleerd. Dan valt je pas echt iets te verwijten. Ik vind niet dat de gemeente aansprakelijk is, maar zij moet wel haar verantwoordelijkheid nemen. Als de gemeente dat doet, voorkomt het een jarenlange procedure met een steeds meer grimmig wordende sfeer.”

,,De gemeente heeft een zorgplicht, moet iets laten zien. Dan praat je over een grote som geld. Geld van de eigen inwoners, die je uiteraard weer moet kunnen uitleggen waarom je dat doet. De gemeentelijke nota ’Nazorg’ moet straks klaarheid bieden en daarin zal de gemeente een voorstel doen tot een overeenkomst met de BSNV. Het zal om een substantieel bedrag gaan, waarbij de getroffenen moeten beseffen dat de bomen niet tot in de hemel kunnen groeien. Maar ze mogen ook niet het gevoel krijgen dat ze worden afgescheept. De nota wordt als concept besproken met de BSNV en daarna gaat het eindvoorstel naar de raad. Alles moet worden vastgesteld voordat ik vertrokken ben. De gemeente is uiteraard verzekerd tegen dit soort calamiteiten. Als de ziektekostenverzekeraars en het GAK de aansprakelijkheid laten vallen, kunnen de verzekeraars op hun manier ook een duit in het zakje doen.”

 

De tweede herdenking van de nieuwjaarsbrand is net achter de rug?

,,Ik vond het zeer waardig en ingetogen. Vorig jaar lag het voor de hand dat wij als gemeentebestuur de regie in handen namen. En als het vijf en tien jaar na dato is, zal de gemeente ook een voortrekkersrol vervullen. In al de jaren daar tussenin moet je een bescheiden rol in nemen. Dan moeten betrokken jongeren en ouders, zoals nu gebeurd is, er invulling aan geven. Het zal naar buiten toe wel altijd moeten voldoen.”

,,Ik ben tevreden over hoe het dit keer verlopen is. Het werd gedragen door de getroffenen zelf en dat hoort ook zo. Het ’zelforganiserend’ vermogen is groot hier. Soms stel je een vraag en voor je het weet lopen ze je links en rechts voorbij met een antwoord op die vraag. Maar de herdenking mag nooit een verplicht nummer worden. Daarom is het goed getroffenen erbij te betrekken. Zij voelen goed aan wat er verwacht wordt.”

,,Je moet altijd ontzaglijk oppassen met door de overheid georganiseerde dingen. Als dan ergens één hoera klinkt, moet iedereen terstond in de handen klappen, maar dat is niet goed. Zo zit de maatschappij niet in elkaar en daar is deze gemeenschap ook te mondig voor geworden.”

,,Het moet gedragen worden door de mensen zelf en de overheid moet een dienende taak invullen, moet faciliterend zijn. Het is beter dat een betrokken iemand het woord voert, dan één of andere hotemetoot. Zoals Jaap Zwarthoed dat uitstekend deed tijdens de onthulling van het monument. Heel moedig. Die jongen is een tolk van het jongerenvolk. En dat er dan enkele jongeren zijn die daar niet in mee willen gaan en vervolgens anoniem op een forum op die jongen gaan schieten, dat moet hij zich niet aantrekken. Laat ze dan openlijk in discussie gaan, maar niet anoniem. Bovendien, helemaal goed doe je het nooit. Als gemeentebestuur kun je het ook nooit voor iedereen goed doen. Dat is een gegeven wat je moet aanvaarden.”

,,Je moet steeds zorgvuldig zijn met het antwoord op de behoeften, zoals in de kwestie rond de nieuwjaarsbrand geldt. In diverse gradaties wil je mensen iets geven. Ik heb uiteraard ook de signalen opgevangen van mensen die niet bij die ramp betrokken waren, maar op een andere manier in hun leven geraakt zijn en zich soms in de kou voelden staan. Ik heb vorig jaar in m’n toespraak gezegd dat we ook die mensen moeten helpen, dat ook zij recht hebben op een arm om zich heen en de nodige belangstelling.”

,,Dan gaat het om immateriële zorg. Maar materiële zorg ligt toch een tikkeltje anders. Daarom wil ik de zojuist genoemde mensen ook begrip vragen voor het feit dat de aandacht in eerste instantie even op de bijzondere groep gericht was.”

 

Bent u na uw aantreden bewust de dialoog aangegaan met de jeugd?

,,Ik ben meteen contacten gaan leggen met jongeren. Ging en ga met ze in discussie, luister goed. Ik heb veel gesprekken gevoerd en dan merken zij ook dat ik gewoon een mens van vlees en bloed ben en met dezelfde vragen worstel als zij. Je ziet vaak het wat stoere gedrag aan de buitenkant. Daar is het ook jeugd voor, dat is iets van allen tijde. Maar eenmaal dieper in gesprek, komt ook de kwetsbaarheid aan de orde. Dan zie je behalve die grote mond ook het werkelijke binnenste van iemand.”

,,Ik ben een aantal jaren leraar geweest en werkte met moeilijk opvoedbare jongeren in de leeftijd tussen 12-21 jaar. Die handelen meestal uit een bepaalde achtergrond en dat geldt hier natuurlijk ook. Als een jongere in de vriendengroep het achterste van de tong laat zien of emotie toont, en hij of zij wordt weggelachen, dan doen ze dat echt niet voor een tweede keer.”

,,Er is natuurlijk sprake van een leeftijdsverschil, als ik aan de andere kant van de tafel zit. Dat kan een nadeel zijn. Maar door mijn ervaring als leraar weet ik met mensen om te gaan. En door de dingen die ik heb meegemaakt, is de leeftijd dus een voordeel.” 

 

U heeft waarschijnlijk nooit spijt gehad van het instappen als burgemeester in deze gemeente, maar heeft u wel eens gedacht: waar ben ik in beland?

,,Van die stap heb ik inderdaad nog geen moment spijt gehad. Maar ik heb wel eens gedacht: god, god, hoe kunnen we dit probleem weer het hoofd bieden. Dat heb je wel vaker als burgemeester in een gemeente, maar de situatie hier is écht totaal anders. Uniek en ingrijpend. Dat vraagt een voorzichtig optreden in veel situaties. Er zijn mensen die misbruik willen maken van de situatie. Die ben ik tegengekomen, mensen die zich voordoen als iemand die iets voor de getroffenen willen betekenen. Vervolgens merk je dat ze alleen maar komen om te halen. Lazer op, heb ik toen gezegd. Zonde van m’n tijd.”

,,Maar de periode Edam-Volendam beschouw ik als het moeilijkste maar ook het mooiste deel van m’n carrière. Ik heb hier zulke warme contacten opgedaan. Met heel veel mensen, onder meer met de ouders van de bij de ramp overleden jongeren. Die mensen zijn teruggeworpen, beland bij de vraag: waar gaat het om in het leven? Voor die mensen wil je iets kunnen betekenen, wetende dat het de pijn toch nooit kan verzachten. Misschien een beetje.”

,,Je oefent het ambt van burgemeester uit, maar het is geen gewoon ambt op deze manier. Je hebt die zojuist gestelde levensvraag, kun je iets betekenen voor die zo geraakte mensen, en je hebt als gemeentelijk apparaat een zakelijk gezicht, dat ook dergelijke beslissingen moet nemen. Die twee aspecten wrijven elkaar wel eens. Je moet steeds op de consequenties letten.”

,,Het is de kunst van het besturen. Je wilt die getroffen mensen, die zeg maar tot het middelpunt behoren, het liefst in de watten leggen. Maar de mensen die steeds verder van dat middelpunt verwijderd raken, kunnen gaan roepen: en wij dan? Zoals ik al vaker heb gezegd, dit is allemaal nieuw, uniek, er bestaat geen blauwdruk voor.”

,,Je gunt je kind het beste als ouder. Laatst kwam er een ouder op me af met betrekking tot de regeling van letselschade voor de getroffenen. Hij vroeg me wat hij er mee aan moest als zijn kind maar 15% zou krijgen. ’Dan zal ik je feliciteren’, zei ik. Hij keek me wat vreemd aan. ’Zou je dan willen ruilen met die vader wiens kind 90% krijgt?’, vroeg ik hem. ’Nee’, zei hij meteen daarop. Ik snap het wel, je wilt het beste voor je kind. Maar je moet je wel in situaties kunnen verplaatsen en een beetje je verstand gebruiken.”

,,Er bestaan bepaalde volkswijsheden, waarvan wel eens gezegd wordt dat ze te clichématig zijn. Maar als je over sommige nadenkt, weet je waarom ze zo lang stand hebben gehouden. Men kijkt altijd eerst naar het eigen probleem, voor dat men bereid is naar die van de andere te kijken. Dat is er één.”

 

Maar dat heeft toch ook met inlevingsvermogen te maken?

,,Dat hoort daar inderdaad bij. Niet iedereen kan dat overzicht bewaren. Daarom is er nog een lange weg te gaan.”

,,Ik zie zoveel parallellen met m’n oude gemeente Langedijk. De gemeenschapszin: we willen iets met elkaar opzetten, dan gebeurt dat ook. Dat is toch een karaktertrekje van een plattelandsgemeente met een bepaalde omvang. Aan de ene kant is er de hechtheid, aan de andere kant de sociale controle. En dat kan soms verdomde lastig zijn. Het is hier altijd een tikkeltje extremer. Maar die drang om de beste te zijn, die proef je hier ook. Dat ken ik wel van Langedijk.”

,,Ik ben hier natuurlijk vaak aanwezig bij echtparen die 50 of 60 jaar getrouwd zijn. Huis vol met kinderen, dat is een bron van informatie, dan hoor je nog eens wat. Dan gaat het ook nog wel eens over Edam en Volendam. Ik vergelijk het met Ajax en Feyenoord. Er is sprake van concurrentie, maar ze kunnen niet buiten mekaar.”

 

Edam-Volendam is in velerlei opzichten een voorbeeldgemeente geworden?

,,Dat was al vrij snel na de ramp en ik merk het nog steeds heel du

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.